Koks, G

Home
A. Reportage
B. Planning
C. Historie
D. Verhalen
E. Reunie
F. Administratief

 


The Old Barn as in 1950


The Old Farm House in 1950

 
Bas, de enigste overgebleven van 3 broers, met Ger - 1988


Ger Koks, in sunglasses, looks on - 1950

G. Koks schrijft:

Verslag hongertocht van eind februari 1944
 

1ste dag: IJsselmonde naar Haarstrecht bij Gouda.
2 de dag: Haarstrecht naar Amersfoort.
3 de dag: Amersfoort (de punt af)
4 de dag: Amersfoort naar Voorthuizen (op de Veluwe)
5 de dag: Voorthuizen via Appeldoorn--Deventer naar Lettele.
 
Vanwege de spoorweg staking in 1944 (mijn vader was machinist bij de Spoorwegen in Rotterdam ) moest heel de familie onderduiken. Wij kwamen terecht in IJsselmonde op de Hordijk waar we bij verschillende families onder gebracht werden. In de winter van 1944 was er weinig eten - alleen maar suikerbieten.

Ik zelf ging ''s nachts spruiten plukken achter de woningen waar dat land was. We hebben daar dagen geleefd van spruiten met Salatoma. Toen dat op was spruiten koppen eten. Dat moest allemaal in de nacht gebeuren. Met mijn moeder heb ik met een grote trekzaag bomen omgezaagd aan de Dortsestraatweg. Het gaf een klap als er een bom viel. Toen in moten gezaagd en vervoert. Dan met keggen kloven met de voorhamer. Als ik dan mis sloeg klapte ik onderste boven. Ik weet nog steeds niet waar ik als jongen de kracht vandaan haalde. Zo dit is in het kort de voorgeschiedenis.
 

De 1ste dag: Rond tien uur in de morgen ging ik op weg samen met mijn jongere broer; op weg waar naar toe? Ons schoeisel was heel slecht. Mijn schoenen zaten vol gaten (ze waren opgevuld met karton). Mijn broer was op laarzen van kunstrubber maat 47. Dat was veelst veel te groot voor hem maar we hadden niets anders. Het eten wat we bij ons hadden waren een paar plakken suikerbieten. In de namiddag kwamen wij aan in Haastrecht en in een school konden we op stro de nacht door brengen. Nou dat hebben we geweten! We werden opgevreten door de vlooien. Heel de nacht proberen om ze te pakken te krijgen en dan op de plint van de vloer met je nagel dood te drukken. 's morgens was dat goed te zien vanwegen het bloed.
 
2de dag: Van Haastrecht naar Amersfoort. We probeerde soms bij woningen te vragen om eten maar dat lukte niet want er liepen veel mensen vanwege de honger. Het was heel zwaar met blaren, als eieren zo groot, op onze voeten vanwegen het schoeisel. Het laatste stuk naar Amersfoort hebben we achter een paardewagen gehangen van de moffen. Toen naar de bakker P.Wolfenbuttel. Die woonde aan de Soesterweg en daar gevraagd of we een nachtje mochten slapen tot de andere dag. Wij zijn daar heel goed ontvangen lekker wat gegeten en gewassen en de bakker zei morgen praten we verder. Toen heerlijk geslapen boven op de oven. Dat was lekker warm.
 
3de dag: Amersfoort. Ik was zo stijf als een plank. Mijn voeten en benen deden erg zeer en ik kon haast niet lopen. De bakker zei: "jullie gaan niet weg want jullie kunnen dat niet meer. Hij zei ik probeer wat te regelen voor jullie. Bij de pastoor aldaar gevraagd of we niet ergens een plekje voor ons wist maar helaas we waren niet de enigste. Toen heeft hij twee papieren geschreven dat we goede Katholieken waren en de stempel van de kerk er op gezet. Na overleg met de bakker kon een van ons bij hem blijven maar twee ging niet, hij had zelf ook kinderen. Toen hebben we samen besloten "samen uit samen thuis." Maar ik heb er een hele fijne herinnering hier van het waren prachtige mensen voor ons.
 
