Haan de, N

Home
A. Reportage
B. Planning
C. Historie
D. Verhalen
E. Reunie
F. Administratief

 


Nelie de Haan - de Jong en haar man Jur

Nelie de Haan - de Jong schrijft:

Met veel interesse het stukje "Hongertocht" in De Oud Rotterdammer gelezen, er gaat dan altijd wat in je herinnering los komen, want ik heb deze tocht  ook gelopen, maar dan in de barre maand Januari 1945. Hier is mijn verhaal:

In 1945 woonde ik met mijn Moeder (en ondergedoken oudere broer) en een jongere broer in het Westen van Rotterdam. Mijn vader was weg sinds 1943 dat was voor ons, als kinderen en zeker in die tijd, heel verdrietig. Het vreselijke bombardement was toen al achter de rug maar in de verdere jaren waren er ook steeds bombardementen bij de Engelsen.

En zo belanden we in de Hongerwinter. Mijn jongere broer mocht bij een tante nog wat eten halen, gedroogde boterhammen. Wij moesten het doen met suikerbieten. Mijn moeder ruilde hun grammafoonplaten voor eten. Zij kocht ook brood voor 80 gulden en daarna hadden we niet genoeg geld over en was er geen eten meer. Ja, van de bietenpulp bakte ik, midden in nacht, bietenkoekjes die wij heel zuinig insmeerden met een kwastje gedoopt in de levertraan die we nog over hadden. Ik deed dat midden in de nacht ongeveer 2:00 uur omrede dat er dan een centimeter! gas was. Het bakken duurde dan ook erg lang. Het was bitter koud want er was geen verwarming meer in huis. Geen electriciteit. 

Op de bonnen in de oorlog was ook niets meer te halen. Dus moest Nelie weg. Dat was er een mond minder te eten....en in die Januarie maand 1945 was het dan zover. Onze poes sliep bij ons vanwege dat ze ook weinig at en warmte nodig had. Mijn broer zei de laatste nacht dat je hier slaapt, moet de kat de keuken in. Ik sputterde tegen; helaas, het diertje lag dood in de keuken de ochtend dat ik weg moest.
 

En toen kwam de tijd dat ik weg moest. Allereerst natuurlijk om dat er geen eten meer was en er wat moets gebeuren. Mijn moeder heeft al haar gramafoonplaten verruild, niet allemaal tegelijk natuurlijk, voor voedsel. Ik weet nog goed dat ze mij vertelde, "ik heb nu 80 gulden betaald voor 1 brood (het brood ook nog van toen) was vies - draderig. Maar meer kan ik niet betalen." Er was ook geen voedsel op de bonnen meer. Mijn jongere broer ging nog wel eens eten bij een tante (zuster van mijn Moeder) - gedroogd brood. En van de bieten moest je op het laatst alleen maar naar de WC. dus moest er een weg gevonden worden om in leven te blijven.

Na beraad, werd er dus gezegd, dan moet jij, Nelie, maar naar Friesland gaan, waar ik in 1943-44 via de kerk een adres had, namelijk Pake Tichgelaar, een weduwnaar met 4 kinderen in die tijd. Toen reed de trein nog wel, maar in 1945 niet meer, dus was het lopen geblazen. Mijn moeder vondt Piet, te jong en mijn oudste broer Dick, was ondergedoken in die tijd en wij wisten ook niet waar hij was stond Nelie er alleen voor.
 

Zo gezegd, zo dus gedaan, leuk was anders natuurlijk! Wel was ik als enigst meisje in het gezin, altijd degene die moest werken ook al was ik op school of op het werk. Ik mocht van mijn moeder niet de verpleging in en moest ik toen wachten tot ik 21 jaar was in die tijd. Best een moeilijke tijd hoor. Maar als ik weg was, had mijn moeder, de bonkaart van mij als er tenmiste nog wat op te krijgen was en dat scheelde weer wat. Om in Friesland, Kimswerd te komen moest ik wel de IJsselbrug over. Dat ging niet en dat zal ik hier onder vertellen.

