|






| |
|

Ton Bakker schrijft:: Deze foto die in 2004 gemaakt
is, heeft met de
oorlog te maken.
Mijn man is als 16 jarige jongen tewerkgesteld in
Berlijn.
Daar had hij altijd nog graag eens naar teruggegaan maar daar
is nooit wat van gekomen.
Hij is in 1986 overleden en de (Berlijn) muur
is pas in 1989 neergehaald.
Drie jaar geleden zijn mijn jongste dochter
en ik er een aantal dagen geweest en toen heeft zij onderweg deze
foto gemaakt.
|
Mevr. Ton
Bakker schrijft eerst:
Mijn man heeft
als jongen van 18 jaar, een paar van zijn broertjes en zijn zusje
stuk voor stuk achterop zijn fiets naar pleegzinnen gebracht. Een
van hen was in Zeist, anderen resp. in Heilo en Feinaert geplaatst. Zoals ik
heb begrepen ging het als volgt: heb je nog een broertje of zusje,
breng die dan maar naar ons. Of dat op de gok is gegaan of tijdens
zijn voedseltochten weet ik niet.
Ook ik ben
op voedseltocht gegaan met mijn stiefvader eind Januari 1945. Hij
was teruggekomen om de fiets van zijn broer te lenen want hij had
ergens een zak tarwe gekregen en ik heb gesmeekt of ik meemocht. Na
dagen lopen, bedelend om eten en een slaapplaats kwamen we in Gouda
terecht. Omdat hij een zeer pijnlijke voet had is hij daar naar het
ziekenhuis gegaan waar bleek dat er een abces zat. Helaas konden zij
er wegens gebrek aan de benodigde spullen niet helpen.
Wij kregen
onderdak in een soort doorgangshuis en ondertussen probeerden zij
via het Rodekruis een oplossing te vinden. Dat is gelukt, een paar
dagen later zijn we in de nacht met een wagen van het Rodekruis over
de IJsselbrug naar Zwolle gebracht en bij de nonnetjes afgeleverd.
Mijn vader wilde mij daar echter niet alleen achterlaten en is op
zoek gegaan naar een pleeggezin. Bij de pastorie in Dalfsen kregen
we een adres van een boer die misschien een plekje voor me had maar
dat was inmiddels al bezet. Zij stuurden ons door naar een andere
boerderij en daar ben ik wel opgenomen. Toen pas na drie weken
terugkwam om mij op te halen wilden zij mij houden maar hij wilde
proberen terug te gaan naar Rotterdam. Dat lukte natuurlijk niet
rechtstreeks en zo zijn we dus steeds verder van huis geraakt, tot
zelfs vlakbij de Duitse grens.
Inmiddels was
het April en toen zagen we op een mooie dag dat de duitsers zich
terugtrokken en alles meenamen wat ze maar te pakken konden krijgen.
Daarna konden we eindelijk zien richting Rotterdam te komen.
Uiteindelijk zijn we, na tweemaal de bevrijders tegen te zijn
gekomen, in Barneveld gestrand. Daar ging elke dag een vrachtwagen
vanaf de melkfabriek naar de Veemarkt in Rotterdam ‘s morgens om 6
uur. De tiende dag hadden we eindelijk geluk, we konden meerijden.
En zo kwam er op 5 Juni een eind aan onze zwerftocht, eindelijk
thuis.
In de zomer
van 1990 was ik met vriendinnen op vacantie in het Zwarte Woud. Het
was een busreis en op de laatste dag was er een excursie naar een
wijnproeverij.We zaten met het hele gezelschap aan lange houten
tafels.Tegenover ons zaten twee echtparen waar we nog niet eerder
contact mee hadden gehad. Ik meende het dialect uit Dalfsen te
herkennen en dat bleek te kloppen, zij kwamen daarvandaan en van een
van die stellen was de zoon bevriend met een kleinzoon van de
toenmalige boerin. Zijn oma leefde nog en was inmiddels 96 jaar.Ik
vroeg hen of ze een presentje voor haar mee wilden nemen. Dat wilden
ze wel, als ik daar dan mijn naam en adres bij insloot.
Enkele dagen
later werd ik gebeld door haar zoon die de boerderij toen beheerde.
Zijn moeder zat naast hem en wilde me heel graag spreken. Haar
eerste vraag was “ben je een flinke vrouw geworden?” Ze zei, ik heb
je van de dood gered en zou je zo graag weer eens zien. Met haar
zoon heb ik toen afgesproken zo snel mogelijk te komen want ze stond
bovenaan de urgentielijst van het verpleeghuis in Zwolle. Het
weerzien was heel emotioneel en ze is drie weken daarna opgenomen.
Ik heb haar daar nog enkele malen bezocht en heb haar eeuwfeest
meegevierd. Tijdens een van die bezoeken zei ze, "jij moet me de
laatste eer bewijzen." Dat heb ik gelukkig ook kunnen doen, ze is
102 jaar geworden.
|
Mrs. Ton Bakker wrote first:
Mij
husband as a young man of 18, transported a few of his brothers and
his little sister one by one to foster families. One of them he took to
Zeist and two other he brought to Heilo and Feineart, respectively. As I
understand, it went like this: "Doe you still have another brother or
sister bring them to us." Whether this was preplanned or done as part of
the Hunger March, I do not know.
