G. Koks schrijft:
Verslag hongertocht van eind februari
1944
1ste dag: IJsselmonde naar Haarstrecht bij Gouda.
2 de dag: Haarstrecht naar
Amersfoort.
3 de dag: Amersfoort (de punt af)
4 de dag: Amersfoort naar Voorthuizen
(op de Veluwe)
5 de dag: Voorthuizen via
Appeldoorn--Deventer naar Lettele.
Vanwege de spoorweg staking in
1944 (mijn vader was machinist bij de Spoorwegen in Rotterdam )
moest heel de familie onderduiken. Wij kwamen terecht in
IJsselmonde op de Hordijk waar we bij verschillende families onder
gebracht werden. In de winter van 1944 was er weinig eten - alleen
maar suikerbieten.Ik zelf
ging ''s nachts spruiten plukken achter de woningen waar dat land
was. We hebben daar dagen geleefd van spruiten met Salatoma. Toen
dat op was spruiten koppen eten. Dat moest allemaal in de nacht
gebeuren. Met mijn moeder heb ik met een grote trekzaag bomen
omgezaagd aan de Dortsestraatweg. Het gaf een klap als er een bom
viel. Toen in moten gezaagd en vervoert. Dan met keggen kloven met
de voorhamer. Als ik dan mis sloeg klapte ik onderste boven. Ik weet
nog steeds niet waar ik als jongen de kracht vandaan haalde. Zo dit
is in het kort de voorgeschiedenis.
De 1ste dag: Rond tien uur in de
morgen ging ik op weg samen met mijn jongere broer; op weg waar naar
toe? Ons schoeisel was heel slecht. Mijn schoenen zaten vol gaten (ze
waren opgevuld met karton). Mijn broer was op laarzen van
kunstrubber maat 47. Dat was veelst veel te groot voor hem maar we
hadden niets anders. Het eten wat we bij ons hadden waren een paar
plakken suikerbieten. In de namiddag kwamen wij aan in Haastrecht en
in een school konden we op stro de nacht door brengen. Nou dat
hebben we geweten! We werden opgevreten door de vlooien. Heel de
nacht proberen om ze te pakken te krijgen en dan op de plint van de
vloer met je nagel dood te drukken. 's morgens was dat goed te zien
vanwegen het bloed.
2de dag: Van Haastrecht naar
Amersfoort. We probeerde soms bij woningen te vragen om eten maar
dat lukte niet want er liepen veel mensen vanwege de honger. Het was
heel zwaar met blaren, als eieren zo groot, op onze voeten vanwegen
het schoeisel. Het laatste stuk naar Amersfoort hebben we achter een
paardewagen gehangen van de moffen. Toen naar de bakker
P.Wolfenbuttel. Die woonde aan de Soesterweg en daar gevraagd of we
een nachtje mochten slapen tot de andere dag. Wij zijn daar heel
goed ontvangen lekker wat gegeten en gewassen en de bakker zei
morgen praten we verder. Toen heerlijk geslapen boven op de oven.
Dat was lekker warm.
3de dag: Amersfoort. Ik was zo
stijf als een plank. Mijn voeten en benen deden erg zeer en ik kon
haast niet lopen. De bakker zei: "jullie gaan niet weg want jullie
kunnen dat niet meer. Hij zei ik probeer wat te regelen voor jullie.
Bij de pastoor aldaar gevraagd of we niet ergens een plekje voor ons
wist maar helaas we waren niet de enigste. Toen heeft hij twee
papieren geschreven dat we goede Katholieken waren en de stempel van
de kerk er op gezet. Na overleg met de bakker kon een van ons bij
hem blijven maar twee ging niet, hij had zelf ook kinderen. Toen
hebben we samen besloten "samen uit samen thuis." Maar ik heb er een hele
fijne herinnering hier van het waren prachtige mensen voor ons.
4de dag: Amersfoort-- Voorthuizen.
Het was een heel slechte dag, met veel pijn in de benen, maar we
moesten door want op 1 Maart werd de brug bij Deventer gesloten
(achteraf dat was niet juist.) Afscheid genomen van de fam.
Wolfenbuttel en toen weer op pad. Het is een lijdensweg geworden.