4de dag: Amersfoort-- Voorthuizen. Het was een heel slechte dag, met veel pijn in de benen, maar we moesten door want op 1 Maart werd de brug bij Deventer gesloten (achteraf dat was niet juist.) Afscheid genomen van de fam. Wolfenbuttel en toen weer op pad. Het is een lijdensweg geworden. Wij hadden wat eten mee gekregen uit Amersfoort maar dat was zo op. Ondanks toch tegen de avond aangekomen in Voorthuizen. Weer in een school op stro voor de nacht. Toen na een gebed van de dominee kregen we heldere kool soep. Het was lauw, maar als je honger heb vind je alles lekker. Toen weer wakker gehouden door ongedierte. De nacht duurde heel lang. We lagen droog maar zonder verwarming - maar we wisten niet beter.
 
5de dag: Voorthuizen via Apeldoorn en Deventer naar Lettele(11 KM boven Deventer). 's Morgens vroeg vertrokken. Het was een hele zware weg, vooral één weg met heuvels er in. Er kwam geen eind aan. Nog in Twello bij de worstenfabriek langs gegaan. Daar werden wel eens worstjes aan de mensen gegeven die op pad waren. Maar nu was er niks te krijgen, helaas! Voor Deventer, bij de IJssel, was er weer lucht alarm. De Duitsers, die daar bij het afweer geschut zaten, riepen dat we bij hen moesten komen. We gingen en zo zaten we naast het afweergeschut te wachten. Toen het sein weer veilig werd gegeven zijn we over de brug gegaan. Dat gaf geen problemen maar de brug was wel goed beveiligt door militairen. In Deventer bij de fam. Moors geweest, die kenden we nog uit Amersfoort. Daar wat te eten gehad en toen weer verder - waar naar toe, dat wisten we niet. We hebben de weg naar Heeten genomen. We hebben bij iedere woning om de beurt om eten gevraagd en dat was geen probleem. We kregen van die sneden roggenbrood met vet of stroopvet. Wat smaakte dat heerlijk. Ik had zeker zeven van die grote sneden roggenbrood op. Toen mocht mijn broer in een woning binnenkomen en ik maar wachten. Maar dat duurde nogal een tijdje. Eindelijk kwam hij naar buiten en zei ik heb heerlijk aardappels met kroten en spek gegeten.

Nou komt het: Ik zei "vuile ploert jij zit je pens vol te vreten en ik sta te sterven van de honger (Ik had minimaal zeven sneden roggenbrood op) en het was niet leuk. Zo zie je maar weer hoe een mens als hij honger heeft kan veranderen. Toen eindelijk tegen de avond kwamen we bij de vrachtrijders de gebr. Welgraven daar wat gegeten en gevraagd of ze niet een plekje bij een boer wisten om de oorlog door te komen. Aan de overkant lag een grote boerderij van de gebr. Haverkamp an daar werden we goed ontvangen. Alleen al met het briefje van de Pastoor uit Amersfoort. Zij waren ook Katholiek. Toen lekker dikke pap gegeten met roggenbrood dat was heerlijk. Vooral die pap van volle melk en we mochten blijven. Mijn bed was op de hooizolder en m'n broer moest in een paardekar daar werd hooi in gelegd. Die nacht is m'n broer ziek geworden. Hij heeft liggen overgeven en hij riep naar mij dat hij zo ziek was. Ik antwoorde dat is je straf omdat je mij niet gevraagd heb om binnen te komen toen jij zo lekker aardappels met kroten en spek heb gegeten. We zijn er gebleven tot eind April toen zijn we bevrijd door de Canadezen.
 

De gebr. Haverkamp zijn overleden en liggen op het kerkhof bij de kerk in Lettele begraven. Ik bezoek het kerkhof nog regelmatig.
 
Zo dat was mijn verhaal in het kort uit de hongerwinter 1944--1945. Maar we hebben tot het einde van de oorlog geen honger meer gehad en dat vergeet ik nooit ondanks dat het 62 jaar geleden is.

Groeten van G. Koks.


P.S.: Mocht U  verder wat organiseren dan houden we ons aanbevolen (dan met de bus).

PPS: Ger rapporteert: "Mijn geboorte datum is 28-04-1928 en mijn broer is van 10-10-1929.

