Beneker, G

Home
A. Reportage
B. Planning
C. Historie
D. Verhalen
E. Reunie
F. Administratief

 

Capelle aan den IJssel, 7 februari 2007

Het artikel "Hongertocht" in uw rubriek riep bij mij weer de nodige herinneringen op en uw verzoek om reacties heeft mij tot dit schrijven gebracht. Ook ik behoorde tot de "wandelaars" die in de hongerwinter 1944/1945 de tocht naar het Noorden maakten.

Begin januari '45 besloot mijn moeder, destijds 38 jaar en alleenstaande ouder (vader was al 11 jaar uit beeld) om de voettocht naar het Noorden te maken teneinde daar voor mij, enigskind en 13 jaar oud, te proberen een - hopelijk - tijdelijk onderkomen te vinden en tijdens de heen- en terugreis wat etenswaar voor thuis te bemachtigen. Twee kinderen van een kennis (Frieda Maas, een meisje van 17 en haar broertje Frits van 11 jaar) gingen ook mee. Met z'n vieren en een gehuurde handkar nam de toch redelijk onvoorbereide reis een aanvang.

Onderweg werd regelmatig bij boerenbedrijven aangeklopt om wat eten te bemachtigen. Dat lukte vrij aardig, zeker toen wij Rotterdam verder achter ons lieten. In het begin ging het nog met een slakkengang; de eerste nachtstop was even voorbij Gouda waar wij onderdak kregen bij een boer en we op de hooizolder mochten slapen. De volgende dag ontmoetten wij mensen die ons hielpen aan een ovenachtingadres in Utrecht Wildvreemde mensen gaven ons die nacht onderdak. De reis ging verder via Amersfoort, Hoevelaken en Apeldoom. In Amersfoort vonden wij onderdak in een grote zaal, verzorgd door de gemeente, waar al een groot aantal mensen zich genesteld hadden op het stro dat aan de zijkanten was neergelegd. Voor ons was daarop geen plaats meer; wij vonden een ligplaats op een paar kokosmatjes onder een grote tafel. Niet comfortabel, maar we hadden wel onderdak.

Richting Amersfoort konden wij meeliften met een Duits transport met paard en wagen, onze handwagen als een aanhangwagen meevoerend. Dit bracht ons tevens naar hun doel, het door hen bezette Paleis Het Loo. Aldaar in de stallen overnacht. Verder ging de reis: via Twello (geslapen in een klooster waar men ons pas wilde toelaten toen de politie ons bij de avondklok van 8 uur van straat stuurde), bij Deventer de lJsselbrug over (hier een verwoed schreeuwende Duitse schildwacht riep dat wij niet bang moesten zijn toen wij bij een laag overkomend vliegtuig de handkar lieten voor wat hij was en aan de zijkant dekking zochten (het bleek een Duits vliegtuig te zijn).

De volgende stop was Diepenveen. Hier vonden wij onderdak bij eenvoudige doch zeer hartelijke mensen. We profiteerden van een plaatselijk gebruik, namelijk, het ontbijt op vrijdag bestond uit vers gebakken pannenkoeken. Na een nachtje in 0lst kwamen wij op zaterdag na 10 dagen en ca. 130 km aan in Wijhe (wijk Boerhaar). Bij de boerderij waar we aanbelden, mochten we blijven slapen en dat niet alleen, ik mocht er ook blijven, mits ik mij nog dezelfde avond bij de dokter in het dorp liet inenten. De dokter was ook op Zaterdagavond bereid te helpen.

lk was niet de eerste loge bij boer Kolk: naast zijn echtgenote en 3 kinderen hadden er al de volgende personen onderdak gevonden: Greta uit Amsterdam helpend als dienstmeisje; de knecht Geit (Gerrit) die tegelijkertijd daar was ondergedoken; een onderduiker uit Zwolle en bovendien was een deel van de boerderij onderverhuurd aan een familie uit Hilversum die op hun beurt weer een meisje uit Amsterdam als dienstmeisje onder haar hoede had genomen. De goede zorg van de fam. Kolk, de prettige tijd en het leven op en rond een boerderij ben ik nooit vergeten. Mijns inziens heeft dit gezin een plaats in de hemel verdient.

Voor Frits werd de volgende dag ook een plaatsje bij de plaatselijke bakker gevonden, terwijl er ook alvast 2 plaatsen werden gezocht en gevondert voor 2 zusjes van Frits en Frieda, die later zouden volgen.

Samen met Frieda is mijn moeder de dag er op weer naar Rotterdam vertrokken. Na 14 dagen heeft zij samen met de dochter van onze kolenboer, die nu de handwagen beschikbaar stelde, en de zusjes van Frits - Ria en Paula - weer de voettocht naar Wijhe ondernomen. Daarbij heeft ze kleding en schoolboeken voor mij meegenomen want inmiddels mocht ik de lessen op de plaatselijke MULO volgen. Zelfs werd ik door de leraren Frans en Wiskunde gratis bijgespijkerd.

Hierma is mijn moeder met de dochter van de kolenboer weer naar Rotterdam terug gegaan. Tijdens de terugtocht is zij onderweg nog van de door haar verzamelde etenswaren beroofd door lui uit Hilversum. Zij is toen via Hilversum gelopen en heeft daar met behulp van de politie de daders opgespoord.

