Kasteel. E

Home
A. Reportage
B. Planning
C. Historie
D. Verhalen
E. Reunie
F. Administratief

 

Els van Kasteel schrijft:

Allereerst volgen hier enige persoonlijke gegevens van mijn broer en mijzelf die samen de hongertocht in de winter 44/45 hebben gelopen van Rotterdam naar Rijssen:

Johannes Christiaan Bernau, geboren op 1-04-1930 te Rotterdam. Jan is inmiddels overleden en Neeltje Hermina van Kasteel Bernau, geboren op 28-08-1932 te Rotterdam en thans wonende te Assen.

Onder dankzegging voor al Uw moeite en respect voor de geweldige organisatie kan ik U het volgende mede delen:

De tocht vanaf Rotterdam kan ik helaas niet meer mee maken. Mijn zoon, Herman, die regelmatig met U heeft gecorrespondeerd, is momenteel in Canada en kan niet overkomen. De enige zoon van mijn, overleden, broer Jan woont in Las Vegas USA en kan eveneens niet van de partij zijn.

Mijn man en ik willen graag aanwezig zijn op Zaterdag 11 augustus 2007  vanaf 11.00 uur en willen tevens deelnemen aan het diner in het dorpshuis`t Spyker in Wapenveld. Wilt U dit voor ons reserveren. Gaarne tevens identiteitskaarten voor mijn man en mijzelf evenals voor onze auto. Ik hoop dat ik geen buitenbeentje ben. Onze tocht ging namelijk niet naar Zwolle/Hattum.maar richting Enschede.

Bijgaand doe ik U een verslag toekomen van onze barre tocht van Rotterdam naar Rijssen in de hongerwinter van 44/45.

Met vriendelijke groeten, Els van Kasteel-Bernau 


Verslag hongertocht 44/45
van Rotterdam naar Rijssen

 door mevrouw N.H. van Kasteel-Bernau

Mijn broer was 14 jaar en ik zelf 11 jaar toen wij uit Rotterdam vertrokken Onze ouders hebben mijn broer en ik in februari 1944, de exacte datum weet ik niet meer, weggebracht naar het Oostplein dat de uitvalshoek was voor het vertrek richting Gouda. Wij waren bij lange na niet de enigen die richting Gouda liepen. Er liep van alles. Diezelfde ochtend waren er ook mannen gefusilleerd op het Oostplein wat nog steeds in mijn geheugen staat gegrift. Als proviand hadden we  een brood meegekregen voor onderweg.  

De eerste dag:

Zijn we met dat ene brood, een zeer kostbaar bezit, en wat water tot aan Haastrecht gekomen. We hebben daar op wat stro in een school geslapen.

De tweede dag:

Hebben we Utrecht bereikt. Daar in weer in een school, die als Rode Kruispost was ingericht, geslapen. Zittend met het hoofd op de tafel. Het brood was inmiddels op. Hebben daar niet veel te eten gekregen. Wat kapucijners die al gauw in de maag gingen uitzetten. Dus een vol gevoel gaf.

De derde dag:

Zijn wij tot aan Hoevelaken gekomen. Hoe het daar allemaal gegaan is, is mij nog steeds een groot raadsel. Er waren constant veel vliegtuigen in de lucht en er werd flink geschoten en gebombardeerd. “Jabo`s” (jachtbommenwerpers) riepen de moffen en iedereen zocht dan dekking achter bomen, op je buik. Er waren ook schuin in de wegkant uitgegraven stukken grond waar de Duitsers met auto en al in reden om dekking te zoeken. De luchtdruk van de bommen explosies waren goed voelbaar. Daarna werd het weer rustig en was alles weer goed. 

De vierde dag:

Mijn broer wist een adres in Apeldoorn. Wij hebben daar bij kennissen gegeten en in een echt bed geslapen.

De vijfde dag:

Richting Deventer gelopen. De IJselbrug zonder moeite gepasseerd. Er stonden genoeg Duitsers op en bij de brug maar we liepen op een slof en een oude schoen en hadden dus niets om in te leveren. Wij zijn toen tot aan het dorpje Bathmen gekomen. Bij vreemde mensen. Hebben daar te eten gehad en een bed gekregen.

De zesde dag:

Richting Rijssen. Daar verbleef een buurmeisje van ons uit Rotterdam. Haar vader zat in de electro business en installeerde windmolens op boeren daken. Tussen Bathmen en Rijssen hadden we een lift op een boerenwagen. Daar moesten we weer snel af want de “Jabo`s” schoten op alles wat bewoog of los of vast zat.

