Bunk, H

Home
A. Reportage
B. Planning
C. Historie
D. Verhalen
E. Reunie
F. Administratief

 

   

Huib Bunk schreef:

Op 10 januari 1945 zijn wij vanaf de Lange Hilleweg, Rotterdam, lopend vertrokken met bestemming Bruchterveld (Gemeente Hardenberg), Overijssel. Ons gezelschap bestond uit 7 personen:

                    Kitty Deutekom (19 jaar)
                    Aad Deutekom (13 jaar)
                    Sjaan Deutekom (11 jaar)

                    Riet Bunk (19 jaar)
                    Nico Bunk (15 jaar)
                    Huib Bunk (12 jaar)
                    Jan Bunk (11 jaar)

Onze bagage vervoerden we in een kist op fietswielen zonder banden. Deze kist op wielen werd door Nico aan een touw voortgetrokken. De Bunken hadden al eerder, in 1943, bij de families Holtvluwer en Telman in Bruchterveld een goed adres gevonden. De Deutekommers konden terecht bij familie in Vriezeveen (Vjenne).

Het hier volgend dagboek werd volledig geschreven door Kitty Deutekom. Door mij (Huib Bunk) werden slechts een paar persoonlijke herinneringen aan het dagboek toegevoegd. Ik heb die met (HB) heb aangegeven.

PART 1/4: DAGBOEK VAN DE GROTE TREK
NAAR BRUCHTERVELD (en verder)

Met z’n zevenen zijn we er op uit getrokken ‘smorgens half 8 uit Rotterdam op Woensdag 10 januari ‘45. Wij hadden een karretje met bagage en wij lopen. Aan één stuk gelopen tot Gouda, soep gedronken, gegeten. Haast door het wiel. Op zoek naar een rijwielstalling. Niemand hielp ons. Verder getrokken. Toen konden we meerijden met paard en wagen van de Duitsers. We zouden diezelfde avond in Utrecht zijn, maar het paard viel en wij konden weer lopen. Dus verder getrokken. Een eindje verder konden we met een andere wagen meerijden maar de wagen kon niet vooruit door de gladde weg.

Dus weer er af en daar stonden we weer, in Haastrecht. We zouden onderdak zoeken voor de nacht. Maar niets hoor. Dus steeds maar verder. Toen zijn we in een klooster terecht gekomen. Net voor de deur zakten we door het wiel. Wij moesten binnenkomen en ons wagentje is onderhand gemaakt door één of andere heilige. Straks krijgen we warm eten en worden we naar een boer gebracht om te slapen. Morgen verder. We hebben het reuze getroffen. Brood met spek . Onderweg niet veel beleefd. In Montfoord van een bakker een halfje brood gehad, dat we bewaarden tot ‘savonds. In Montfoord haast door een wiel gezakt. Net bijtijds kwamen er weer reddende engelen opdagen in de vorm van een handwagen met 2 mannen. We konden onze bagage op hun wagen laden en wij helpen trekken. Dus we waren al weer gered. Zo zijn we in Utrecht aangekomen. Haast op onze knieën.

Nu zijn we in het N.V.-huis en kunnen hier slapen voor 1 f. met een kop koffie, dat we niet gekregen hebben. Morgen hopen we in Nijkerk aan te komen. Of Het lukt? In Nijkerk zijn we aangekomen. Maar hoe? Het begon al goed, voordat we een voet buiten de deur hadden gezet. Daar begon het lieve leven ! Glad als een aal buiten. Nou we hadden vreselijk slecht geslapen. We kwamen al binnen in het N.V.-huis - nou stikvol en een lucht ! Maar afijn, na 8 boterhammen te hebben verdeeld met z’n 7 zouden de mensen gaan dansen. Dus wij zeiden tegen de jongens: naar bed. Maar jawel, in plaats van in de zaal waren ze in het varkenshok aan ‘t dansen waar wij moesten slapen. De jongens wilden nu wel naar bed. Maar het was hopeloos. Een stof van dat dansen enz. Waar wij moesten slapen.

‘s Nachts moesten steeds mensen, die met de trein mee moesten, afgeroepen worden. Mannen en vrouwen lagen bij elkaar. We hebben ons niet eens uitgekleed. Maar afijn we waren onderdak geweest. ’s Morgens hebben we 2 boterhammen verdeeld. Zo zijn we Utrecht doorgestrompeld, steeds uitglijdend. We kwamen voetje voor voetje vooruit. Na en paar uur gegleden te hebben kwamen we bij Amersfoort. Tot overmaat van ramp werd die jongen waar we mee opliepen gevorderd. Hij kon gelijk gaan spitten. Dus wij verder met z’n achten.We zijn toen naar het Rode Kruis geweest en het politiebureau en gaarkeuken, maar nergens geen eten.Dus maar weer verder. We hebben Onderweg wat karnemelk gehad. Zo zijn we in Nijkerk gekomen.

We moesten weer onderdak gaan zoeken. En een honger dat we hadden, vreselijk gewoon. We hadden de hele dag niets gegeten dan een paar bruine bonen met aardappelen die uit een emmertje gevallen waren op de straat. De jongens waren er als wolven op af gevlogen, zo’n honger hadden we. Maar afijn, we zijn de dag weer doorgekomen. We gingen naar het Rode Kruis. Die zouden ons wel eten geven en slaapplaats. Maar niets er van. Geen plaats. Zie maar dat je terecht kwam. Dus daar stonden we, koude voeten en nat, honger, moe. Daar kwamen al wat boeren. Ga daar maar naar toe zeiden ze. Daar kan je slapen ja. We waren met z’n zevenen, veel te veel. Nou ja ze zouden ons verdelen. Wij waren weer verder gesjokt naar die boer. Onderweg konden we Jan en Huib kwijt maar daar was het zo’n zooitje. Die zijn ’s avonds ook naar die boer gegaan waar Nico, Adri en die man waren. Daar hebben ze gegeten en geslapen. Dus die konden er tegen. Riet, Sjaan en ik zijn verder met iemand meegegaan. Die wist nog wel een plaats.

Dus verder maar weer, deken onder de arm en sjokken door de natte sneeuw. Wij kwamen in een badhuis terecht bij een heer alleen. Nou we hebben daar flink brood gegeten en toen geslapen. Ons goed gewassen En toen op zoek naar de jongens. Alles was gelukkig goed opgedroogd dus we konden er weer tegen. Ik kon daar in betrekking komen bij die heer. We zijn toen al bedelend in Harderwijk aangekomen en kregen daar bij de Fino een heerlijk bord soep. Dat ging uit van het Rode Kruis. Nou dat ging er in als koek. Zo sukkelend zijn we in Nunspeet aangekomen en daar stonden we weer, drijfnatte voeten, hongerig en koud. Zoeken maar weer naar onderdak.

Dat viel ook daar weer niet mee. We hoorden al gauw dat we in een school konden slapen. Dus daar maar weer op aan.Maar we waren er nog niet. Halverwege waren we en daar ging het wiel van ons wagentje doormidden. Daar waren we gelukkig vlak bij een fietsenmaker, maar die wilde ons niet helpen, wel Maandagmorgen. Maar daar konden we niet op wachten. Een man had medelijden met ons en die zou ons dan aan een wiel helpen. De jongens zouden vast naar die school gaan en wij mee terug voor een wiel. Daar mochten we even onze voeten warmen tot ons wiel gemaakt werd. Toen dat ook weer gedaan was zijn we naar ons nachtverblijf gegaan. Maar op de hoek van de straat stonden de jongens te wachten. Zij mochten niet in de school voordat we een bewijs hadden. Nico was in tussen al naar het stadhuis gegaan om zo’n ding voor ons te halen.

Hier bleef ik met mijn broertje Jan achter bij het karretje. We waren doorweekt en zó koud en het werd donker. We hebben beiden staan huilen tot de anderen ons hadden teruggevonden (HB)

Dus maar weer naar het stadhuis gesloft. Toen we weer op de hoek terug kwamen hadden de jongens gebedeld om een boterham. We moesten allemaal binnen komen en daar kregen we ieder een boterham een plak kaas en appelen. Dus dat viel mee. Toen op zoek naar de school. In ’t donker eerst verkeerd gelopen en eindelijk daar stonden we waar we wezen moesten. Naar binnen, kar neergezet en daar werden we allemaal in een lokaal gestopt na eerst voor een goed doel geofferd te hebben. Toen we daar zo nat als we waren tegen elkaar gehangen hadden kregen we een boterham. Nou we vielen ze aan. Toen kregen we allemaal een plaats om te slapen. Nou dat ging prachtig, we moesten precies in elkaar passen. Zo lagen we daar met wel 70 vrouwen in dat vieze stro. Het was precies een legpuzzel.