Toen volgde
het aantrekken van veel kleding over elkaar, een deken boven op de rugzak en geen eten mee. Van het Westen in Rotterdam naar Kralingen gelopen als 16-jarige leidster van Miep Sorber ook 16 jaar, Truus 18 jaar ? en haar broertje Thijs toen 12 jaar. Miep haar vader (een onderwijzer van mij) bracht ons naar de grens van Rotterdam en verder gingen we te voet over de brug bij Nieuwerkerk aan de IJssel waarop een nog niet ontplofte bom lag! Maar je moest verder. Als we nu nog over de brug gaan denk ik er steeds aan.

Iedereen liep of was met een fiets, maar er waren geen brommers of auto's hoor. Het was heel koud in Januari 1945 en wij hadden zoveel mogelijk kleding over elkaar aangetrokken en er lag ook sneeuw!. Dus gelopen op schoenen met een kapotte zool waar de sneeuw onder ging zitten, oh wat een ramp en geen eten voor onderweg dus. Lopen lopen en nog eens lopen, in Oldenbroek hebben we bij een melkfabriek onder een dekzeil van een melk- wagen kunnen schuilen om op die manier de brug over te kunnen gaan. Maar helaas, dat zagen "De Moffen" wel. En moesten we terug. Ik weet nog dat er toen gelijk ook een aanval van Engelsen was, wij in een droge sloot dekking gezocht.

Ik was gebleven op onze reis naar Friesland. Wij gelopen via Gouda, Utrecht, waar we in een school geslapen hebben op stro, in aarde donker, lagen we met veel mensen, kleren aan, Spullen dicht bij je ivm. eventueel stelen. Maar we hadden geen van allen veel bij ons, alleen kleding. En koud natuurlijk, er lag veel sneeuw buiten, zodat we ook nat werden, wat helemaal niet prettig was om te gaan liggen, maar we waren erg moe, dan slaap je als jongere toch wel even, ik weet niet meer of we eten kregen, volgens mij niet want er waren er veel te veel.
 
S'morgens weer op pad naar Amersfoort. Daar een dominee opgezocht en ja toen heb ik voor het eerst thee gedronken na een lange tijd en heerlijk gegeten! En geslapen. Vervolgens ging onze tocht verder, de Provincionale weg naar Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. De Duitsers stuurde ons terug om een Ausweiss te halen. Dat zou 5 dagen terug lopen zijn en dat hebben wij niet gedaan. Wij zijn toen dwars door de weilanden, gelopen naar Hattermerbroek, waar we het eerste het beste huis aanbelden, om te mogen overnachten dit was op de Schereninksweg. Wij werden over verdeeld over 3 huizen en hebben HEERLIJK gegeten en overnacht. De volgende dag door naar Hattem en bij de dominee aangebeld.

Ik ben toch gekomen tot op de IJsselbrug naar Zwolle, waar ik ook werd tegengehouden door de Duitsers en terug gestuurd werd voor een Ausweiss om over de brug te kunnen gaan op weg naar Friesland, waar ik ook eerder was geweest als bleekneusje. Dat dus niet gedaan en via de weilanden, eerst bij mensen in Hattemerbroek geslapen en de volgende dag in Hattem mij gemeld, bij een Dominee, die voor onderdak heeft gezorgd en ik bij een familie ben gekomen en op mijn verjaardag daar door de Canadezen ben bevrijd. Ik werd toen 17 jaar en kreeg een paar klompen en een lap voor een japon voor verjaarscadeau.

Ouderlike toestemming voor de hongertocht was niet nodig maar ik had wel een aanbeveling van onze dominee bij me. Die kwam wel van pas kwam onderweg. Ik denk dat Ds Veenhuizen die geschreven had.
 

Op de boerderij heb ik hard gewerkt, zoals op het land als in het huishouden. Bij voordeeld ook een varken geslacht op de deel. Dat was een hele ervaring voor een stadsmeisje, dit is haast niet te beschrijven, maar het resultaat was wel een lekker stukje vlees en in de schouw de worsten om te drogen.
S'morgens al vroeg op om mee te gaan melken, wat ik daar natuurlijk eerst moest leren. S'middags naai en verstelwerk doen, dan kwamen er iedere dag 10 mensen bij ons overnachten,op de deel, maar van te voren heerlijk mochten mee-eten. Wat ook wel eens grote problemen meebracht, aangezien de meesten dat niet konden verdragen en dan in de emmers van de koeien, hun behoefte deden. Ik hoef niet uit te wijden wat dat betekende.
 