Het waren Amerikaanse machines. Je kon duidelijk de witte ster aan de zijkanten van het vliegtuig zien. We zijn toen een boerderij in gevlucht. Na afloop was de boer met zijn kar verdwenen en moesten we verder weer lopen. In Overijssel hadden ze het over Engelse bommenwerpers. Volgens mijn echtgenoot, die ook zulk soort beschietingen heeft meegemaakt, waren het Amerikanen,

Het was zondagmorgen toen we Rijssen inliepen. Na de kerktijd en het regende pijpenstelen.

Wij hebben de weg gevraagd naar ons buurmeisje die op de Ligtenberg richting Nijverdal moest zitten. Springend over sloten en prikkeldraad zijn wij bij de fam. Kamphuis aan de Nijverdaalseweg , die wij niet kenden, aangekomen en gevraagd of wij daar voor de regen mochten schuilen. De fam. Kamphuis, bestaande uit vader en moeder met 2 meisjes en een zoon, iets ouder dan wij, zaten om een grote potkachel. Het was er lekker warm en gezellig.

Wij zouden door naar Enschede. Maar dat vond de fam. Kamphuis niet goed. Het was daar ook gevaarlijk en we moesten maar in Rijssen blijven. Ik bij de fam. Kamphuis en mijn broer Jan bij de buren. We zijn daar tot juli 1945 gebleven toen we weer met militaire vrachtwagens naar Rotterdam zijn gebracht. Onze ouders leefden gelukkig nog. Misschien kwam dat wel door onze extra distributie bonkaarten die we in Roterdam hadden achtergelaten.

Indirect heeft de fam. Kamphuis dus ook hun levens gered en daar zijn we hen heden ten dage nog steeds zeer dankbaar voor.   

Vader en moeder Kamphuis hebben steeds tegen ons gezegd dat als er iets met onze ouders zou gebeuren dat wij dan bij hen konden blijven. Ze hebben ons liefderijk opgenomen en de kontakten zijn door de jaren gebleven. Mijn man en ik bezoeken kinderen en kleinkinderen regelmatig, vieren alle bruiloften mee en gaan naar hun begrafenissen. De boerderij van de fam. Kamphuis is enige jaren geleden door de gemeente onteigend voor het gebruik als industrieterrein. Ze hebben nu een mooie boerderij in Vroomshoop. Bij het betrekken van de nieuwe boerderij hebben we daar twee fruitbomen geplant, Jan en Els, als blijvende herinnering. Een dochter woont nog steeds in Rijssen. De andere dochter is helaas gestorven.

Contact met onze ouders in Rotterdam was er gedurende de gehele periode in Rijssen nooit. Zij dachten zelf en dat hoorden wij achteraf, dat wij gedurende onze tocht beschoten waren en niet meer leefden. Mijn echtgenot Herman heb ik op als 16 jarige ontmoet. In de zomermaanden zijn we regelmatig samen naar Rijssen op vakantie gegaan. De boerin, Dika Kamphuis, heeft toen eens tegen mij gezegd: “da`s een prima kerel, die moet ie holden”.

Zo is het gebleven. We zijn nu 52 jaar getrouwd. Wij bezoeken regelmatig de  imposante  Canadese begraafplaats op de Holterberg. Tot zo ver mijn verslag van onze tocht en het verlijf in Rijssen. Ik heb nog een verzoek. Is het mogelijk op de een of andere manier, al diegenen officieel te bedanken die ons onderweg hebben geholpen. Zonder die hulp waren wij en velen met ons, nooit in Rijssen gekomen.

Bij voorbaat mijn dank en tot ziens straks op Zaterdag, 11 augustus in Hattem.

Els van Kasteel

P.S. Foto`s heb ik helaas niet uit de omschreven periode.

 

Home Up Bakker, J Bakker, T Beld v/d, E Belle van, D Beneker, G Bredius, R.M. Brinkhaus, J Bunk, H Ferdinandus, R Grindrod, F Haan de, N Hut, W Jonge de, A Kasteel. E Klinge, W Koks, G Leeuwen van, E Leeuwen van, Hans Leeuwen van, Jan Lens, J Makaske-Kuijer, J Meurs, H Molenaar, J Oostwoud v/d Panne Pelt van, G Roggeveen - Vat, I Scholman, C Schut, A Smit, L Stans, A & M Struijs v/d, A Til van, L Swijnenburg, G Valk, C Vugt van, A Walle v/d, F & W


Home | A. Reportage | B. Planning | C. Historie | D. Verhalen | E. Reunie | F. Administratief

 Copyright © 2007 www.hongertocht.org. Material may be used with acknowledgement of source.
For questions regarding this Web site contact webmaster@hongertocht.org. Last updated: 05/19/08.