Toen kregen we een kopje soep. Dat was heerlijk en even daarna weer een. Toen moesten we gaan slapen. Nou daar kwam niets van.. Kakelen en schreeuwen: au mijn voeten !! En oohh mijn tenen !! Was niet van de lucht als je even ging verleggen. Nou die atmosfeer was ook niet uit te houden. Om 4 uur zijn we weer op stap gegaan. We mochten ons wagentje en onze bagage op een handwagen leggen dus dat was weer fijn. Maar we hadden weer zo’n reuze honger. Maar doorlopen weer. We hebben er maar een flink vaartje in gezet. Maar in Oldebroek konden we niet verder mee dus werd onze bagage weer op straat gezet en moesten we maar zien hoe we verder kwamen. Ik kreeg daar nog iets fijns, dus dat was helemaal fijn. Riet hield alles nog op, die vroeg steeds of we wel een eindje onze bagage op een handwagen mochten leggen.

Eindelijk lukte het. En daar ging het weer verder. Die mannen vroegen ons ook om brood. Maar we hadden zelf niets. Maar even later kwam er genoeg brood te voorschijn maar we kregen niets. Tot voor de IJsselbrug gingen die mannen. Dus wij die rommel er weer af. We hebben onze bagage een heel eind gedragen. Nico had nog even last om over de brug te komen en toen maar weer verder sjokken.

Op de brug werden we door en Duitse controleur aangehouden. Persoonsbewijzen tonen. Nico werd door de Duitser uit ons groepje gehaald en opgepakt. Maar toen greep Riet in! Wijzend op zijn geboorte datum maakte zij de Duitser kenbaar dat hij 15 jaar oud was en pas de volgende maand 16 zou worden. “SCHADE” zei de mof en hij liet Nico gaan. (HB)

Net over de brug had Riet een boer wonen waar ze al eens eerder geweest was. En toen daar maar op af. We konden geen been meer verzetten. We zijn maar zo langs de weg gaan zitten en het was zo koud! De mensen hadden zo’n meelij met ons dat ze ons meenamen. We zijn toen allemaal verdeeld en hebben heerlijk warm eten gehad. Die mensen waren zo reuze goed. Ik heb aardappelen en prinsenboontjes met konijnenbout gegeten en appel toe. Nou dat smaakte hoor ! ‘s Avonds brood met spek en ‘s morgens ook weer brood met pap. Nou we waren net zo vol. Het bekwam ons niet goed. We konden geen eten meer verdragen, zo leeg waren we geweest. We hadden appels meegekregen en nadat we overal gedag hadden gezegd was het 10 uur geworden dus we hadden een flinke rust gehad. Van Zondagmorgen 11 uur tot de andere dag 10 Uur. De weg was reuze glad. Ons wiel begon al weer gek te doen. Een melkwagen aangehouden. We konden toen een half uurtje meerijden tot Dalfsen. Toen moesten we weer lopen. Nou het had weer flink gedooid dus de straten waren vol plassen. Afijn, wij strompelden weer voort. We vroegen onderweg of we even van de W.C. gebruik mochten maken en dat werd geweigerd. Voor dank heb ik even over staan geven vlak voor de deur. Zo zijn we weer een eindje doorgelopen tot Oud Leusden. Daar waren we zo moe en het wiel stond weer helemaal krom. Toen zijn we nog even op zoek geweest naar een fietsenmaker maar die liet ons staan en de smid ook.

Het moet hier geweest zijn dat we op de deel van een boer een boterham kregen, toen Nico ons aanstootte en fluisterde “moet je daar kijken”. Op een bak met aardappelschillen lag en koek van wat eens bruinbonensoep geweest was. Achter onze ruggen hebben we stiekem stukken van die koek staan breken en gegeten. (HB)

Ze hadden geen tijd. Daar stonden we of liever daar hingen we met natte voeten en een bui vreselijk gewoon! De één schold nog harder dan de ander. Riet, Sjaan en ik hebben nog ergens een prak eten opgescharreld. Bij de smid moest ik even binnenkomen omdat ik zo akelig was. Ik kreeg 2 bekers melk en Aad en Sjaan die natuurlijk mee waren gegaan ook melk en brood. Onderwijl was er voor onderdak gezorgd. Dus konden we naar een boer toe. Wij met z’n drieën kwamen bij een boer vlakbij en hun vieren iets verder. Sjaan en ik hadden alletwee maagpijn en in de buik. Toen moesten we gaan eten, roggepap met bruine bonen. Met veel moeite kregen we wat naar binnen. Toen zijn we maar naar bed gegaan een fijn kamertje boven de koeien. Nou we hebben heerlijk geslapen.

Sjaan was de volgende morgen niet lekker, maar ja we moesten door, anders kwamen we er nooit. Dus ondanks maag en buikpijn door maar weer. We waren al een flink stukje onderweg en daar zakte ons wiel weer door. Gelukkig net voor iemand die ons kon helpen, maar we hadden toch weer aardig oponthoud. Maar ja, we rusten weer wat uit. We zagen ook een V1 opstijgen. Dat maakte een hels lawaai. We zijn toen gekomen tot Mariënberg. Daar hebben we weer onderdak gezocht. Wij zijn toen bij Timmermans terecht gekomen en hun met z’n vieren naar Hulzebos. Daar hadden ze zo’n “hartelijke ontvangst“,dat ze na 5 minuten weer weg zijn gegaan. Nico had daar gelukkig kennissen wonen. Ze zijn toen daar naar toegegaan. ‘s Morgens om 9 uur zijn we het laatste stukje gegaan. We hebben toen een auto aangehouden. Die zou ons een eindje wegbrengen. Hij heeft ons toen meegenomen tot Hardenberg. Daar hebben we weer een melkwagen opgezocht die ons meegenomen heeft tot Bruchterveld. We hadden eigenlijk net zo goed van Mariënberg naar Bruchterveld kunnen lopen, dan hadden we lang niet zo koud geweest en waren we er nog eerder geweest. Maar afijn, we waren er.

Toen zijn we naar die kennissen van Riet toegegaan. Die wisten niet wat ze zagen. Ze hadden op 2 man gerekend en ze kregen er 5. Maar het eten werd verdeeld en zo hadden we toch genoeg. Toen is die zoon Dirk en Ab op zoek geweest voor onderdak. Nou dat viel nog lang niet mee. Wij zijn toen bij de bakker geweest om te vragen of Aad daar kon slapen, dan zouden Sjaan en ik bij Riet in bed kruipen. Toen we thuis kwamen hadden de jongens voor ons een plaatsje gevonden. ’s Avonds hebben we daar weer gegeten, Sjaan naar bed gebracht en wij zijn met Betty en Feigje, Ab , Dirk, Riet en ik op visite geweest. Eerst hebben we Aad naar de bakker gebracht en wij verder. Na eerst koffie te hebben gedronken met koek zijn we naar de deel gegaan. We hebben toen spelletjes gedaan en wij meedoen met onze stijve ledematen, blindemannetje enz. Een gehol, nou! Riet en ik waren nog geen dag in Bruchterveld of we moesten al een zoen geven aan één van de jongens, maar dat moest zo voor een spelletje. Om 2 uur waren we thuis. Onderweg ben ik nog in een sloot gezakt, dus was ik weer nat. Toen gauw naar bed. We waren zo moe als een hond. We hebben toen geslapen tot 9 uur. Eerst hebben we daar nog gegeten. Toen zijn we naar ons eigen huis gegaan. Aad is nog eerst bij mij geweest.

Gistermiddag is hij ook weggegaan. Nou die wil daar niet meer vandaan. Zo zijn wij allemaal goed terecht gekomen. We dachten dat alles afgelopen was, maar niets hoor. Sjaan kon het eerst helemaal niet wennen. Huilen, niet eten en maar op een stoel hangen. Maar dat veranderde wel gauw want ze had daar afleiding genoeg. 19 januari, mijn 20ste verjaardag, die vergeet ik nooit. Ik heb maar niet gezegd dat ik jarig was.’s Middags kwamen Aad, Riet en Sjaan op visite en die feliciteerden mij. Nou zei die boer: “Ben je jarig?, dat had je ook wel kunnen zeggen, maar verder is er niet over gesproken. ‘s Middags ben ik met Sjaan meegegaan. Daar feliciteerden ze me. Daar gegeten en weer naar mijn huis en even zitten praten en naar mijn bed. Dat bestond uit los stro, lakens, kussen, 2 dekens en een stel jassen. Maar afijn, ik sliep. Verder viel er weinig te beleven. 2 x nog een spinavond die in het begin wel leuk waren, maar later gingen vervelen. Een paar dagen heb ik griep gehad en naar de W.C. lopen maar. Dat knapte al gauw op. Het eten was daar erg vet maar niet smakelijk. De mensen waren reuze goed voor ons.