En wat een drukte dat elke dag gaf. Er kwamen ook onderduikers op de koffie s'avonds. Ik wist gelukkig zelf niet waar die vandaan kwamen, want dat had zo zijn consequenties. Op een dag, terwijl de boer en boerin weg waren, wat zelden gebeurde, kreeg ik de schrik van mijn leven, 20 militairen van de Feldchendarmerie met geweren en bajonetten erop, die opzoek waren naar onderduikers. Wat kan een mens snel denken op zo een moment!!! Ik gaf aan, dat ik eerst de kinderen bij me wilde hebben, ik heb ze omarmd, voor mij een veilig gevoel en dat schoot door mijn hoofd, aangezien ik dacht dan schieten ze ons niet neer. Ik zei dat die onderduikers niet hier waren. Waarop ze alles onderste boven hebben gestoken met de bajonetten, bedden, kasten, hooizolder en alles waar maar iemand in kon zitten. Een ravage tot en met en geen onderduikers te vinden. Toen vertrokken ze, mij achterlatend met de troep.Maar ik mocht blijven leven, wat vaak anders was in die tijd. Hierbij laat ik het even, het is lang geleden maar grijpt mij nog steeds aan.

Zo verliep
de hongerwinter tot dat de Duitsers zich terug gingen trekken. Eerst hebben wij nog een paard laten onderduiken!!! En karren uit elkaar gehaald en vervolgens de onderdelen hiervan overal verstopt. Aangezien de Duitsers langs liepen, hebben zij waarschijnlijk gezien dat ik de deur van de schuur op slot deed, zij kwamen binnen en sommeerde mij, mee te komen naar de schuur, waar zij vervolgens alles maar dan ook alles weer in elkaar zetten en een paard dat nog bij huis was inspande en er met alles vandoor gingen. Zo trokken zij terug en bij iedereen namen ze alles wat van hun gading was mee. Het was een nare ervaring.

Toen alle Duitsers uiteindelijk over de IJsselbruggen waren, hebben ze deze opgeblazen, als kaartenhuizen vielen ze in de IJssel, en waarom? Omdat de Canadezen hen op de hielen zaten. Dit was goed te horen en zien. Maar de Canadezen waren voor geen kleintje vervaard, een Baily-brug werd snel gelegd en konden zij erover heen, zo werden  wij op 19 April 1945  bevrijd!!!! Op mijn verjaardag. Een mooier cadeau kon ik niet krijgen. Zij reden in colonne voorbij in tanks en andere voertuigen.
 

In de week na de bevrijding, werden de meiden die met Duitsers gingen opgehaald en kaal geschoren. Daarna werd  met rode menie een hakenkruis op hun hoofden geschilderd, dit was in Hattem, waar ik dat zelf allemaal gezien heb. Verder waren we buiten ons zelf van vreugde en de vlaggen wapperden weer vrolijk in de wind. Prachtig dat Rood, Wit en Blauw.  

Nelie herinnert: Volgens mij is de spoorbrug over de IJssel opgeblazen op 14 April met een donderende knal. Heb je dat niet gehoord? Dat gebeurde om 6 uur in de ochtend en om 8 uur ging de voetbrug op de zelfde manier. De scheiding tussen Zwolle en Hattem was toen compleet. Het is verbazend dat wij zo dicht bij elkaar waren toen ze die meiden aan het kaalscheren waren. Ik hing ergens boven uit een raam maar kan niet meer herinneren bij wie dat was. (Zie: Editor's Note hieronder.)
 

Nelie eindigt: Er is voor ons nog gezocht in Hattem, welke Dominees er stonden in die tijd - 1944. Dat waren Ds.Israel en Ds Raavensburg beiden Nederlands Hervormd. Van de week kreeg ik te horen dat de zoon, die toendertijd 5 jaar oud was, nu heel ernstig ziek is. Ik zelf ben verleden week ook geholpen in mijn rug en wacht nu nog op een MRI-scan van mijn knie, er zit een cyste in die eruit gehaald moet worden. Maar als alles mee zit, ben ik misschien in Augustus weer in staat en zonder pijn om naar Hattem te gaan. Ik ben erg benieuwd hoe het allemaal gaat verlopen, vind het geweldig wat er gaande is.