I too
went on the hunger march with my stepfather in January 1945. He had
arrived home some time ago on a bicycle that he had borrowed of his
brother. Somewhere he got to bags of wheat and I pleaded with him to
allow me to come with him on the next trip. After walking for days and
begging for food and a place to sleep we arrived in Gouda. Because he
had a sore foot he went to hospital but as thy didn't have supplies they
couldn't help him.
We got
shelter in a sort of transit place and in the meantime they tried to
get support from the Red Cross. That succeded and a few days later, in
the middle of the night, we were transported in a Red Cross truck across
the IJssel Bridge and were delived to a group of nuns. However, my
father didn't want to leave me there and started to look around for a
foster home for me. At a presbytery in Dalfsen we got the name of a
farmer who might have space but by the time we got there that was gone.
He sent us to another farm and I was accepted and allowed to stay. It
was only after three weeks that he came to collect me again but they
didn't want to let me go. He wanted to go back to Rotterdam but that
didn't succeed and we got further away from home al the time to right at
the German border.
In the
meantime it was April and on a nice sunny day we saw the Germans
retreat taken with them everything they could lay their hands on. We
thought that thereafter we could travel in the direction of Rotterdam.
Eventually, after having twice run unto advancing liberators we
got stranded in Barneveld. From there a milk truck travelled every day
to the Lifestock market at 6:00 in the morning. After repeatedly trying
we had success on the tenth day, we were allowed to ride in the truck.
That's hoe we, after roaming all over the place we reached home on June
5, 1945.
In the
summer of 1990 I went, with girlfriends on holidays to the Black
Forest. It was with a tour bus and on the last day we had an excursion
to a winetasting. We were sitting with the whole group at long wooden
tables. Opposite us sat two couples that we hadn't talked to before. I
thought that I recognised the Dalfsen dialect and that checked
out. These people came from Dalfsen and the son of one couple was a
friend of the then farmer's wife. The grandmother was still alive and
had just turned 96. I asked them if they would carry a small present
back for me to the old lady and they said, yes, on the condition that I
would enclose my name and address.
A few
days later I received a phone call from the son who now managed the
farm where I had stayed. He said that his mother was siiting next to him
and wanted to speak to me. Her first question was whether I had grown up
as a solid woman. She said, I saved you from the death and really would
like to see you once more. We agreed with her son a suitable date
because she was about to be admitted to a nursing home. The reunion was
very emotional. THree weeks later she was admitted. I visted her several
times thereafter and attende her 100th birthday. During one of the last
visits she asked if I could do her the last honor. Luckily I was able to
do that and she died after she had turned 102. |
|
Mevr. Ton Bakker schrijft een ander stukje:
Mijn vader was tijdens de grote razzia op 10
November 1944 opgepakt en weggevoerd. Dit gebeurde met alle mannen
tussen de 16 en 45 jaar. Mijn moeder stond er toen alleen voor. Er
was geen stroom, gas of andere brandstof meer. Wij lagen dus hele
dagen in bed, het enige plekje waar je nog een beetje warmte vond.
Mijn zus en ik moesten om de beurt naar de gaarkeuken
om eten te halen, althans daar ging het voor door, de ander moest
intussen de aangekoekte borden afwassen, met koud water uiteraard.
Als we gegeten hadden kropen we gelijk onder de dekens om die warmte
zo lang mogelijk vast te houden. We hadden een bepaalde kreet
afgesproken voor degene die open moest doen want de bel deed het
natuurlijk niet zonder electriciteit. 2x roepen betekende dat we
dachten dat het lekker was. Op een dag riep mijn zus zelfs driemaal,
ik wist niet hoe snel ik open moest doen, zij rolde bijna de gang in
en riep, "er zit allemaal vlees in." Het bleken echter bonken rotte
aardappelen - helaas
Een oom deed nogal eens een karweitje bij boeren waarvoor
hij zich in voedsel liet betalen. Zijn vrouw had ons beloofd dat we
alledrie een keer mochten komen eten, te beginnen met mijn zus omdat
zij de oudste was. Er kwamen spruiten op tafel en ondanks haar lege
maag kreeg zij die met geen mogelijkheid naar binnen. Tante hevig
beledigd en zij heeft ons, mijn broertje en mij nooit uitgenodigd.
Oma, die bij haar inwoonde, had kennelijk met ons te doen en kwam op
een dag met een grote aardappel aan, zo groot als in haar tasje
paste want haar dochter mocht het natuurlijk niet zien. Die werd op
de fruitschaal te pronken gelegd want zonder vuur kon je hem nou
eenmaal niet koken.
Na een aantal dagen hoorden we buiten iets roepen,
wij uit bed en kijken wie of wat dat was. Het bleek Gekke Dirk te
zijn die een halfje brood wilde ruilen voor de aardappel - de oplossing
voor ons probleem. Maar mijn zus en ik hadden het lef niet om naar
hem toe te gaan en ma was niet zo snel vanwege haar verlamde been.