Wij hadden wat eten mee gekregen uit Amersfoort maar dat was zo op. Ondanks toch tegen de avond aangekomen in Voorthuizen. Weer in een
school op stro voor de nacht. Toen na een gebed van de dominee
kregen we heldere kool soep. Het was lauw, maar als je honger heb
vind je alles lekker. Toen weer wakker gehouden door ongedierte. De
nacht duurde heel lang. We lagen droog maar zonder verwarming - maar
we wisten niet beter.
5de dag: Voorthuizen via
Apeldoorn en Deventer naar Lettele(11 KM boven Deventer).
's Morgens vroeg vertrokken. Het was een hele zware weg, vooral één
weg met heuvels er in. Er kwam geen eind aan. Nog in Twello bij de
worstenfabriek langs gegaan. Daar werden wel eens worstjes aan de
mensen gegeven die op pad waren. Maar nu was er niks te krijgen,
helaas! Voor Deventer, bij de IJssel, was er weer lucht alarm. De
Duitsers, die daar bij het afweer geschut zaten, riepen dat we bij
hen moesten komen. We gingen en zo zaten we naast het afweergeschut
te wachten. Toen het sein weer veilig werd gegeven zijn we over de
brug gegaan. Dat gaf geen problemen maar de brug was wel goed
beveiligt door militairen. In Deventer bij de fam. Moors geweest,
die kenden we nog uit Amersfoort. Daar wat te eten gehad en toen
weer verder - waar naar toe, dat wisten we niet. We hebben de weg
naar Heeten genomen. We hebben bij iedere woning om de beurt om eten
gevraagd en dat was geen probleem. We kregen van die sneden
roggenbrood met vet of stroopvet. Wat smaakte dat heerlijk. Ik had
zeker zeven van die grote sneden roggenbrood op. Toen mocht mijn
broer in een woning binnenkomen en ik maar wachten. Maar dat duurde
nogal een tijdje. Eindelijk kwam hij naar buiten en zei ik heb
heerlijk aardappels met kroten en spek gegeten.
Nou komt het: Ik zei "vuile
ploert jij zit je pens vol te vreten en ik sta te sterven van de
honger (Ik had minimaal zeven sneden roggenbrood op) en het was niet
leuk. Zo zie je maar weer hoe een mens als hij honger heeft kan
veranderen. Toen eindelijk tegen de avond kwamen we bij de
vrachtrijders de gebr. Welgraven daar wat gegeten en gevraagd of ze
niet een plekje bij een boer wisten om de oorlog door te komen. Aan
de overkant lag een grote boerderij van de gebr. Haverkamp an daar
werden we goed ontvangen. Alleen al met het briefje van de Pastoor
uit Amersfoort. Zij waren ook Katholiek. Toen lekker dikke pap
gegeten met roggenbrood dat was heerlijk. Vooral die pap van volle
melk en we mochten blijven. Mijn bed was op de hooizolder en m'n
broer moest in een paardekar daar werd hooi in gelegd. Die nacht is
m'n broer ziek geworden. Hij heeft liggen overgeven en hij riep naar
mij dat hij zo ziek was. Ik antwoorde dat is je straf omdat je mij
niet gevraagd heb om binnen te komen toen jij zo lekker aardappels
met kroten en spek heb gegeten. We zijn er gebleven tot eind April
toen zijn we bevrijd door de Canadezen.
De gebr. Haverkamp zijn overleden
en liggen op het kerkhof bij de kerk in Lettele begraven. Ik bezoek
het kerkhof nog regelmatig.
Zo dat was mijn verhaal in het
kort uit de hongerwinter 1944--1945. Maar we hebben tot het einde
van de oorlog geen honger meer gehad en dat vergeet ik nooit ondanks
dat het 62 jaar geleden is.
P.S.: Mocht U verder wat organiseren dan houden we ons aanbevolen
(dan met de bus).PPS: Ger
rapporteert: "Mijn geboorte datum is 28-04-1928 en mijn broer is van
10-10-1929.
|
G. Koks writes:
Report about the Hongertocht of
end-February 1944
Day 1: From IJsselmonde to Haastrecht
near Gouda
Day 2: From Haastrecht to Amersfoort
Day 3: In Amersfoort (at the boundary)
Day 4: From Amersfoort to Voorthuizen (on the Veluwe)
Day 5: From Voortuizen via Apeldoorn/Deventer to Lettele
Because of the railway strike in 1944 in which my
father participated as he was a machinist with the railways in
Rotterdam, our whole family had to hide. WE somehow arrived in
IJsselmonde on the Hordijk and we were accommodated by different
families. In the winter of 1944 there was little to eat - only
sugar beets
I went out at night to steal
Brussels sprouts and that were growing behind the houses where the
gardens were. We lived on those Brussels sprouts for four days and when
finished we had to eat the stalks. With my mother and using a large saw
we cut down a tree on the Dortsestraatweg. It fell down with a big bang.