G. Koks writes:

Report about the Hongertocht of end-February 1944

Day 1: From IJsselmonde to Haastrecht near Gouda
Day 2: From Haastrecht to Amersfoort
Day 3: In Amersfoort (at the boundary)
Day 4: From Amersfoort to Voorthuizen (on the Veluwe)
Day 5: From Voortuizen via Apeldoorn/Deventer to Lettele

Because of the railway strike in 1944 in which my father participated as he was a machinist with the railways in Rotterdam, our whole family had to hide. WE somehow arrived in IJsselmonde on the Hordijk and we were accommodated by different families.  In the winter of 1944 there was little to eat - only sugar beets

I went out at night to steal Brussels sprouts and that were growing behind the houses where the gardens were. We lived on those Brussels sprouts for four days and when finished we had to eat the stalks. With my mother and using a large saw we cut down a tree on the Dortsestraatweg. It fell down with a big bang. Then we had to cut it in slices and transport it home. With a large sledgehammer and a wedge cut it into smaller pieces.  When I missed the target with the sledgehammer I, being a still a fairly small boy, nearly fell upside down That all had to happen at night so that we couldn't be seen. I still don't know how I had to be energy and strength to do that heavy work. This is just the start of the story.

Day 1:  At about 10:00 in the morning and left with my brother on the way to, I really don't know. Our shoes were in a bad shape and the soles were full of holes that had been blocked with cardboard. My brother had boats but they were made of artificial rubber and all size of 47.  That was far too large for him but we didn't have anything else.  All the food that we had with us where a few slices of sugar beet. In the afternoon we arrived in Haastrecht and we were allowed to sleep in the school on straw. Well that was an experience!  We were attacked by fleas. All night we tried to catch them and then with our finger nail squeeze then to death on the floor. In the morning there was a lot of blood.

Day 2: From Haastrecht to Amersfoort. we tried to ask for food and some houses but that wasn't very successful because there were so many other people begging for food.  It was quite difficult because we had blisters on our feet, some as large as eggs, because of the poor footwear.  The last distance to Amersfoort we hung behind a horse drawn carriage used by the German soldiers. Then on arrival we went to baker P. Wolfenbuttel. He lived on the Soesterweg and we asked him if we were allowed to sleep there for the night and assured him that the next day we would be on our way again We were very well received by him and enjoyed a good meal, could take a wash, and the baker said "tomorrow we'll talk again."  We slept very nicely next to the oven. Is was nice and warm.

Day 3: Amersfoort. I was as stiff as a prank. My feet and legs were very sore and I really couldn't walk.  The Baker said you guys won't be leaving today because you are not capable anymore. He said I'll try to arrange something for you guys.  At the priest's residence he asked if there were any places where we could stay but, unfortunately, we were not the only once on the road.  Two letters were written that stated that we were good Roman Catholics They were stamped with the church's seal. After consultation with the baker he said that one of us could stay there but that two was too many because he had is own children to look after.  However, my brother and I decided that as we had left home together, we would travel together.  But even so, I had very nice memories about these nice people that had received us so well.

Day 4:  Amersfoort to Voorthuizen. it was a miserable day with the pain in my legs but we had to go through with it becasue it was said that the bridge at Deventer would be closed on March 1 (later on we learned that this information was not correct.) we bid our farewell to the bigger family and we went on the topic and .  It became a tortured and roots.  We had been given some food to take a long enough, support but that was finished in no time in. Even so we arrived in Voorthuizen where again we were allowed to sleep in a school on straw. After a prayer by the church man with a different Ebola of clear, but of super address and a quorum but if you're hungry.  Like everything .  We were kept awake again by vermin. That night last forever. At least we were dry but we had no heating but we didn't know any better.

Day 5: From Voorthuizen via Apeldoorn and Deventer to Letele (11 km to the north of Deventer.) We departed early in the morning.  It was a very difficult day; especially, because of one the roads had many hills.  There just didn't appear to be an end to that road.  In Twello we stopped at a sausage factory because it had the reputation that sometimes it provided food to people on the road.  But this time there was nothing there to get.  Just before arriving in Deventer, near the IJssel, sires blew the alarm. Germans that sat next to their anti-aircraft guns called us to come over and sit with them.  We did so and sat next to them and their guns to wait. When this sirens sounded to "all clear" signal we walked over the bridge. That did not get us into trouble because the bridge was well protected by German soldiers. In Deventer we went to the family Moors. They still knew us from Amersfoort.  We've did get some food and then we walked on; whereto, we didn't really know.  We had taken the road to Heeten. From then on we knocked on the door of every house that we saw to ask for food. That was not much of a problem.  We received lots slices of rye bread covered with fat and syrup. It tasted wonderful.  I probably ate seven of these large slices of rye bread.  But then my brother was invited to come inside one of the houses and I had to wait outside. It took a long time for him to come out again.  Eventually, he came outside and boasted. "I have eaten nice potatoes with red beets and bacon."