Mijn broertje, acht jaar oud, durfde wel. Onze straat lag wat lager
en wij woonden net onderaan een brede stenen trap waar Dirk op dat
moment vanaf kwam. M'n broertje liep, al roepend, "Gekke Dirk" een
paar treden omhoog en kreeg van Dirk een draai om zijn oren vanwege
die scheldnaam. Terwijl hij naar beneden duikelde zag Dirk die grote
aardappel en ruilde hem netjes om. Eindelijk weer iets te eten,
dankzij Oma. Later heeft zij haar diefstal gebiecht bij de pastoor
en die heeft haar opgedragen dit nooit meer te doen. |
Mrs. Ton Bakker writes another piece:
My
father was rounded up at the huge razzia on 10 November 1944 and
trasported to Germany. This happened to all men between the ages of 16
and 45 years. Thereafter, my moher had to cope all by herself. There was
no electricity, gas or sny other combustible materials left. We just
stayed in bed all day as it was the only place where it was still a
little warm.
My
sister and I had to take turns going to the communal kitchen to get
food, at least that's what it was suppode to be. De other one had to
wash the crusted dishes with cold water. As soon as we had eaten we
snuggled under the blankets to retain the warmth as ong as possible. WE
had agreed on a certain yell to the person who had to open the door.
Ofcourse, the doorbell didn't work without electricity. Yelling twice
meant that we thought that the food tasted good. One day my sister
yelled three times. I didn't know how soon to open the door. She nearly
rolled into the passge en shouted, "there's a lot of meat in it."
However, on closer inspection we found then to be rotten potatoes.
An
uncle occasionally did some work for farmers and had himself paid
with food. His wife had promosed us that one day we all three of us
would be allowed to eat at their place. It was to start with my sister
because she was the eldest. Brusslesprouts came on the tabel but despite
het empty stomach sho couldn't get them down. The "auntie" felt very
insulted and as a result she never invited my brother or me.
Grandmother (Oma), who lived with her, probably took pity on us and one day
she gave us theblargest potato that would fit in her handbag because her
daughter was ofcourse not to know. We placed it on our fruit display
because, without fuel, we had no way to cook it.
After
a few days we heard someone outside calling out. We got out of bed
to look who it was. It was, whom we called, Crazy Dirk. He wanted to
exchange half of a loaf of bread for the huge potato. That would be a
solution to our problem. My sister and I didn't have the courage to go
out to him and mother couldn't move fast enough because of a crippled
leg. Our little brother, then 8 years old, was game. Our street was at a
lower elevation and our house was at the lowest end just above a wide
stoen flight of steps. Dirk just came from that direction. My brother
called out repeatedly Crazy Dick who promptly gave him a slap
around the ears. As my brother tumbled down the stair Dick got sight of
the potato and echanged it for the bread. Finally, we had something to
eat again and that all thanks to Oma. Oma was a religious person and
late confessed to the priest that she had stole a potato from her
daughter to give it to us. The priest told her to never do it again. |
Mevr. Ton
Bakker schrijft een klein bijvoegsel:
Ik heb inderdaad nog meer. Je had het over de
bevrijders die je in Hattem had gezien. Ik heb eerst vlak bij de
duitse grens de duitse soldaten zich terug zien trekken, met alles
meenemend wat ze op hun weg te pakken konden krijgen, inclusief
paard en wagens. Daarna konden we eindelijk richting het westen
lopen. Ergens onderweg kwamen wij de bevrijders tegen en later in
Almelo nog een keer. Ik vroeg hen om sigaretten (voor mijn vader) en
chocola. Die vraag om sigaretten leverde een discussie op over mijn
leeftijd. Ik zei dat ik dertien was maar zij schatten me niet ouder
dan tien, totdat een van hen mij vroeg waar ik vandaan kwam. Toen ik
Rotterdam zei, zei hij, "OK, dertien" en kreeg ik eindelijk chocola
en sigaretten. Ik snap nog steeds niet hoe we elkaar konden verstaan
maar we begrepen elkaar in elk geval prima.
Ton Bakker v.d.Giessen, Westerbeekstraat, Rotterdam
|
Mrs. Ton Bakker sends an addendum:
Actually, I have more. You wrote about the
liberators that you had seen in Hattem. I first saw the German troops
retreat near the German border with everything they could lay their
hands on, inclusive of horses and wagons. Thereafter, we could walk
again in a westerly direction. Somewhere along our route we met de
liberators and then once again in Almelo. I asked them for some
cigarettes, for my father, and for chocolate. The request for cigarettes
prompted a discussion about my age. They thought that I wasn't any older
then 10 but I told them that I was 10. They asked where I had come from.
I told them that I had come from Rotterdam and then he said' "OK, 13"
and gave me the chocolate and the cigarettes. I still don't how we had
communicated with each other but we understood each other perfectly.
Ton Bakker v.d.Giessen, Westerbeekstraat, Rotterdam |
|

Ton Bakker v/d Giessen nog steeds erg
actief |

|