Then we had to cut it in slices and transport it home. With a large
sledgehammer and a wedge cut it into smaller pieces. When I missed
the target with the sledgehammer I, being a still a fairly small boy,
nearly fell upside down That all had to happen at night so that we
couldn't be seen. I still don't know how I had to be energy and strength
to do that heavy work. This is just the start of the story.
Day 1: At about 10:00 in the morning and
left with my brother on the way to, I really don't know. Our shoes were
in a bad shape and the soles were full of holes that had been blocked
with cardboard. My brother had boats but they were made of artificial
rubber and all size of 47. That was far too large for him but we
didn't have anything else. All the food that we had with us where
a few slices of sugar beet. In the afternoon we arrived in Haastrecht
and we were allowed to sleep in the school on straw. Well that was an
experience! We were attacked by fleas. All night we tried to catch
them and then with our finger nail squeeze then to death on the floor.
In the morning there was a lot of blood.
Day 2: From Haastrecht to Amersfoort. we tried to
ask for food and some houses but that wasn't very successful because
there were so many other people begging for food. It was quite
difficult because we had blisters on our feet, some as large as eggs,
because of the poor footwear. The last distance to Amersfoort we
hung behind a horse drawn carriage used by the German soldiers. Then on
arrival we went to baker P. Wolfenbuttel. He lived on the Soesterweg and
we asked him if we were allowed to sleep there for the night and assured
him that the next day we would be on our way again We were very well
received by him and enjoyed a good meal, could take a wash, and the
baker said "tomorrow we'll talk again." We slept very nicely next
to the oven. Is was nice and warm.
Day 3: Amersfoort. I was as stiff as a prank. My feet and legs
were very sore and I really couldn't walk. The Baker said you guys
won't be leaving today because you are not capable anymore. He said I'll
try to arrange something for you guys. At the priest's residence
he asked if there were any places where we could stay but,
unfortunately, we were not the only once on the road. Two letters
were written that stated that we were good Roman Catholics They were
stamped with the church's seal. After consultation with the baker he
said that one of us could stay there but that two was too many because
he had is own children to look after. However, my brother and I
decided that as we had left home together, we would travel together.
But even so, I had very nice memories about these nice people that had
received us so well. Day 4:
Amersfoort to Voorthuizen. it was a miserable day with the pain in
my legs but we had to go through with it becasue it was said that the
bridge at Deventer would be closed on March 1 (later on we learned that
this information was not correct.) we bid our farewell to the bigger
family and we went on the topic and . It became a tortured and
roots. We had been given some food to take a long enough, support
but that was finished in no time in. Even so we arrived in Voorthuizen
where again we were allowed to sleep in a school on straw. After a
prayer by the church man with a different Ebola of clear, but of super
address and a quorum but if you're hungry. Like everything .
We were kept awake again by vermin. That night last forever. At least we
were dry but we had no heating but we didn't know any better.
Day 5: From Voorthuizen via Apeldoorn and Deventer
to Letele (11 km to the north of Deventer.) We departed early in the
morning. It was a very difficult day; especially, because of one
the roads had many hills. There just didn't appear to be an end to
that road. In Twello we stopped at a sausage factory because it
had the reputation that sometimes it provided food to people on the
road. But this time there was nothing there to get. Just
before arriving in Deventer, near the IJssel, sires blew the alarm.
Germans that sat next to their anti-aircraft guns called us to come over
and sit with them. We did so and sat next to them and their guns
to wait. When this sirens sounded to "all clear" signal we walked over
the bridge. That did not get us into trouble because the bridge was well
protected by German soldiers. In Deventer we went to the family Moors.