Een leuk einde van dit verhaal is, dat de mensen waar ik was hun jongste kind naar mij hebben vernoemd. Leuk hé?

Nelie de Haan - de Jong

Nelie de Haan - de Jong writes:

I red with much interest the article in the Oud Rotterdammer and, always that brings back old memories. I walked the hongertocht in the terrible month of January 1945. This is my story:

In 1945 I lived with my mother (and an a brother in hiding) in the western part of Rotterdam. My father was away from home since 1943 and that was for us, as children, very sad. The terrible bombardment was in the past but in the later years there were still bombardments by the English.

And so we arrived at the hunger winter. My younger brother was invited to get some food at an aunty - dried up sandwiches. We had to make do with sugar beets. My mother swapped her gramophone records for food. She also bought bread for cash at 80 guilders for a loaf. Thereafter, we had ran out of money and food. Yes, from the sugar beet pulp I baked, in the middle of the night, beet cakes that we meagerly brushed with cod liver oil . I did that in the middle of the night, around 2:00 AM because there usually was a little cooking gas flow. Baking took a long time. It was bitterly cold because we no longer had any heating in the house. No electricity.

Towards the end of the war it was impossible to buy anything by using coupons. There just wasn't anything. Therefore, Nelie had to go. Then there would be one less mouth to feed ... and in the month of January is was so far! Our cat slept with us because she too got hardly anything to eat and needed the warmth. My brother said for the last night that you sleep here that cat has to stay in the kitchen. I bitterly resisted but sadly the little animal lay dead in the morning in the kitchen.

And then came the time that I had to leave. Primarily, because there was no food left and something had to happen. My mother already had gradually swapped al her gramophone records for food. I can still remember that she told me, "I've just paid 80 guilders for a loaf of bread )and that bread wasn't tasty but mealy) but I can't spend any more." There was no food available on the coupons. They had become worthless. My younger brother could occasionally eat at an auntie's place (a sister of my mother) - stale bread. The sugar beets didn't feed us anymore and just caused us diarrhea. So we had to find a way to stay alive,

After consultations, the verdict came. You, Nelie, better go to Friesland where I had an address of a widower, Pake Tichgelaar, who had four children. During the earlier visit the trains were still running but in 1945 that was no longer the case. Hence, this time it was walking. My mother thought that Piet was too young and my older brother was in hiding, Nelie was left to her own resources.

So said, so done! But it was far from funny for me, as the only girl in the family, it was I that had to work even when I also had to go to school. My mother wouldn't allow me to become a nurse and, she said, that I had to wait till I was 21 as was the norm at the time. It was really a difficult time. But at least, if I was away my mother would still have my food coupons en if she could get anything on those than it would help a little. To get to Kimswerd in Friesland I had to cross the IJssel bridge but that wasn't possible as I'll will explain hereunder.

Then followed  the dressing up with many layers of clothing, a blanket on top of the backpack but no food to take along. We walked from the western part of Rotterdam towards Kralingen, with me as the 16 year old leader, after having been joined by Miep Sorber who was also 16; Truus 18 jaar? and her brother Thijs who was then 12 year old. Miep's father (who was my teacher) accompanied us to the Rotterdam city boundary and from then on we walked by ourselves first over the bridge at Nieuwekerk aan de IJssel where an unexploded bomb lay on the bridge deck. But we had to go on. Whenever I see that bridge again, I think about the bomb.

Everybody walked or was on a bicycle. In those days there were no cars or motorized bicycles. It was very cold in January 1945 en we had put on as many clothes as we could because there was also snow on the ground. so that's how we walked with shoes with a worn out sole that let the snow in the shoe . Oh, what a misery and no food underway. Walking and walking. In Oldenbroek we were able to hide under the canvas of a milk truck at the milk factory. That was the way to hide and attempt to get over the bridge. But unfortunately the "Moffen" saw us and we were send back. At the same time there was an attack by English planes and we hid in a dry drainage channel.