Tot op een dag dat ik moest komen naaien bij vrouw Kampman, waar Aad was. Er kwam een schoolmeester. Hij zat zo het één en ander te vertellen en ook dat hij uit Vriezeveen kwam. Dus daar was Aad direct vol over. Hij vertelde ook dat er 3 kinderen vermist waren, die in Vjenne aan moesten komen Uit Rotterdam. Ze waren al 4 weken onderweg en ze hadden van het Rode Kruis bericht gehad dat ze verongelukt waren bij een vliegtuigaanval.. Wij vroegen toen waar die kinderen naar toe moesten omdat Aad wel wat mensen kende. Nou naar Tolbert en Schippers. Oh, zei ik, dan zijn wij die vermiste kinderen. Toen moesten we vertellen hoe het kwam dat wij in Bruchterveld waren. Ik zei: “Met de Kerstdagen heb ik een brief meegegeven aan mijn vriendin voor Tolbert om te vragen of we daar konden komen maar we kregen helemaal geen antwoord, dus dachten we, we kunnen daar niet komen, dus kijken naar een ander onderdak. Het eten ging thuis op dus moesten we wel weg. Zo zijn wij dus vertrokken en op Bruchterveld aan gegaan. Steeds had ik al eens naar Vriezeveen aan willen gaan maar door het slechte weer steeds maar weer uitgesteld. Maar toen ik dat hoorde dat we in Vjenne konden komen ben ik direct de volgende dag op de fiets gesprongen en naar de familie Tolbert gegaan. Toen hoorde ik weer dat hele verhaal. Afijn, we hebben toen zo afgesproken dat we hier zouden komen.

Thuis wisten ze niet beter of we waren in Vriezeveen, want oom had naar huis geschreven dat we konden komen maar dat wisten wij niet. Op 14 februari zijn oom Tolbert en Dine Schipper ons in Bruchterveld komen halen en hoefden we gelukkig niet te lopen want ze hadden fietsen meegebracht. Ons wagentje wat zo trouw was gebleven onderweg moesten we achter laten, dat zou met een vrachtrijder meekomen. Maar die werd onderweg opgepakt wegens zwarte handel en daar stond ons wagentje. Alleen een fatsoenlijk man heeft er voor gezorgd dat de schoolmeester van Bruchterveld hier ons wagentje weer naar ons heeft gebracht. Ik was blij dat ik uit Bruchterveld weg was. Die mensen waren er reuze hartelijk en goed voor ons maar wij zijn dat boerenleven niet gewend. Je mist er de huiselijkheid, dat hadden ze daar niet. Er viel daar niets te beleven. Iedere dag het zelfde Zondag en door de week. De mensen waar wij bij in huis waren vonden het wel erg toen we weggingen. Ze waren zo aan ons gewend.

Toen ik in Hengelo was voor een weekend waren oom en Dine Schipper Aad gaan halen omdat er evacuees zouden komen. Dan hoefden hun ze niet te nemen als Aad er was want ik heb toen ik in Vriezeveen was gezegd dat we zouden komen. Aad had toen gehuild en gezegd dat hij niet wist wat hij doen moest omdat hij er toen niet was. Kampman was toen niet in huis geweest en zijn vrouw had gezegd: ga dan maar mee maar dan moet je Maandag maar weer terugkomen. Maar Aad had het in Vjenne zo naar zijn zin, die wilde niet terug. Hij is toen met oom en Dine meegekomen om gedag te zeggen en zijn goed te halen. Zo zijn wij hier in Vriezeveen aangeland. Daar hadden we het direct al veel beter naar ons zin. Vooral de gezelligheid die nu dubbel prettig was omdat we die in Bruchterveld helemaal niet gehad hadden. We konden hier vandaan ook geregeld post naar huis met iemand meegeven. Ook naar Henk konden we schrijven en meegeven over de grens. Maar hoe goed we het hier ook hebben steeds denk je aan thuis, hoe zouden pa en moe het maken? Zou moe op bed liggen?

Zou Riet al beter zijn? Hoe zou het met Frans gaan? Je krijgt wel post, maar daar schrijven ze toch alles niet precies in. Na een week zou ik hiernaast bij die mensen gaan en ‘s nachts hier slapen. Dat was ook wel leuk maar het was zo’n sleur: kopjes wassen, vegen, stoffen, dweilen, zo eentonig! Totdat Riet Bunk kwam. Die zou hier naast gaan en ik weer bij Tolbert. Dat was wel gezellig. Maar Riet wilde toch liever terug naar Bruchterveld. Nu ze eenmaal weg is, is het wel zo gezellig weer. Je bent niet zo gebonden, je kan gaan en staan waar je wil. Toen Riet weg was ben ik gewoon hier gebleven. In Wierden ben ik 3 dagen gaan helpen met slachten. Dat was weer eens wat anders.

Daarna weer 3 dagen naar Bruchterveld geweest om te naaien. Zo bleef je maar zwerven van de één naar de ander . Maar als ik toch weer hier kwam was het weer fijn gezellig. Soms had ik wel eens het gevoel dat oom en tante het fijn vonden als ik wegging maar daar dacht ik op het laatst maar niet eer aan. Ze waren altijd even hartelijk. 14 dagen later ben ik bij Hamhuis Bruchterveld) weer een paar dagen geweest met slachten. Daar viel nu een onverwachte Zondag tussen, een biddag. We zijn toen ‘s middags een heel eind wezen roeien. Het was zulk prachtig weer en haast geen wind. Om 11 uur waren we thuis. Hamhuis was gelukkig nog op.

PART 2/4: VOORBEREIDINGEN voor de HONGERFIETSTOCHT
van KITTY DEUTEKOM en RIET BUNK
van VRIEZEVEEN/BRUCHTERVELD naar ROTTERDAM.

‘s Middags had ik met hem afgesproken dat we de volgende dag de weg op zouden gaan om wat op te halen want we wilden naar Rotterdam. Ik had al veel eerder willen gaan, maar steeds was het slecht weer en dan kwam er dit weer en dan dat tussen. Donderdag heb ik toen een fiets gepakt en een zak, en zo de boeren langs. Tenminste dat had ik gedacht. Maar nee hoor ik was nog geen kwartiertje weg of daar ging mijn band. Dwars door de buitenband heen. Afijn, ik mijn fiets naar een fietsenmaker gebracht die natuurlijk niet thuis was en ik ben gaan lopen, iedere boerderij op en afijn, maar bedelen. Bij de één kreeg je een ei, bij die een homp brood of roggebrood, bij een ander een kopje rogge, bij weer een ander een zakje boontjes, worstje en zo ging het maar door. Maar iedereen gaf haast wat al was het nog maar zo’n klein beetje.

Op het laatst kon ik haast geen voet meer verzetten en die zak werd hoe langer hoe zwaarder. Half 7 was ik weer terug bij de fietsenmaker maar wie er was, nog steeds geen fietsenmaker. Hij kon zo thuiskomen. Ik mocht mijn bagage daar laten staan en met een andere fiets ben ik toen nog even naar Hamhuis gegaan en naar Muis en naar Kampman. Van hen kreeg ik ook nog vlees, worst en spek. Zo had ik nog heel wat bij elkaar gesleept. Ik heb toen met Riet Bunk afgesproken, dat we Dinsdag 7 uur naar Rotterdam zouden gaan op de fiets. Toen met een gangetje naar mijn fiets.

Maar het was al 7 uur geworden en nog stond mijn fiets daar stuk. Net was ik van plan om maar een nacht langer in Bruchterveld te blijven toen de langverwachte fietsenmaker aankwam. Die zou even mijn fiets maken. Maar daar moest hij een grote lap voor hebben van buitenband. Ik weer een paar boerderijen afgerend en had eindelijk een stuk te pakken. Om kwart voor 8 was mijn fiets klaar. Mijn bagage opgepakt en daar ging ik op Vjenne aan. Het was anderhalf uur fietsen en om 8 uur moesten we binnen zijn. Nou ik had geen 20 minuten gefietst of ik kon niet verder. Die lap buitenband was er tussen uit geschoten. Dus kon ik gaan lopen.Het was flink donker geworden.