They still knew us from Amersfoort. We've did get some food and
then we walked on; whereto, we didn't really know. We had taken
the road to Heeten. From then on we knocked on the door of every house
that we saw to ask for food. That was not much of a problem. We
received lots slices of rye bread covered with fat and syrup. It tasted
wonderful. I probably ate seven of these large slices of rye
bread. But then my brother was invited to come inside one of the
houses and I had to wait outside. It took a long time for him to come
out again. Eventually, he came outside and boasted. "I have eaten
nice potatoes with red beets and bacon."
Here comes the bad part: I said to him
you, so and so, ate your guts full and I was standing outside to
starving. Ofcourse, I had forgotten that I had already eaten seven
slices of rye bread. So you see, my behavior wasn't very nice. It
shows you that hunger affects the way people behave.
When, eventually, we arrived in the evening by the transportation firm
run by the
brothers Waegraven we were given food and asked them whether they knew
of a place where we could sleep for the night.
On the other side of the road was a large farm house of the brothers
Haverkamp and there we were well received and that, just because of a
piece of paper written by a priest in Amerfoort. They too were
Roman Catholic. Then we were given thick porridge and slices of rye
bread and it was delicious; especially, the porridge. My sleeping place
was in the hayloft and my brother could sleep in a horse cart that had
been filled with hay. That night my brother got sick. He vomited and
kept calling out that he felt so ill. I answered, "that's your
punishment because you did ask these people to let me in as well when
you were eating potatoes with red beets and bacon." We stayed at that
farm til the end of April when we were liberated by the Canadians. The brothers Haverkamp have long
since died. and are buried in the churchyard in Lettele. I still visit
that cemetery regularly.
So this is my story in very short
about the hunger winter in 1944 - 1945. But we never suffered hunger again as long as we were with our
caretakers. I'll never forget even though it is already 62 years ago.
Greetings from G. Koks.
P.S." if you are going to organize something for the
Hunger March we recommend ourselves but of course with the bus |
|
Ger Koks
herinnert nog meer:
Vlak bij Lettele
was er een startbaan voor lancering van V 1. ’s Je hoorde eerst ’n hard
gebrul en dan kwam hij uit het bos de lucht in acht meter lang met een
grote vlam van achter. Ik heb er veel gezien het waren monsters.
In die periode
een overval meegemaakt. In de avond kreeg een paard ‘nkoliek (zweten) en
dan moet er mee gelopen worden, ik samen met de boer in het donker
naar buiten. Bij binnenkomst op de deel, was er een kerel met een
pistool en een blauwlicht lantaren. Het paard op stal en wij moesten
onder in de kelder daar zat de rest van de boerderij-bevolking. Toen is
alles weggehaald: worsten en hammen van de zolder; alle nieuwe kleren;
en de hele linnenkast. Er was niets meer over. We kregen de opdracht
(dat alles onder bedreiging met een pistool) 15 minuten binnen blijven
zo niet dan werd er geschoten. Ik zou best nog eens willen weten wie dat
gedaan hebben (men vermoedde de ondergrondse.) Het was niet prettig om dat
mee te maken.
Een dag voor
de bevrijding kwamen tegen de avond 2 oude duitsers met paard en wagen
vol met munitie, vorderden onderdak voor de nacht in de schuur. Een
duitser zat op zo’n kleine accordeon te spelen. Toen (was er) op eens
een vreselijke knal. Er was een granaat ontploft boven op de balk in de
schuur. Er was een groot gat in het rieten dak maar dat was wel ons
geluk, want was de granaat tussen de munitie wagens gevallen had ik dit
niet kunnen schrijven, maar de paard en wagens van de duitsers waren
gauw weg in het donker.