I had gotten as far as to talk about my trip to Friesland. Let's retrace some of the steps. We went via Gouda and Utrecht where we had slept in a school in the straw. It was pitch black and there were already a lot of people. We kept our luggage close by because of the risk of theft. But really, we didn't carry all that much anyway, only clothes. It was cold, of course, and with the snow we had gotten quite wet. It was no fun to lat down but because we were so tired, as we were young we slept well. I can't recall whether we got any food; probably not, because there were just too many people.

In the morning again on the path to Amersfoort. We visited  preacher and for the first time in years we tasted tea, and then we got a tasty meal. We also slept there. On we went again, taking the provincial road to Harderwijk, Nunspeet and Oldebroek. The Germans sent us back to get an "Ausweiss." That would have been five days walking back and we decided against that. Instead we walked right through the fields to Hattemmerbroek where we rang the first house door bell that we saw. That was on the Scherininksweg. We were divided into three groups and went to different houses where we all had a great meal and stayed for the night. The next day it was back to Hattem to call on the local preacher.

I had the satisfaction that I had reached the bridge over the IJssel near Zwolle but lost out because I was sent back by the Germans to get an Ausweiss that would permit me to continue the trip to Friesland. That we didn't want to do. The preacher arranged for us to get a place where we could stay, and eventually we had a roof over our heads where we remained to be liberated on my birthday by Canadian troops. I had turned 17 and was give a pair of wooden shoes and a bolt of material to make a dress.

Parental approval for the "hongertocht" had not been necessary but we had a letter of recommendation from our own preacher. That turned out to be valuable when underway. I think that Dominee Veenhuizen had written the letter.

I worked very hard on that farm, as well on the farmlands and the household. For example, I assisted with the slaughter of a pig. It was a whole new experience for a girl from the big city but the result was that we had a nice piece of meat and stuffed sausages hanging in the chimney to dry. Early in the morning I had to get up early to help with the milking of the cows - of course, I first had to learn that. In the afternoon it was sewing and stitching. Than every day we had some ten people to stay overnight on the farm but we were given a chance to share in the food that was provided. That rich food was a problem for many of the refugees because their stomachs couldn't take it and then, in the milking buckets for the cows, they did their ablutions. I don't have to explain what that meant in the morning in terms of cleaning up.

Every day brought its own pressures. In the evening people in hiding from the Germans came for coffee. Fortunately for me, I had no idea where they came from because knowledge would have its own consequences. On a day, when the farmer and his wife were away, what very seldom happened, I got the fright of my life. Twenty soldiers of the Feldchendarmerie with bayonets fixed on their rifles came to search for those that were in hiding. How fast a person can think under the circumstances. I made it clear to them that I first wanted to get all the children around me. I had disarmed their first aggression and felt a little more safe because I thought that when out of the way ,they wouldn't shoot us down. I told them that we had no people in hiding. Their reaction was to throw everything upside down and stick their bayonets into everything, beds, cupboards, haylofts and just about anywhere a person could hide. The house was a total shambles but they hadn't found anyone. Then they left, leaving me to clean up the mess but I had succeeded in staying alive. It often turned out differently. I'll stop here because it still affects me deeply.

That's how it went through the hunger winter until the Germans withdrew. In the meantime we also made a horse go in hiding! Also wagons and drays were taken apart and the parts hidden al over the place. Unfortunately, the Germans walked past the barn and probably saw me lock a door. They summoned me to come to the barn where they proceeded with putting everything together again, found another horse near te house and hitched it to the wagon. Then they took off with whatever they could carry. That's how they retreated after stealing everything the laid their eyes on. It was a miserable experience.

When eventually, all Germans had retreated of the IJssel bridges  they blew them up with dynamite. They fell to pieces like houses build of cards. And why? it was because the Canadians were on their tails. That was clearly to see and hear. The Canadians weren't easily stopped. A Bailey bridge was soon laid so that the Canadians could advance. In that way we were liberated in Hattem on 19 April 1945. That is, on my birthday! I couldn't have received a nicer present. The liberators drove by in tanks and other vehicles.