Daar stond ik in mijn eentje. Mijn wiel wilde niet draaien want die lap was aan de ene kant vastgemaakt met ijzerdraad. Dus dat kon ik niet los krijgen. Een zak met rogge, een tas met een hoop levensmiddelen, 11 eireren in mijn zak en een kapotte fiets die niet rijden wilde. Maar afijn, er zat gelukkig een touw om die zak. Dat er in het donker afgepeuterd en om mijn band heen gedaan. Proberen te rijden. Nee, het feest ging niet door. Weer er afgehaald. Het was ook zo donker. Toen weer geprobeerd en het ging toen. Maar flink de pas er in en daar ging het stelletje. Steeds zag je een auto opdoemen uit de duisternis. Maar even langs de kant en dan maar weer verder als het gevaar geweken was. Al zo sloffende was ik om half 11 thuis. De familie wilde juist ter ruste gaan maar het ging het eerste uur niet door. Eer ik alles uitgepakt en gegeten had was het 12 uur geworden. De volgende dag ben ik hier weer de boer opgeweest, de fiets in orde laten maken en toen maar wachten tot Dinsdag en hopen op mooi weer.

PART 3/4: DE HONGERFIETSTOCHT
VRIEZEVEEN/BRUCHTERVELD
- ROTTERDAM v.v.
VAN KITTY DEUTEKOM EN RIET BUNK.

Dinsdagmorgen 5 uur. Storm, regen en hagel. Ik dacht: “mooi zo, niet naar Rotterdam”. Even er uit geweest, hoofd buiten de deur gehouden - te slecht weer. Weer naar bed. Om 6 uur knapte het op. Tante was er ook zo uit. Toen vliegensvlug me klaargemaakt. We hadden de vorige avond zo veel mogelijk klaargemaakt. Om kwart over 7 ging ik weg. Nog geen 5 minuten weg of mijn lading begon te zakken. Weer terug en op nieuw opgebonden. Toen ging het beter. Die fiets trapte zo zwaar. Ik kon haast niet vooruit komen. Dan al die bagage. 45 pond rogge, 15 pond bonen, 2 pond bruine bonen, 3 roggebroden, 3 stoeten (broden, HB), roggevlokken, olie, melk, vlees, worst en spek. Ik had de wind pal voor. Maar afijn, tanden op elkaar en doorzetten. Riet was gelukkig ook laat. Die kwam met een fiets ook volgeladen met haar schippertje aanwaaien. Henk heeft toen alles opgepakt en daar gingen we, samen tegen de wind in. Tot Den Ham hebben we het volgehouden. Toen kon ik niet meer. Ik kreeg mijn fiets met geen mogelijkheid vooruit. Bij een fietsenmaker heb ik mijn fiets na laten kijken. Die heeft mijn wiel goed gezet en toen ging het beter. Die autoband (strip van een autoband als fietsband. HB) liep helemaal aan. Geen wonder dat hij zo zwaar trapte. Toen ging het beter.

Om 12 uur waren we na veel zwoegen en zweten in Ommen. Bij kennissen hebben we toen middageten gehad en om 1 uur zijn we weer op de fiets gestapt en op Zwolle aan. Aan die weg kwam geen eind. We waren half uitgedroogd. Het was smoor heet en een storm! We hebben gelukkig Zwolle nog gehaald en daar stonden we voor de gevreesde IJssellinie. We zijn toen naar Spoolde gegaan. Daar woonde die boer waar we op de heenreis ook waren geweest. Nou daar werd ons niets geen moed ingesproken. Er was geen doorkomen aan en als je er door wilde en doorgang kreeg dan werden al je levensmiddelen afgepakt door onze “landgenoten”, de C.C.D. Die stonden je al op te wachten om je te “helpen”. Om 8 uur zijn we even gaan kijken hoe het ging. Maar geen kans om er door te komen. We zijn toen maar weer naar die boer gegaan. In eten hadden we geen trek. We zijn toen maar naar de deel gegaan. Daar konden we boven de koeien in het hooi kruipen. Maar ja, we hadden onderdak. 2 mannen waren daar ook en die zaten daar al 14 dagen te wachten om over de brug te komen. Ik heb de hele nacht geen oog dicht gedaan vanwege de ratten en de muizen en dan die 2 kerels die een verdieping hoger lagen in het stro.

Om half 5 werden we geroepen. Er stond melk en brood voor ons klaar. We zijn toen maar weer op de fiets gaan zitten en naar de brug gegaan. Geen doorkomen aan. 6 dubbele controles en de C.C.D. We hebben nog even staan wachten en daar kwam een auto. Wij vragen of we meevochten. Nee, dat kon niet. We zijn toen naar de C.C.D. gegaan. Ook dat was niets. We hebben toen maar even staan kijken en daar kwam een vleesauto aan die al gecontroleerd was. We zijn toen gaan vragen of we in die auto mochten zitten. Nee, was te gevaarlijk, want als die moffen je zien schieten ze. Na veel soebatten en smeken mochten we toch mee. Nou we knepen hem hoor! Zo zaten we dan met fiets en bagage boven op het kalf. Maar we gingen. 1e, 2e, 3e controle, alles ging. De 4e schreeuwde “halt!”, maar de chauffeur hoorde niets, dus reden we door. Eindelijk waren we er. Dat waren angstige momenten geweest. We konden niet geloven dat we er door waren. Eerst hebben we een beetje gek gedaan, elkaar gefeliciteerd. En toen weer op de fiets gaan zitten en daar gingen we weer, op huis aan. We hebben doorgetrapt tot Hoevelaken. Toen konden we niet meer. Die storm hield maar zo aan. Bij 3 tot 4 boerderijen om onderdak gevraagd. Niets hoor, ga daar maar, daar mag het wel. En steeds maar verder.

Toen de laatste boerderij. We hadden juist afgesproken om maar een uurtje langs de kant te gaan liggen en dan vannacht maar doorfietsen. Maar het was gelukkig niet nodig. We mochten binnenkomen. We werden goed ontvangen. Maar we zagen er uit!!! Zwart als de kachel, ongekamde haren, want we waren alle twee onze kam vergeten. Mijn jas onder het bloed van het kalfsvlees. Afijn, we kregen koffie met brood en konden ons wassen. Na even gepraat te hebben vielen onze ogen haast dicht toen konden we naar de deel en weer in het hooi boven de koeien. We hebben onze kleren maar weer aangehouden en ons in een deken gerold. Maar slapen, ho maar. Overal krioelden muizen over je heen en het was een herrie van die koeien en de storm. Half 5 kwam die boer ons roepen. Er stond voor ieder een pakje brood klaar. En daar gingen we weer. Het was weer prachtig weer, maar storm pal tegen.

Onderweg niets beleefd. Alleen een vreselijk eentonige weg. Amersfoort - Utrecht, klimmen en dalen. Eerst pech met Riet’s bagage. Steeds zakte het en tot slot heel de bagagedrager stuk. Een fietsenmaker, die vlug was, was in anderhalf uur klaar om die bagagedrager te maken. We hadden intussen gegeten en toen konden we weer verder. We hadden toen zo’n poosje doorgefietst en in eens een klap, mijn autoband was er afgelopen. Wat nu? Al de bagage er af, fiets op de kop en trekken, duwen, schelden. Niets hoor, we kregen hem er niet op. Wachten! Daar kwam een boerenkar aan met moffen er bij. Gevraagd of de fiets en bagage op de wagen mocht en daar ging het een uur lang. Heel langzaam tot we in een dorp kwamen bij een fietsenmaker. Erg hulpvaardig waren ze niet. We zijn toen bij een schilder aangeland en die heeft hem er goed omgelegd. En daar ging die weer, op Rotterdam aan. In Waddinxveen hebben we het opgegeven. We konden niet verder. Langs de kant hebben we gelegen om uit te rusten.

Dorst!!! Onze lippen waren gesprongen van de droogte en van die wind. Overal weer om onderdak gevraagd. Geen kans. Naar het Rode Kruis gebouw en daar sjokten we weer door. Afijn, we zijn daar gekomen. We kregen 3 borden soep van bieten en iets wat niet te zien en te proeven was wat het was. Om half 8 lagen we in het stro, weer met onze kleren aan. Dat was de derde dag. Toen hebben we geslapen. De volgende dag, zo stijf als we waren, ongekamde haren, slaperige gezichten, begon de laatste etappe. Nog een oneindig stuk en daar in de verte, eindelijk zagen we ons geliefde Rotterdam. We begonnen steeds harder te trappen. Maar oh!!, wat was die stad achteruit gegaan. Hopen vuil, kinderen vies en vuil, overal muizensnoetjes op bieten knabbelend, vreselijk gewoon. Wij schaamden ons dat we er zo goed uitzagen. We waren bruingebrand en goed doorvoed. En dan die kinderen!!! Wat waren wij blij dat onze jongens daar waren en er zo goed uitzagen.