In april '45 werden wij bevrijd door de Canadezen. Toen na het einde van de oorIog in Rotterdam (Overschie) alles weer een beetje op orde was ben ik met Frits, Ria en Paula in augustus '45 weer naar huis teruggekeerd. Op welke wijze is mij ontschoten.

Later toen ik zelf kinderen had kwam pas het besef wat mijn moeder in die tijd voor mij heeft gedaan en ook wat geheel onbekende mensen voor ons hebben gedaan zoals onderdak en voeding geven. Dit alles nu eens op papier te zetten heeft mij goed gedaan.

Gerard Beneker.

Capelle aan de IJssel. February 7, 2007

The article "Hongertocht" in your columns made me recall many memories. Because of your request for reactions I have written the following article.  I too belonged to the "walkers" that in the hunger winter of 1944/45 made the track to the north.

In the beginning of January '45 decided my mother, who at the time was 38 years old and a single mother (father had disappeared from the scene already 11 years ago) to make the track by foot to the north with the objective to find me, a 13 year's old only-child, a temporary host family and by traveling back and forth to getter some food for those at home. Two children of an acquaintance (Frieda Maas, a girl of 17 years and her little brother Frits, than 11 year, came with us. With the four of us, and a rented handcart we left totally unprepared.

While underway, we regularly knocked knocked at the doors of farms in the hope to garner some food. We were quite successful at that, certainly after we had left Rotterdam far behind us. In the beginning we walked at a snail's pace, the first night stop was  just past Gouda where we were allowed to sleep in the hayloft. The next day we met people who helped us with an address of people in Utrecht. People totally unknown to us  gave us shelter for the night. The journey then passed via Amersfoort, Hoevelaken and Apeldoorn. In Amersfoort we found accommodation in a large hall. THat was organized bij the city government and a large number op people had already huddled together in the straw that had been spread on the sides. There wasn't really place for us anymore but we found a place on some coco mats under a table. It wasn't comfortable but we had a roof over our head.

Going in the direction of Amersfoort we were able to get a ride on a German transport consisting of a horse and dray. Our handcart was pulled along. This brought us to their destination of Palace Het Loo that they had occupied. We slept in the stables. Our journey continued via Twello (where we slept in a cloister that admitted us only after the police imposed a curfew at 8:00 in the evening); then towards Deventer where we crossed a bridge over the IJssel and that despite a screening German sentry who yelled out that we didn't have to be scared when we dropped our handcart and sought shelter on the side of the road when a plane flew low overhead (it was a German plane.)

The next stop was in Diepenveen. There we found accommodation with some simple but welcoming people. We profited from a local custom, namely, that the breakfast on Fridays, consisted of freshly baked pancakes. After a night in Olst we arrived on a Saturday, after 10 days and having covered 130 km, at Wijhe (neighborhood Boerhaar.) At the farm house where we rang the doorbell we were allowed to sleep. Even better, I was allowed to stay there provided that I went that same evening to the doctor in the village for inoculations. Even though it was Saturday evening the doctor was willing to help.

I wasn't the only guest at farmer Kolk. Apart from his wife and three children he accommodated the following people: Greta from Amsterdam who assisted as a household help; a farm laborer called Geit (short for Gerrit) who was hiding from the Germans; another fugitive from Zwolle and apart from that a part of the farm had been let to a family from Hilversum that also looked after a young girl from Amsterdam who also plyed a roll as helper in the household. I have never forgotten the good care en the live on and around the farm. In my opinion this family has earned a place in heaven.

On the next day a place was also found for Frits with the local baker while at the same time places were sought for the two little sisters of Frits and Frieda that were to follow later.

Together with Frieda returned my mother a day later to Rotterdam. Fourteen days later, together with our coal merchant, who provided a handcart, and his daughter the little sisters, Ria and Paula arrived by foot also in Wijhe. At the same time she brought clothes and schoolbooks for me so that I could continue my education at a local MULO (Middle School for more extensive Education.) The local teachers even assisted me to catch up with French and mathematics.

Thereafter returned my mother with the daughter of the coal merchant to Rotterdam. On the way back she was robbed of all the food that she had gathered by some people from Hilversum. She then walked to Hilversum and with the assistance of the police they were able to track the robbers down.

In April '45 we were liberated by the Canadians. When after the war things had gotten better in Rotterdam (Overschie), I, together with Frits, Ria and Paula  returned home in August 1945. I can't remember how we got home.

Much later when I had children of my own I started to understand what our mother had done for us and also that total strangers had helped us with shelter and food. Recording all of these memories has done me a lot of good.

Gerard Beneker.

 

 

Home Up Bakker, J Bakker, T Beld v/d, E Belle van, D Beneker, G Bredius, R.M. Brinkhaus, J Bunk, H Ferdinandus, R Grindrod, F Haan de, N Hut, W Jonge de, A Kasteel. E Klinge, W Koks, G Leeuwen van, E Leeuwen van, Hans Leeuwen van, Jan Lens, J Makaske-Kuijer, J Meurs, H Molenaar, J Oostwoud v/d Panne Pelt van, G Roggeveen - Vat, I Scholman, C Schut, A Smit, L Stans, A & M Struijs v/d, A Til van, L Swijnenburg, G Valk, C Vugt van, A Walle v/d, F & W


Home | A. Reportage | B. Planning | C. Historie | D. Verhalen | E. Reunie | F. Administratief

 Copyright © 2007 www.hongertocht.org. Material may be used with acknowledgement of source.
For questions regarding this Web site contact webmaster@hongertocht.org. Last updated: 05/19/08.