In the week following the liberation they girls that had comforted the German soldiers were rounded up and shorn bold. There  after the German swastika was painted on their heads with red lead paint. That was in Hattem and I saw it all. We were besides ourselves with happiness and our red, white and blue flags flapping happily in the wind.

Nelie remembers: According to me the railway bridge over the IJssel was blown up on 14 April with a mighty loud bang!  Didn't you hear it? It happened at six o'clock in the morning. At 8:00 AM the pedestrian bridge went the same way. The separation of Zwolle from Hattem was thus complete. Isn't surprising that we were so close together when they were shaving these girls bold? I was hanging somewhere out of an upper level window but I cannot remembers where. (See Editor's note hereunder.)

Nelie concludes: Recently a search was done on our behalf  in Hattem, particularly which preachers were based there by end-1944. We believe these to be Ds. Israel and Ds. Raavensburg. Both were Netherlands Reformed. This week I got to heart that the son, who at the time was 5 years old, is now seriously ill. I too was last week operated on my back. I'm now waiting for a MRI-scan of my knee that has a cyst that has to be removed. If everything goes well than, probably, I'll be capable to travel to Hattem in August in August 2007. I am very curious how it will all pan out. I think that it is fantastic what's now being planned.

A nice end to the story is that the family I stayed with named their youngest child after me. Nice, isn't it?

Nelie de Haan - de Jong

Editor's Note: De wereld is klein. Tussen de gene die hun verhalen geschreven hebben zijn er drie, (inclusief de editor) die bij de bevrijdings aankindeging en feesten (en wraak) in Hattem waren. Dit was geloof ik een paar dagen na de bevrijding op ongeveer 19 april 1945. De drie jonge mensen die, zonder dat ze het zelf wisten op de zelfde plaats en tijd waren, zijn Dick van Belle, Nelie de Haan - de Jong en Ton van Vugt. Editor's Note: It's a small world. Among the contributors are, in addition to myself, two other people that witnessed and were part of the liberation celebrations and reprisals in Hattem; probably, days after the liberation on about 19 April 1945. The three young people that unbeknown to themselves were at the same place at the same time are Dirk van Belle; Nelie de Haan - de Jong; and Anthony Van Vugt (the author.)


Nelie, met bril, toen 16 jaar was de leidster van een klein groepje;
Miep (ook 16), Truus (ongeveer 18) en haar broer Thijs die toen 12 jaar was.
Deze foto, genomen in 1945, heeft Miep links vooraan (met haar gast familie) en Nelie zelf, rechts boven.

Klik hier om Nelie moeder's brief te lezen 13 Mei 1945.

Click here to read Nelie's mother's letter of 13 May 1945

Hierbij een foto van het gezin Veluwenkamp, uit Hattemerbroek, waar ik in Januari 1945 onderdak vond. Hendrik had een boerderij, wonende Vijzelpad x 10. Na de oorlog zijn er nog kinderen geboren en de jongste is naar mij vernoemd! nl Neeltje Catharina, roepnaam Neli. Waar we nog steeds contact mee hebben.

Notation at the back of the photograph.
in remembrance of the Family Veluwekamp
for the conviviality (cosiness)
to Neli de Jong
Winter 1944-45


Persoonsbewijs / National Identity card during the Second World War in the Netherlands


It had to be carried at all times and available to police and all other state officials

Bakker, J Bakker, T Beld v/d, E Belle van, D Beneker, G Bredius, R.M. Brinkhaus, J Bunk, H Ferdinandus, R Grindrod, F Haan de, N Hut, W Jonge de, A Kasteel. E Klinge, W Koks, G Leeuwen van, E Leeuwen van, Hans Leeuwen van, Jan Lens, J Makaske-Kuijer, J Meurs, H Molenaar, J Oostwoud v/d Panne Pelt van, G Roggeveen - Vat, I Scholman, C Schut, A Smit, L Stans, A & M Struijs v/d, A Til van, L Swijnenburg, G Valk, C Vugt van, A Walle v/d, F & W


Home | A. Reportage | B. Planning | C. Historie | D. Verhalen | E. Reunie | F. Administratief

 Copyright © 2007 www.hongertocht.org. Material may be used with acknowledgement of source.
For questions regarding this Web site contact webmaster@hongertocht.org. Last updated: 05/19/08.