Er stond haast geen boom meer, geen schutting, niets geen hout. Alles gebruikten de mensen om hun armzalig potje bietensoep op te koken. En die uitgehongerde gezichten!!! Toen de thuiskomst. Moe was alleen en ik kwam gewoon achterom binnen. Nou, dat gezicht, dat was gewoon prachtig. Nou ik was blij dat moe er nog goed uitzag. Voor pa wilde ik wegkruipen, maar de buren hadden het hem al verteld. 5 dagen ben ik er geweest, maar de bel heeft niet stil gestaan. Steeds visite. We waren blij als ze weggingen, dan konden we eens rustig praten. Frans en Riet zijn juist de vorige week ook weggegaan naar Vriezeveen, ook lopen. Voor het eten hoefden ze niet weg te gaan. Maar het was verschrikkelijk. De mensen werden op straat zo maar neergeschoten. Het is gewoon zenuwslopend als je die verhalen hoorde. Mensen sterven gewoon op straat. Lijken staan soms 14 dagen boven aarde, zonder kist. Dat hebben de moffen gebracht, beschaving en orde. Aan die dagen kwam ook weer een einde.

Dus we spraken af op Dinsdag weer naar Vriezeveen te gaan. Dat viel wel niet mee, maar het was beter. Om 6 uur zijn we weer op de fiets gestapt en daar ging het, met zomergoed en badpakken. In Utrecht hadden we nog even oponthoud, want die fijne landwacht was aan het fietsen vorderen voor, wat we een paar dagen later zagen, het grote leger naar zijn “Heimat”te laten vluchten. Op fietsen zonder banden, daar ging het mooie leger!! We zijn toen ’s avonds in Voorthuizen gekomen. Daar hebben we in een paardenstal geslapen. Ook daar zaten weer muizen. Dat merkte ik aan mijn brood, dat half opgegeten was de volgende morgen. Toen naar Deventer. Een brutaal mens heeft de halve wereld. Wij stevenden direct op de IJsselbrug aan. Die moffen zijn nog zo gemeen om onder aan de brug te gaan staan. Wij stonden aan de andere kant van de brug en daar stond de controle. ‘Zurück” was het eerste wat wij hoorden.

We hadden nog geen papier laten zien. Daar stonden we. Riet had een papier dat ze in Bruchterveld gevestigd was. Eindelijk na veel geklets in het Duits mocht zij door. Nu ik. Ik liet een vies papiertje zien van dat ik mijn persoonsbewijs was verloren. Afijn, of hij nu geen Hollands kende of wilde lezen, in ieder geval vroeg hij of dit mijn ausweis was. Ik zei ja en ik mocht door! Hoe bestaat het, was niet om te geloven! Nou, we vonden eerst geen van tweeén een woord te zeggen. We deden toen op het laatst zo gek. We zaten ons naar te lachen. Om 4 uur waren we in Hierden zonder pech. Daar hebben we toen even uitgerust en daar stonden ook nog een deel van Hitler’s soldaten, jongens van 16 jaar. We mochten toen in een evacuatiehuis binnen komen. Daar hebben we een flinke prak eten gehad, wat ons buitengewoon smaakte. Riet is toen naar Bruchterveld door gefietst en ik naar Vjenne. Daar hoorde ik dat Riet en Frans net ‘s middag doorgegaan waren naar Hengelo. Ik was net op tijd in Vjenne, want de volgende dagen begon het getrek en gedwoel met die moffen.

De Canadezen waren overal opgetrokken en de Duitse Wehrmacht werd overal in elkaar gerammeld. We hebben vooral die Zondag zitten genieten hoe die moffen voorbij trokken, gewonde, kreupele moffen met één schoen en een kous zonder wapenen. We wilden juist naar de radio gaan luisteren. Toen kwam er weer zo’n stoet aan, 20 man met een geweer. Die gingen net voor het huis uitrusten. Dus de radio moest maar weer naar z’n schuilplaats achter het behang. Toen een paar spannende dagen: Hengelo, Enschede, Borne en Zenderen gevallen, Canadezen in Almelo. We konden het niet geloven dat de bevrijding zo dicht voor de deur stond.

PART 4/4: DE BEVRIJDING VAN OOST NEDERLAND

Toen eindelijk, Donderdag 5 april kwamen de eerste pantserwagens. Een gejuich en gezwaai, de hele dag door. Toen je die Tommy’s zag, werd je even koud. Je kon het niet geloven, weg onder die druk, VRIJHEID!!! Toch dacht je weer direct: "Zouden ze het thuis weten?" Zondag 8 april ben ik naar Hengelo gegaan. Het mocht eigenlijk wel niet, maar een vluchteling heeft hier een streepje voor. Dus ik kwam in Hengelo. Nou dat was een gezoen en een handjes geven! Frans was ik op straat al tegengekomen met een geweer en een blauw overal aan. Even later oom Bas ook in uniform van de N.B.S. In Hengelo was het echt feest; bioscopen waren los; dansen op straat; het echt gezellig overal. Maandagmorgen ben ik weer teruggegaan. Vriezeveen feest niet. Ze voelen dat de mensen in het Westen honger en ellende hebben.

Kitty Deutekom

Huib Bunk wrote:

On january 10 1945 we started walking from the Lange Hilleweg, Rotterdam with destination Bruchterveld (municipality Hardenberg), Overijssel. Our group consisted of 7 persons of two families:

Kitty Deutekom (19 years)
Aad Deutekom (13 years)
Sjaan Deutekom (11 years)

Riet Bunk (19 years)
Nico Bink (15 years)
Huib Bunk (12 years)
Jan Bunk (11 years)

We transported our baggage in a case fitted upon 2 bicycle wheels without tires. Nico was pulling the case with a rope. The Bunks had found good addresses before, in 1943, with the families Holtvluwer and Telman in Bruchterveld. The Deutekoms were welcome to stay with family in Vriezeveen (Vjenne).

The diary that follows here has been completely written by Kitty Deutekom. I, Huib Bunk, have only a few personal recollections. These are added where indicated with (HB)

PART 1/4: DIARY OF THE HUNGERTOUR TO BRUCHTERVELD/VRIEZEVEEN (and beyond)

Our departure took place at 7.30 in the morning on Wednesday, January 10 1945, from Rotterdam. We started walking with 7 persons and a little cart with our baggage. We walked all the way to Gouda where we drank some soup and ate something. One Wheel of our cart almost collapsed. We went looking for a bicycle repair shop. Nobody wanted to help us. We continued our trip. But then we could put our little cart on a carrier of German soldiers. We had planned to be the very night in Utrecht but the horse fell and we had to walk again. A little further on we could get a ride with another carrier but then the carrier could not get any further because of the slippery road.

So, off the carrier again and there we stood in Haastrecht. We started looking for shelter for the night, but nowhere. So on and on we walked. We then arrived at a monastery. Just in front of the door our wheel broke. We were invited to enter the monastery and our little cart was repaired by one of the monks. We got warm food and they will take us to a farmer for the night to sleep. Tomorrow we will go on. We have been very fortunate. We got bread and bacon. On the road the next day we did not meet with any particular happening. In Montfoort we got half a loaf of bread from a baker. We saved it for the night. In Montfoort our wheel almost broke again. Just in time came some guarding angles, that is, 2 men with a barrow and we could put our baggage on their barrow and help them to pull it. Thus we were saved again. In this way we arrived in Utrecht, almost on our knees.

At this moment we are in the N.V.-house and we can sleep here and get a cup of coffee, all for 1 guilder. Tomorrow we hope to arrive in Nijkerk. Whether we will succeed, we don't know. In Nijkerk we did arrive. But how!! The day did not start so well again. Already before we had put one foot outside of the door the trouble began. The road was as slippery as an eel. We had slept very badly. When we entered the N.V.-house it was crowded inside and the air was just terrible. We distributed 8 sandwiches among our 7 persons. People started to dance, so we told the boys: You go to bed. But instead of dancing in the dancing hall they were dancing in the 'pigpen' where we had to sleep.