De bevrijding:
Ik had op een
schuttersputje een dikke houten deur gelegd en daar boven op een flinke
laag grond.Toen hoorden we al in de verte schieten, maar de 3 broers
wisten niet wat ze wilden. Toen maar een ander gat met z’n allen
gegraven naast ons putje en daarop een grote deur van de boerderij er
boven op. We hoorden af en toe granaten fluiten. Toen (gingen wij) onder
de grond. Achter de boerderij ongeveer 10 meter van ons stond een klein
geschut. De moffen schoten op alles er stond. Op de weg naar Lettele
brande een grote roggemijt als een fakkel. Er werd teruggeschoten
door Canadezen
De koeien, de
paarden en de varkens hadden we de wei ingestuurd. Nu kwamen de granaten
op ongeveer 5 meter van ons neer. Grote stofwolk naar binnen en je oren
hoorden niks meer. Er waren 6 granaten vlakbij gevallen. In de wei waren
dode koeien. Een paard had zijn voorpoot aan een vel hangen. Toen het
schieten ophield ben ik met een boer met een mes de keel proberen door
te snijden dat viel niet mee. Voor het paard konden we niets meer doen. Toen de koeien naar de deel gesleept. Er was een huisslager gehaald
vlak bij. De koeien opgehangen en geslacht. Ondertussen kwam er nog een
mof langs gelopen met een granaat in z’n handen, dat was even schrikken.
En binnen korte tijd waren er veel mensen uit Deventer om vlees. Alles
ging weg er bleef niets over van de koeien.
Toen zag ik op de
weg een soort gevechtswagen met koppen er boven uit, dan een knal en
geen koppen verdwenen in eens. Het reed gewoon door, stopte aan de weg
toen stapte er een militair uit in een voor ons vreemd uniform vroeg of
er nog duitsers waren. Hij vroeg het in het Engels en ik gaf in het
Duits antwoord: "Ze zijn gevlucht naar Zwolle." En toen waren we bevrijd
- heel vreemd.
Ger
Koks |
Ger Koks remembers
more: Near
Lettele was a launching pad for V1s. First you would hear a loud
thundering sound then the projectile would burst out of the woods into
the air about eight meters long with a large flame thrusting it forward.
I saw many such monsters.
In that period we experienced a
burglary. In the evening a horse was colicky and it had to be taken for
a walk by the farmer and me, in the dark. When we got outside there was
a guy there with a handgun and a searchlight. The horse had to go back
in the stable and we were forced into the cellar where the rest of the
residents of the farm were hiding. Everything was stolen: hams and dried
sausages from the attic; all new clothes and all linen. Nothing was
left. We were ordered (at gunpoint) to stay inside for 15 minutes
otherwise they would shoot. To this day I would like to know who were
responsible for this hit job. (some assumed that it was the Dutch
Underground.) It wasn't pleasant to go through this dangerous
experience. One
day before the liberation two old German soldiers with a horse drawn
wagon loaded with ammunition and they demanded accommodation for the
night in the barn. One of them played a small accordion. Then we heard
aloud explosion. A granate had exploded on a beam in the barn. There was
a large hole in the thatched straw roof of the barn. We had been lucky
because if the granate had exploded near the ammunition I wouldn't have
been here to tell the story. But the Germans packed up quickly and
disappeared with their wagon in the depth of the night.
The liberation: I had placed on
the top of a foxhole a thick wooden door and had covered that with a lot
of soil. when we heard the sounds of shooting in the distance. The three
brothers didn't know what they wanted to do. So between all of us we dug
another deep hole next to my foxhole. We covered it with a large door of
the barn. Now and then we could hear projectiles fly over. It was time
to go in our underground shelters. Only about 10 meters behind the farm
was a German artillery position. They shot at everything that moved. On
the road to Lettele a large stack of burning rye stalks lit up the sky.
The Canadian liberators returned fire.
We had turned all the farm animals
like horses, cows and pigs lose into the paddocks. The projectiles
started to land about five meters away from our shelters. There would be
a big cloud of dust and you would be deaf for a while. Six had fallen in
our area. There were three dead cows in the paddock. A horse had a leg
hanging just by its skin. When the firing stopped the farmer and I with
a large knife went out to cut the animal's throat but it wasn't easy. We
couldn't do much else for the horse. We then dragged the dead cows to
the barnyard. A butcher was fetched and the carcasses were hung and
butchered. In the meantime a German walked by with a granate in his hand
and that gave us a fright. In a short time a lot of people had arrived
from Deventer to get meat. It all d disappeared quickly.
Then I saw a a sort of troupe
carrier approach with heads sticking out of the top. A shot rang out and
suddenly all the heads disappeared. The vehicle just continued, then it
stopped and a military person stepped out dressed in a strange uniform
and he asked if there were still Germans around. He asked the question
in English and I gave he answer in German, "They have all escaped to
Zwolle." It is then that we realized that we liberated - a strange
feeling Ger
Koks |