Here comes the bad part:  I said to him you, so and so, ate your guts full and I was standing outside to starving. Ofcourse, I had forgotten that I had already eaten seven slices of rye bread. So you see, my behavior wasn't very nice. It shows you that hunger affects the way people behave. When, eventually, we arrived in the evening by the transportation firm run by the brothers Waegraven we were given food and asked them whether they knew of a place where we could sleep for the night.  On the other side of the road was a large farm house of the brothers Haverkamp and there we were well received and that, just because of a piece of paper  written by a priest in Amerfoort. They too were Roman Catholic. Then we were given thick porridge and slices of rye bread and it was delicious; especially, the porridge. My sleeping place was in the hayloft and my brother could sleep in a horse cart that had been filled with hay. That night my brother got sick. He vomited and kept calling out that he felt so ill. I answered, "that's your punishment because you did ask these people to let me in as well when you were eating potatoes with red beets and bacon." We stayed at that farm til the end of April when we were liberated by the Canadians.

The brothers Haverkamp have long since died. and are buried in the churchyard in Lettele. I still visit that cemetery regularly. 

So this is my story in very short about the hunger winter in 1944 - 1945.  But we never suffered hunger again as long as we were with our caretakers. I'll never forget even though it is already 62 years ago.

Greetings from G. Koks.

P.S." if you are going to organize something for the Hunger March we recommend ourselves but of course with the bus


Recente foto van het farm house - 2002


Farmer Bas with Ger Koks - 1988

Ger Koks herinnert nog meer:

Vlak bij Lettele was er een startbaan voor lancering van V 1. ’s Je hoorde eerst ’n hard gebrul en dan kwam hij uit het bos de lucht in acht meter lang met een grote vlam van achter. Ik heb er veel gezien het waren monsters.

In die periode een overval meegemaakt. In de avond kreeg een paard ‘nkoliek (zweten) en dan moet er mee gelopen worden, ik samen met de boer in het donker naar buiten. Bij binnenkomst op de deel, was er een kerel met een pistool en een blauwlicht lantaren. Het paard op stal en wij moesten onder in de kelder daar zat de rest van de boerderij-bevolking. Toen is alles weggehaald: worsten en hammen van de zolder; alle nieuwe kleren; en de hele linnenkast. Er was niets meer over. We kregen de opdracht (dat alles onder bedreiging met een pistool) 15 minuten binnen blijven zo niet dan werd er geschoten. Ik zou best nog eens willen weten wie dat gedaan hebben (men vermoedde de ondergrondse.) Het was niet prettig om dat mee te maken.

Een dag voor de bevrijding kwamen tegen de avond 2 oude duitsers met paard en wagen vol met munitie, vorderden onderdak voor de nacht in de schuur. Een duitser zat op zo’n kleine accordeon te spelen. Toen (was er) op eens een vreselijke knal. Er was een granaat ontploft boven op de balk in de schuur. Er was een groot gat in het rieten dak maar dat was wel ons geluk, want was de granaat tussen de munitie wagens gevallen had ik dit niet kunnen schrijven, maar de paard en wagens van de duitsers waren gauw weg in het donker.

De bevrijding: Ik had op een schuttersputje een dikke houten deur gelegd en daar boven op een flinke laag grond.Toen hoorden we al in de verte schieten, maar de 3 broers wisten niet wat ze wilden. Toen maar een ander gat met z’n allen gegraven naast ons putje en daarop een grote deur van de boerderij er boven op. We hoorden af en toe granaten fluiten. Toen (gingen wij) onder de grond. Achter de boerderij ongeveer 10 meter van ons stond een klein geschut. De moffen schoten op alles er stond. Op de weg naar Lettele brande een grote roggemijt als een fakkel.  Er werd teruggeschoten door Canadezen

De koeien, de paarden en de varkens hadden we de wei ingestuurd. Nu kwamen de granaten op ongeveer 5 meter van ons neer. Grote stofwolk naar binnen en je oren hoorden niks meer. Er waren 6 granaten vlakbij gevallen. In de wei waren dode koeien. Een paard had zijn voorpoot aan een vel hangen. Toen het schieten ophield ben ik met een boer met een mes de keel proberen door te snijden dat viel niet mee. Voor het paard konden we niets meer doen. Toen de koeien naar de deel gesleept. Er was een huisslager gehaald vlak bij. De koeien opgehangen en geslacht. Ondertussen kwam er nog een mof langs gelopen met een granaat in z’n handen, dat was even schrikken. En binnen korte tijd waren er veel mensen uit Deventer om vlees. Alles ging weg er bleef niets over van de koeien.