Now the boys wanted to go to bed, however it was helpless. There was so much dust caused by the dancing etc. at the place where we had to sleep. Frequently during the night they called over people who had to catch a train. Men and women lay together. We did not undress, but anyway , we did have shelter for the night. In the morning we divided 2 slices of bread among us. Then we started stumbling through Utrecht, slipping all the time. We were proceeding foot by foot. After having been slipping for a few hours we arrived at Amersfoort. To make things worse the boy who belonged to the barrow and who was now walking with us was apprehended by the Germans. He had to go digging right away.

Then we continued our walk with 8 persons. We went to the Red Cross and the police station and also to the eating-house but no where was there any food. We started walking again and on our way we got some buttermilk. At last we arrived in Nijkerk. We had to find shelter for the night again. We were starving from hunger, it was so terrible! We had not eaten anything during the whole day but for a few brown beans with some potato's that fell of a cart on the street in Amersfoort. Because they were so hungry the boys had jumped at it like wolves. But we had survived this day again. In Nijkerk we went to the Red Cross. We expected them to give us some food and accommodation for the night. But the answer was 'no', no place, try somewhere else'. And there we stood again, cold feet, wet hungry and tired. At that moment some farmers passed. 'Go to that place' they said, 'you can sleep there'. We were 7, much too many. Well they would split us up. We stumbled further to the farmer's place.

On our way we could leave Jan and Huib at one address, but it was such a terrible disorder in that house that they wanted to leave again. Late at night they were brought to the farm where Nico, Adri and the man of the barrow were. There they could sleep and eat a little and were ready to go the next day. Riet, Sjaan and I went on with somebody else. He knew a place for us.. We joined him, blanket under the arm, trudging through the wet snow. We came to a public-baths ran by a man alone. From him we got quite some bread and then we went to sleep. The next day we washed up well and went searching for the boys. Fortunately everything had dried well and we could continue our journey. I could have gotten a job the man had offered me.

While begging continually we arrived in Harderwijk where we got a delicious plate of soup at the Fina factory. It was supplied by the Red Cross and it tasted like cake! Thus stumbling we arrived in Nunspeet and there we stood again, soaking wet feet, hungry and cold, looking for shelter for the night again. Again it was not easy to find accommodation, but we were told that we could sleep in the school. And so we went there. We were half way towards the school when the wheel of our little cart broke in two pieces. Fortunately we were close to a bicycle repair shop but the owner did not want to help us, we should come back on Monday-morning. We could not wait that long. Luckily a man who felt pity for us gave us another wheel. While the boys went to the school already we went back with the man to get the wheel. During he repaired the wheel we could warm our feet inside the house. After he had finished we went to our night-residence. But the boys were waiting at the corner of the street. They were not allowed to enter the school without a permit. In the meantime Nico had gone to the town hall to get a permit.

Here I was left behind with my little brother Jan and the cart. We were soaked and we were so cold and it was getting dark. Both of us have been crying there until the others found us again (HB)

So, we also staggered to the town hall. When we came back to the corner of the street where the boys were they had been begging for a piece of bread and now we all could come into the house and each of us got a sandwich, a slice of cheese and an apple. We absolutely were delighted. Then we went searching for the school. In the dark we went the wrong way but finely arrived at the right place. We went inside, parked our little cart and then , after having made a contribution to some good cause, we were pushed into a classroom. We were hanging against each other for a while, wet as we were, we got a slice of bread. We actually attacked it! We then got a very small place to sleep where we had to fit in very accurately. There were about 70 women in that dirty straw. It was exactly a jigsaw puzzle.

We got a cup of soup after which we should go to sleep. That was no success. People chattered and screamed: ouch, my feet and oooh my toes!! Those were the sounds when you tried to turn around. We could not bear the atmosphere there. At 4 o'clock in the morning we left. We were allowed to put our little cart on a barrow, so we were lucky again. But we suffered tremendously from hunger. Never the less we started with a good speed. In Oldenbroek we had to separate from the people with the barrow. Our baggage was put on the street and we had to find our way again. Riet encouraged us as much as possible. She continually asked people if we could put our baggage on their barrow for a while and finely she met with success. The men of the barrow asked us for bread but we did not have any ourselves. Sometime later de men proved to have quite some bread but we did not get anything. These men were not going across the IJssel Bridge and we had to take our baggage off the barrow again. Over quite some distance we carried our baggage. Nico had some problems to get over the bridge.

On the bridge we were stopped at the German checkpoint. We had to show our identitycards. Nico was taken apart from the group. The German wanted to hold him. But then Riet stepped forward. Indicating his date of birth she let the German know that he was 15 years old and that he would not be 16 until next month February. 'SCHADE' the Kraut said and he let Nico go. (HB)

Riet knew a farmer just beyond the bridge where she had been before. We decided to go to that farm. We could not put one foot before the other anymore and we sat down on the side of the road and it was so terrible cold! Out of pity people invited us and we were divided over different houses. All of us have been eating warm and delicious food. These people were very, very good. I ate potato's with green beans and rabbit meat and an apple as desert. Every thing tasted delicious! In the evening we got bread and bacon and in the morning bread and porridge. We felt completely loaded. However, it did not do us any good. We could not stand the food anymore because our stomachs had been empty for such a long time. We received more apples and after we had said good bye it was 10 o'clock. We had enjoyed a good rest, from Sunday morning 11 o'clock till Monday 10 o'clock. The road was very slippery. Our wheel got crooked again. We stopped a milk wagon. We could get a ride of half an hour as far as Dalfsen. Then we had to walk again. It was thawing and the streets were full of pools. We stumbled further. On our way we asked if we could make use of the toilet which was refused. As proof of my 'appreciation' I have vomited right in front of the door. We continued our journey and arrived in Oud Leusden. We were so tired and the wheel of the little cart broke. We found a bicycle repair shop but the owner did not want to help us. We went to the blacksmith. He did not have time for us.

It must have been at this place that standing in the barn of a farm where we got a slice of bread that Nico secretly nudged us whispering: 'look at that'. On a bowl with potato peels lay a cake of what had been soup of brown beans. Secretly behind our backs we have been breaking and eating pieces of the cake. (HB)

There we stood, or rather, there we hang with wet feet and a terrible mood! All of us were teasing at each other and at every thing else. Riet, Sjaan and I have been lucky to get a bit of food somewhere. I was invited into the blacksmith's house for a while because I was so sick. I got 2 cups of milk and Aad and Sjaan who had come with me got some milk and bread. In the meantime the others had found shelter for the night. We could go to a farmer, the three of us at one farm, the other four at an other farm  close by. Sjaan and I both suffered from stomach-ache. We were invited to eat. Rye porridge and brown beans. We did our utmost to eat some food. Finely we could go to bed. We got a very nice little room above the cows and we slept well.

Sjaan did not feel well the next morning, but we had to go anyway, otherwise we would never arrive. So, in spite of stomach-ache we left. We had walked over quite some distance when our wheel broke again, fortunately just in front of somebody who could help us but it caused quite some delay. Anyway, we got some rest again. We saw a V1 being launched. It made a tremendous noise. We came as far as Marienberg that day and there we stared looking for accommodation for the night. We found a place with the Timmermans' family and the other four with Hulzebos'. But they were received there in such a 'cordial' way that they left again within 5 minutes. Nico knew some acquaintances there and there they went. At 9.00 the next morning we started for the last stage. We stopped a carrier and the man took us as far as Hardenberg. There we found a milk wagon which took us all the way to Bruchterveld. It went so slowly that we could have walked from Marienburg to Bruchterveld and still would have arrived sooner and we would not have been that cold. But we arrived!

We went to the family Telman and Nico and Jan to the family Holtvluwer. They were amazed. They expected 2 persons and now they got 5. The food was distributed among us and there was enough for everyone. Dirk Telman and Ab went looking for accommodation for Aad, Sjaan and me. That proved not to be so easy. We have been to the baker's and Aad could sleep there. Sjaan and I could sleep in Riet's bed. When we came home Dirk had found a definite place for us to stay. In the evening we ate with the family Telman. I brought Sjaan to bed and after bringing Aad to the baker's we, Betty, Feigje and Dirk Telman and Ab, Riet and I went visiting other people in the village. We got coffee with cake and went to the threshing floor where we had to participate playing games like blind man's bluff etc., a lot of running around with our stiff limbs.

