Belle van, D

Home
A. Reportage
B. Planning
C. Historie
D. Verhalen
E. Reunie
F. Administratief

 


 
Dick van Belle:
Bij deze stuur ik een foto van mijn Vader, Moeder, broers en mij zelf bij de beelden tegen over de Schietbaanlaan op de Henegouwelaan. Toen woonden we nog in de Bajonetstraat.
Ik was toen 4 of 5 jaar oud. Met Arie, dat is de oudste en de grootste en die helaas overleden is, ben ik (op een na kleinste) met onze moeder niet verder gekomen dan bij de over de IJssel en toen naar Hattum terug en daar achter gebleven.
Van de twee andere, Beb en Henk, de laatste is al op de jongeleeftijd van 46 jaar overleden aan zijn hart.
Mijn vader is 56 jaar geworden. Mijn moeder, na jaren met MS, is 72 jaar geworden. Ik ben
73 jaar geworden op 9 januari 2007.

Het is November / December 1944.

De hongerwinter is in volle hevigheid aanwezig. We waren met zijn zessen: vader, moeder en vier zonen. De bombardementen en razzias waren al achter de rug.  We hadden niets meer te eten en de bonkaarten waren niets meer waard. Als ik mij goed herinner gaf je een bon voor een halfje brood. Dus moest er een oplossing gevonden worden voor die vier hongerige mondjes. Onze moeder had met onze vader afgesproken dat zij zou proberen om eerst mijn jongste en een na de oudste broer naar Groningen te brengen. Dat is ook gelukt. Dat was allemaal te voet want vervoer was er niet meer. (De Rotterdamse tramstellen waren allang op transport naar Duitsland vervoerd. Ik zie ze nog op de treinwagons voorbij gaan.)

Nadat mijn moeder weer thuis was gekomen en uitgerust was, is ze  een paar weken later met mijn oudste broer en mij op de hongertocht gegaan. Er liepen nog een tante Anna, een zuster van mijn vader ,mee met haar dochter Riet. Maar die haakte al gauw af. Zij konden de tocht niet verder voort zetten. Ook liepen er een  vriendin met haar oudste dochter met ons mee. We noemde haar tante Kor en de dochter hete Nelie. We vertrokken vanaf ons huis in de Heemraadstraat 49 naar Groningen via Utrecht waar we een nachtje bij een tante hebben geslapen. Daar kregen we voor de verdere tocht Tarwe pannenkoeken mee. Waar ze het vandaan hebben gehaald weet ik niet maar wij hadden weer wat te eten voor onderweg .Voor de rest was het maar afwachten waar je onderdak kreeg - van boeren op hooizolders in de stallen, bij kerken of je kreeg een slaapplaats in een school of zo iets.

Het gebeurde op een gegeven moment dat we mee mochten liften met een Duitse tankwagen met treeplanken aan de zijkanten. Daar gingen mijn familie en vriendin met haar dochter opstaan en ik, als bofkont, mocht in de cabine tussen twee Duitsers in zitten. Dan opeens stopte ze en gingen naar de zijkant van de weg en doken tegen de grond. Maar wij bleven waar we waren hoe die Duitsers ook schreeuwden. Nadat ze weer in de auto stapten bleek het dat er Engelse of Amerikaanse vliegtuigen over vlogen. Je kunt het zich wel voorstellen hè, geen behoorlijke kleren aan het lijf, doeken om de voeten want de schoenen waren allang naar de naam schoen omdat ze versleten waren.

Uiteindelijk zijn wij bij de brug naar Zwolle aan gekomen. We mochten daar niet overheen. Toen terug naar Hattum gelopen en hebben daar onderdak gekregen in de kerk op de zolder. Er waren veel andere mensen en misschien was dat wel gelijk met jullie

De volgende dag nog eens proberen om over de brug te komen. Maar ook deze keer waren wij zonder geluk. De Zondag daarna zijn we naar de kerkdienst gegaan en daar had de dominee het over naaste liefde en spoorde de Hattemmers aan om hun huis open te stellen voor de hongerige. En zo kwamen we op de Eierendijk terecht bij mensen die wel liever een meisje in huis zouden willen opnemen, maar waar ik dan toch mocht blijven. De dochter van de vriendin mocht bij een bakkers gezin blijven, en mijn oudste broer ergens bij een boer. Hij had het daar niet naar zijn zin en mocht later verhuizen naar een buur van de mensen waar ik zat.

Het leven daar was mooi voor ons. We gingen naar school in de kerk en later naar het echte school gebouw aan de Eierendijk. Toen waren de Duitsers er al uit. Ik heb er nog een aanval op de trein mee gemaakt. Er liep daar een treinbaan tussen de huizen door. Die stak dan de Eierendijk over. Ik woonde in het tweede huis van af die spoorweg. Toen, na de bevrijding, kwam het bestraffen van de mensen die met de Duitsers heulden. Die werden kaalgeschoren en moesten "Leve de Koningin" roepen. En uiteindelijk zijn we met een glimmende Citroen naar Rotterdam gebracht. Die auto hadden ze waarschijnlijk gedurende de oorlog verstopt.