Toen zag ik op de weg een soort gevechtswagen met koppen er boven uit, dan een knal en geen koppen verdwenen in eens. Het reed gewoon door, stopte aan de weg toen stapte er een militair uit in een voor ons vreemd uniform vroeg of er nog duitsers waren. Hij vroeg het in het Engels en ik gaf in het Duits antwoord: "Ze zijn gevlucht naar Zwolle." En toen waren we bevrijd - heel vreemd.

Ger Koks

Ger Koks remembers more:

Near Lettele was a launching pad for V1s. First you would hear a loud thundering sound then the projectile would burst out of the woods into the air about eight meters long with a large flame thrusting it forward. I saw many such monsters.

In that period we experienced a burglary. In the evening a horse was colicky and it had to be taken for a walk by the farmer and me, in the dark. When we got outside there was a guy there with a handgun and a searchlight. The horse had to go back in the stable and we were forced into the cellar where the rest of the residents of the farm were hiding. Everything was stolen: hams and dried sausages from the attic; all new clothes and all linen. Nothing was left. We were ordered (at gunpoint) to stay inside for 15 minutes otherwise they would shoot. To this day I would like to know who were responsible for this hit job. (some assumed that it was the Dutch Underground.) It wasn't pleasant to go through this dangerous experience.

One day before the liberation two old German soldiers with a horse drawn wagon loaded with ammunition and they demanded accommodation for the night in the barn. One of them played a small accordion. Then we heard aloud explosion. A granate had exploded on a beam in the barn. There was a large hole in the thatched straw roof of the barn. We had been lucky because if the granate had exploded near the ammunition I wouldn't have been here to tell the story. But the Germans packed up quickly and disappeared with their wagon in the depth of the night.

The liberation: I had placed on the top of a foxhole a thick wooden door and had covered that with a lot of soil. when we heard the sounds of shooting in the distance. The three brothers didn't know what they wanted to do. So between all of us we dug another deep hole next to my foxhole. We covered it with a large door of the barn. Now and then we could hear projectiles fly over. It was time to go in our underground shelters. Only about 10 meters behind the farm was a German artillery position. They shot at everything that moved. On the road to Lettele a large stack of burning rye stalks lit up the sky. The Canadian liberators returned fire.

We had turned all the farm animals like horses, cows and pigs lose into the paddocks. The projectiles started to land about five meters away from our shelters. There would be a big cloud of dust and you would be deaf for a while. Six had fallen in our area. There were three dead cows in the paddock. A horse had a leg hanging just by its skin. When the firing stopped the farmer and I with a large knife went out to cut the animal's throat but it wasn't easy. We couldn't do much else for the horse. We then dragged the dead cows to the barnyard. A butcher was fetched and the carcasses were hung and butchered. In the meantime a German walked by with a granate in his hand and that gave us a fright. In a short time a lot of people had arrived from Deventer to get meat. It all d disappeared quickly.

Then I saw a a sort of troupe carrier approach with heads sticking out of the top. A shot rang out and suddenly all the heads disappeared. The vehicle just continued, then it stopped and a military person stepped out dressed in a strange uniform and he asked if there were still Germans around. He asked the question in English and I gave he answer in German, "They have all escaped to Zwolle." It is then that we realized that we liberated - a strange feeling

Ger Koks

Up Bakker, J Bakker, T Beld v/d, E Belle van, D Beneker, G Bredius, R.M. Brinkhaus, J Bunk, H Ferdinandus, R Grindrod, F Haan de, N Hut, W Jonge de, A Kasteel. E Klinge, W Koks, G Leeuwen van, E Leeuwen van, Hans Leeuwen van, Jan Lens, J Makaske-Kuijer, J Meurs, H Molenaar, J Oostwoud v/d Panne Pelt van, G Roggeveen - Vat, I Scholman, C Schut, A Smit, L Stans, A & M Struijs v/d, A Til van, L Swijnenburg, G Valk, C Vugt van, A Walle v/d, F & W


Home | A. Reportage | B. Planning | C. Historie | D. Verhalen | E. Reunie | F. Administratief

 Copyright © 2007 www.hongertocht.org. Material may be used with acknowledgement of source.
For questions regarding this Web site contact webmaster@hongertocht.org. Last updated: 05/19/08.