Riet and I were just one day in Bruchterveld when we had to kiss one of the boys. At 2 o'clock we were back home. I fell into a ditch on our way back home and so I was completely wet again. We went to bed immediately We were dog-tired and slept till 9 in the morning. After breakfast we went to our own place. Aad came to visit me and told me that he did not want to leave there anymore. So, finely we all found a good shelter. We thought that every thing was well arranged now but Sjaan could not get used at all. She wept all the time and did not want to eat. She was just hanging on her chair. Yet it changed rapidly since there was sufficient diversion at her place.

January 19, my 20th birthday. I will never forget that day. I did not tell the farmer that to-day was my birthday and when Aad Riet and Sjaan came to visit me in the afternoon and congratulated me the farmer said: 'Oh, is it your birthday to-day?, You could have told us', and that was all that was said about my 20th birthday. In the afternoon I went with Sjaan to her place and there they congratulated me. We ate there and then I went home again and to bed. My bed consisted of straw, sheets, a pillow, 2 blankets and a couple of coats, but anyway, I slept. There was not very much to do there. We have been twice to a so called youngster's night but those were rather annoying. I got the flu for a few days and I was running up and down the toilet but soon I recovered. The food was very fat and it was not tasty. However, people were very kind to us.

One day I was asked to come to sew at Mrs. Kampman's where Aad was living. There I met a schoolteacher. He came from Vriezeveen and was telling all kinds of stories. Aad was very interested. The teacher told us that 3 children who should have come to Vriezeveen from Rotterdam had disappeared. They left Rotterdam 4 weeks ago and a message from the Red Cross had been received, telling that they had been attacked by airplanes and that they had been killed. We asked the teacher where the children were supposed to go because Aad knew a few people in Vriezeveen. The teacher said they should have gone to the families Tolbert and Schippers. 'Oh', I said, 'then we are those children'. We explained why we were in Bruchterveld.

At Christmas I gave a letter to a friend, who was going to Vriezeveen, to give it to Mr. Tolbert to ask him if we could come and stay at his place, but we did not get an answer, so I thought we could not come and therefore we went looking for other accommodations. Since there was no food left at home we had to go and then we left for Bruchterveld. I had planned to go to Vriezeveen once but had postponed it due to the bad weather. But now that I heard that we were welcome in Vriezeveen I went to the family Tolbert immediately on a borrowed bicycle. There they told me the complete story again. Anyway, we agreed that we should come to their place.

At home in Rotterdam they thought that we were in Vriezeveen because uncle had written that we would be welcome. On February 14 uncle Tolbert and Dine Schipper came to get us and on the bicycle we went to Vriezeveen. We had to leave our little cart behind that had been so loyal to us. A carrier promised to bring it later on. But the man was detained and convicted of black-marketing. Somebody else promised that he would ask the schoolteacher of Bruchterveld to bring it to Vriezeveen. I was glad I could leave Bruchterveld. The people were very kind but we were not used to live in the country. You are missing the homelike feeling and life there was rather dull. Every day was exactly the same, whether Sunday or weekday. The people where we were staying did not like it when we left them. They had gotten used to us.

When I was in Hengelo during a week-end uncle and Dine Schipper went to get Aad.. When I had said that I would like him to come to Vriezeveen Aad had wept because he had not known what to do. Mrs. Kampman had told him that he could go and that he could come back on Monday. But then Aad liked it so much in Vriezeveen that he did not want to go back anymore. He only went back with uncle and Dine to get his belongings and say good-bye. That is how we finely arrived in Vriezeveen. From the first moment on we liked it much better here. Especially we enjoyed the social life which we missed in Bruchterveld. From Vriezeveen we could also hand our mail to people going to Rotterdam and we could write to Henk, who was in Germany. But anyhow, we were thinking all the time of home in Rotterdam, how would father be and how did mother do? Was mother sleeping?

Would Riet be better again? How about Hans? We were getting mail but we were convinced that they did not write the exact facts. After one week I was supposed to stay with the neighbors during daytime and sleep here at night. One day Riet Bunk came over. She could go to the neighbors and could stay with Tolbert. That was very comfortable. But Riet wanted to go back to Bruchterveld. I found that being alone was also nice because then I could go where ever I wanted to go. After Riet had gone I stayed with Tolbert. Later I have been to Wierden for 3 days to help with slaughtering the pig. That was something special again. Thereafter I returned to Bruchterveld for 3 days to sew.

So I was roaming from one place to the other. But coming back to Vriezeveen was so comfortable. Sometimes I had a feeling that uncle and aunt liked it when I was going but in the end I did not think about that anymore. They were so nice. 14 days later I have been to Hamhuis in Bruchterveld to help with the slaughtering. It happened to be an unexpected holiday, a day of prayer. In the afternoon we went rowing. The weather was nice and there was almost no wind at all. At 11 o'clock at night we were back again. Fortunately, Hamhuis had not gone to bed yet

PART 2/4: PREPARATIONS fort the HUNGER BICYCLE TOUR of KITTY DEUTEKOM and RIET BUNK from VRIEZEVEEN/BRUCHTERVELD to ROTTERDAM. 

In the afternoon I made an appointment with Hamhuis to visit some farmers to collect food because Riet Bunk and I had planned to go to Rotterdam. I had intended to go sooner but the weather had been so bad and every time something came in between. On Thursday I got a bike and a bag and I went to visit some farmers. At least that is what I thought to do. But a quarter of an hour after I had started I got a flat tire. The cover tire broke. I took the bike to a repair shop but as a matter of fact the owner was not at home and I started walking visiting every farm and begging. From one of them I got an egg, from another a lump of bread or a bread of rye, from again an other a cup of rye, sausage and so on. Almost every body gave something even if it was only a little bit.

At the end I almost could not walk anymore and the bag got heavier and heavier. At half past six I was back at the repairs hop but the owner had not come back yet. He could arrive any time. I could leave my bag there and with another bike I rode to Hamhuis and to Muis and also to Kampman. From them I also got meat, sausage and bacon. All together I had assembled quite some food. With Riet I agreed upon leaving for Rotterdam on Tuesday at 7 o'clock in the morning. I went back to the repair shop.

It was 7 o'clock at night and the bike had not been repaired yet. I had just decided to stay the night over in Bruchterveld when finely the owner came home. He was going to repair my bike but he needed a large piece of cover tire. I ran to some farms and finely got a piece of tire. At 7.45 my bicycle was ready. I packed my baggage and left for Vriezeveen. The distance was about one and a half hour on the bicycle and at 8 o'clock every body should be inside. I was on my way for about 20 minutes when I could not go any further. The piece of tire had gone loose, so I had to walk again. It was dark already.

There I stood, all alone. The wheel did not want to turn anymore because the piece of tire had been fixed on one side with iron wire and I could not unfasten it. A bag of rye, a bag with all kinds of foodstuff, 11 eggs in my pocket and a broken bicycle that did not want to ride. But fortunately there was a piece of rope around the bag. In the dark I niggled it loose and tightened it around the tire. Now I tried to ride the bicycle, but no luck. I untighted the rope again. It was so dark!! Then I tried to fasten it again and this time it worked. I walked as fast as possible. From time to time I saw a car in the dark and then I stepped aside and went on after the danger had passed. Thus stumbling I came home at 10.30. The family just wanted to go to bed but postponed it for another hour. It was 12 o'clock when I had unpacked every thing and had eaten something. The next morning I visited some farmers again in the neighborhood of Vriezeveen, had the bike repaired and waited for Tuesday hoping the weather would be nice.

PART 3/4: THE HUNGER BICYCLE TOUR VRIEZEVEEN/BRUCHTERVELD - ROTTERDAM AND BACK OF KITTY DEUTEKOM AND RIET BUNK

Tuesday morning, 5 o'clock, rain and hail. I thought OK we cannot go to Rotterdam. I went out of bed, kept my head outdoor, the weather was too bad. Back to bed again. At 6 o'clock the weather improved. Aunt was also out of bed. Then I prepared very quickly to get ready. The night before we had prepared as much as possible already. I left at 7.15. I was on my way for 5 minutes when my load started to move. I went back and we fastened every thing again. Now it was much better. The bicycle rode very difficultly. I could hardly go on with all that baggage, 45 pounds of rye, 15 pounds of beans, 2 pounds of brown beans, 3 loaves of rye bread, 3 other loaves of bread, flakes of rye, oil, milk, meat, sausage and bacon. I had the wind all in front. Anyway, I set my teeth and continued.

Fortunately Riet was also late. She came with her skipper and a loaded bicycle. The skipper Henk packed everything carefully and then we left, together against the wind. We hold out as far as Den Ham. Then I was finished. I could not get my bike any further. I had my bike investigated at a repairshop. The man reset my wheel and then it went beter. The strip of car-tire (strip of a tire of a motorcar that served as a bicyclet ire. HB) ran against the bicycle-fork. That is why it rode so heavy. It was much better now.