Groeten van Dick van Belle

It's November / December 1944

The hungerwinter is in full swing. We were with the six of us: father, mother, and four sons. The heavy bombardments and razzias were past. We didn't have anything to eat anymore and the food coupons weren't worth the paper they were printed on. If I remember well you had to give one coupon for half a loaf of bread. Therefore a solution had to be found for the four hungry mouths. My mother and father had agreed to try and get first my youngest and then the eldest brother to Groningen. That succeeded. It was all by foot because there was no public or other private transport. (The trams had long been shipped to Germany. I can still see them go past loaded on railway wagons.

After my mother had come home again and was rested, she went a few weeks later on the road with me and my eldest brother. We were accompanied by auntie Anna, a sister of my father, with her daughter Riet. But they soon gave up. They were incapable to continue the trip. There was also a friend and her eldest daughter. We called her auntie Kor and the daughter, Nelie. We departed from our house at the Heemraadstraat 49 to Groningen, via Utrecht where we slept for a night at an another auntie's place. We were given for the rest of the journey wheat pancakes. We have no idea where she got the ingredients but we had some good food for underway. For the rest it was just taking your chance where you could sleep; with farmers in hay lofts or stables or a church that might put you up in a school or something like it.

It happened at a certain moment that we were allowed to hitch a ride on a German tanker with footboards on the sides. We all, together with the friend and her daughter stood on the sideboards and me, the lucky one, was allowed to sit inside between two Germans. Suddenly they stopped, ran to the side of the road and felt down on the ground. We stayed where we were irrespective of how loud the Germans yelled.  When they got back in the car it appeared that English or American fighter planes had flown over. Can you imagine, without reasonable clothing, rags around our feet because our shoes had worn away a long time ago.

Eventually, we arrived at the IJssel bridge near Zwolle but we were not allowed to cross. So we had to walk back to Hattem and got a place to sleep in the attic of the church. There were many more people and maybe we were there at the same time that you were.

The next day we tried again to get over the bridge. Again we had no luck. The next Sunday we went to the church service. The preacher spoke about love for fellow humans and exhorted the Hattemmers to open their houses to the hungry. En that's how we finished up on the Eierendijk with people that had preferred to get a girl but they allowed me to stay. The daughter of the friend was allowed to stay with  baker's family and my brother finished up at a farmhouse. He didn't like it there and was later allowed to move to neighbors opposite to where I stayed.

Life was good for us. We went to school in the church and later on to a real school on the Eierendijk. The Germans had left by then. I still experienced an attack on a train on a track that lay in between the houses. It crossed the Eierendijk. The place where I stayed was two houses away from the track. After the liberation came the reprisal for the people that had cooperated with the Germans. They were shorn bold and had to call out "Long live the Queen." Eventually we were driven to Rotterdam in a shiny Citroen. It had probably been hidden during the war.

Kind greetings from Dirk van Belle


Dick en Nel van Belle in het Wok Restaurant voor Dick's verjaardag in 2005

Editor's Note: De wereld is klein. Tussen de gene die hun verhalen geschreven hebben zijn er drie, (inclusief de editor) die bij de bevrijdings aankondeging en feesten (en wraak) in Hattem waren. Dit was geloof ik een paar dagen na de bevrijding op ongeveer 19 april 1945. De drie jonge mensen die, zonder dat ze het zelf wisten op de zelfde plaats en tijd waren, zijn Dick van Belle, Nelie de Haan - de Jong en Ton van Vugt. Editor's Note: It's a small world. Among the contributors are, in addition to myself, two other people that witnessed and were part of the liberation celebrations and reprisals in Hattem; probably, days after the liberation on about 19 April 1945. The three young people that unbeknown to themselves were at the same place at the same time are Dirk van Belle; Nelie de Haan - de Jong; and Anthony Van Vugt (the author.)


Dick's Vader, Dick en Broer and much later Dick's jongste broer met zijn familie

Up Bakker, J Bakker, T Beld v/d, E Belle van, D Beneker, G Bredius, R.M. Brinkhaus, J Bunk, H Ferdinandus, R Grindrod, F Haan de, N Hut, W Jonge de, A Kasteel. E Klinge, W Koks, G Leeuwen van, E Leeuwen van, Hans Leeuwen van, Jan Lens, J Makaske-Kuijer, J Meurs, H Molenaar, J Oostwoud v/d Panne Pelt van, G Roggeveen - Vat, I Scholman, C Schut, A Smit, L Stans, A & M Struijs v/d, A Til van, L Swijnenburg, G Valk, C Vugt van, A Walle v/d, F & W


Home | A. Reportage | B. Planning | C. Historie | D. Verhalen | E. Reunie | F. Administratief

 Copyright © 2007 www.hongertocht.org. Material may be used with acknowledgement of source.
For questions regarding this Web site contact webmaster@hongertocht.org. Last updated: 05/19/08.