At 12 o'clock, after a very difficult ride, we arrived in Ommen. We had diner in the house of some friends and at 13.00 o'clock we got on our bicycles again to Zwolle. That road was without end and we were very thirsty. It was very hot and the storm against. Finely we reached Zwolle and there we stood before the so dreaded IJsselbridge. We went to Spoolde and to the farmer where we had had our shelter on our way to Bruchterveld. Well, the farmer did not encourage us. You could not possibly get through and in case you were allowed to go all your foodstuff was taken by our 'COUNTRYMEN' the so called C.C.D. They stood there waiting to 'HELP' you. At 8 o'clock we went to see what they were doing. No chance to get through and we went back to the farmer. We did not like food and went to the stable. We could lay there in the hay above the cows. But anyway, we did have shelter. There were also 2 men who had been waiting already for 14 days to get over the bridge. I did not sleep a wink because of the rats and mice and then the 2 men who lay one floor below in the straw.

The farmer awakened us at 4.30. He served us milk and bread. On our bicycles we went to the bridge again. No way to get through. 6 checkpoints and the C.C.D. We had been waiting for a while when a car arrived. We asked the driver if we could come with him, but no, not possible. Then we went to the C.C.D. Again no success. While we stood there a motorcar arrived which transported meat and which had been controlled already. We asked the driver to permit us to sit in the car. 'No', he said ' because if the Germans see you they will shoot'. But we kept on begging and finally he agreed. Well, we surely were afraid.

This was our position, with bicycle and baggage on a slaughtered calf. But we went, 1st, 2nd, 3rd checkpoint everything OK. But at the 4th checkpoint they shouted: 'STOP'. The driver did not hear it and he drove on. We had passed the checkpoints. Those were real frightening moments. We could hardly believe that we were save. At first we behaved a bit odd, then we congratulated each other and got on our bicycles again towards Rotterdam. We rode as far as Hoevelaken, but we were so tired. The storm was so heavy. We begged at 3 or 4 farms for accommodation but got no for an answer. 'Go some place else', we were told, 'they will help you',.

We kept going until the last farm. We just agreed to lay down along the road for a while and continue our ride during the night. Fortunately that was not necessary. We were invited by a farmer and were kindly received. We looked so badly, black as coal, uncombed hair, because we had forgotten to bring our combs. My coat was dirty with blood of the slaughtered calf. We got coffee and bread and we could wash ourselves. After having talked for some time our eyes fell close and we could go to the threshing floor and sleep in the hay above the cows. We did not undress and wrapped the blanket around us but did not sleep. The mice were running around us and there was a lot of noise from the cows and the storm outside. At 4.30 the farmer came to call us. There was a package of bread for each of us and then we left again. The weather was nice but the storm was still against us.

We did not meet with anything particular and the road was terrible tiresome, Amersfoort - Utrecht , going up and going down. We got some trouble with Riet's baggage. The baggage started moving and finely the carrier of her bike broke. Fortunately the owner of a repair shop, who was very fast, repaired the bicycle in one and a half our. In the meantime we ate something and then continued our journey. After having ridden for quite some time, bang, the strip of the car tire came off the bicycle wheel. What to do now? We took all the baggage off the bike, put the bicycle upside down and then we pulled and pushed. We even got abusive. Nothing helped, we could not get it straight. But wait. Along came a farmer's horse and carry with German soldiers. We asked them to take our bicycles and baggage upon their carrier and so we went on for another hour, very slowly until we reached a repair shop. The man was not helpful but we found a painter who wanted to help us. He fixed the tire and we could continue our way to Rotterdam. In Waddinxveen we collapsed. We could not go on any longer. We lay down alongside the road to rest.

We were so thirsty! Our lips were dry and brused by the wind. Again we begged for accommodation every where. No way. We stumbled to the Red Cross building. When we arrived there we got 3 plates of soup made of beets and something else that could not be seen nor tasted. At 7.30 we were down in the straw, completely dressed. This was our third day and sleeping we did! The next day, stiff as we were, uncombed hair, sleepy faces, we began at our last stage. Still an endless way, and then... there in the far distance we saw our beloved Rotterdam. We rode faster and faster. But whow, what had become of the city? Heaps of dirt, children so dirty, every where thin faces eating beets, just terrible and then, look at those children. How glad we were that our boys were in Overijssel and were looking so well. We were ashamed that we to looked so well. We were suntanned and well fed.

Hardly any tree was left, no fencing left anywhere. People were using every thing that could burn to cook their poor pan of soup made of sugar beets. And then those hungry faces! Then came our arrival. Mother was alone and I entered from the backside of the house as I used to do. Well, that face! It was so good to see! I was so glad that mother looked so well. I wanted to hide away for dad but the neighbors had seen me and they had told him already. I have been at home for 5 days and during those days the bell rang continually. Visitors all the time. We were glad when they left again because then we could talk quietly. Frans and Riet left walking a week ago for Vriezeveen. They did not have to leave because of lack of food but to live in the city was so terrible. People were just shot down on the street. Everybody was so nervous. Stories were told that people died on the street. Dead bodies remained unburried for 14 days without boxes. All these things were brought by the Krauts, 'civilisation and order'. Our days at home came to an end again.

Riet and I agreed to go back to Vriezeveen on Tuesday. That would be better for all of us, but it was not easy to go again. On Tuesday at 6 o'clock we got on our bicycles, our summer cloths and bathing suits packed. We had some delay in Utrecht because those so called nice Krauts were stealing every bicycle they could get. As we saw some days later the 'Great Army' was fleeing on stolen bicycles without tires to their 'Heimat'. That day we came as far as Voorthuizen. We slept in a horse-stable. There were mice to I found out the next morning because part of my bread had been eaten. To Deventer we went the next day. Fortune favors the bold. We went straight to the IJsselbridge. Those Krauts are so ctruel to hide under the bridge and then appear when you arrive. We stood at the other side of the bridge already and there was the checkpoint. 'Zurück', was the first thing we heard.

We had not shown any piece of paper yet. There we stood. Riet had a piece of paper that she was registered in Bruchterveld and then, after talking as good as it gets in German she could pass. But poor me! I showed the Kraut a dirty piece of paper telling him that I lost my identity card. Whether he did not know any Dutch or did not want to read it he asked if that was my 'ausweis'. So I told him it was and I could go. How was it possible!, it was unbelieveble! At first none of the two of us could find a word to say. Then we must have been acting like mad and then sat down to laugh! At 4 o'clock we were in Wierden without any delay. We took a rest and there we saw a part of Hitler's soldiers, boys of 16 years old. We were invited into an evacuation-house. We got a very good meal there which tasted delicious. From there Riet rode directly to Bruchterveld and I rode to Vjenne (Vriezeveen) because the next days the Krauts began to withdraw.

The Canadian soldiers were attacking and the German Wehrmacht was beaten everywhere. We enjoyed Sunday looking at the Krauts passing by, wounded and crippled Krauts with one shoe and a sock and without their weapons. We were just going to listen to the radio when another group of Germans passed by, 20 soldiers with a gun. They sat down just in front of our house so the radio had to be removed to its hidingplace behind the wallpaper. The following days were very exiting: Hengelo, Enschede, Borne and Zenderen were captured by the Canadians who finely also took Almelo. We could not believe that liberation was so close.

THE LIBERATION OF THE EAST NETHERLANDS

Then, at last, Thursday April 5, we saw the first armored cars. The whole day we were shouting and cheering. You got a cold feeling when you saw those Tommies. You could hardly believe it, LIBERTY!!!

But at the same time your thoughts went back to Rotterdam; did they know all this? On Sunday, april 8, I went to Hengelo. It was not allowed yet but a fugitive always has some privileges. When I came in Hengelo it was kissing and shaking hands with everybody. I met Frans on the street with a gun and a blue work suit. Sometime later I met uncle Bas, also dressed in uniform of the N.B.S. In Hengelo there was a real party, theaters were open, dancing on the street, festivities everywhere. They did not have festivities in Vriezeveen. They felt that the people in the West of the Netherlands were still hungry and suffering.

Kitty Deutekom
   

Home | A. Reportage | B. Planning | C. Historie | D. Verhalen | E. Reunie | F. Administratief

 Copyright © 2007 www.hongertocht.org. Material may be used with acknowledgement of source.
For questions regarding this Web site contact webmaster@hongertocht.org. Last updated: 05/19/08.