|
Ha Piet en Tiny, Ha Henny en Maup eveneens, Frieda en Elly
niet te vergeten. Nog bedankt Piet voor je
uitvoerige en opgewekte verslag omtrent jullie fietstocht in
Gelderland bij Nijmegen en de Ooijpolder. Pittig
hoor!
In onze felicitatie aan jou voor 5 augustus
wees ik je op de web-rubriek
www.hongertocht.org over
het initiatief van ene Ton van Vugt, geëmigreerd naar de
V.S. om een HERDENKINGSTOCHT te organiseren van de
hongertochten die velen in het westen maakten in de winter 1944/45
naar het noorden en oosten van het land. Hij
zette daarvoor een wandeling in 7 etappes uit van Rotterdam naar
Hattem en
maakte daarvoor met behulp van zijn schoonzuster mw.
Soeters uit Rotterdam een knappe webside.
Diverse kranten (o.a. Trouw en de Telegraaf) evenals enige
radiostations schonken daar aandacht aan.
Aangezien, zoals ik je schreef, wij destijds in
Alphen aan de Rijn óók op pad moesten voor
aanvulling van onze te schaarse rantsoenen, wekte dat enige
herinnering bij mij. In januari 1945 reden mijn vader en ik voor het
eerst naar Aalten in de Achterhoek,
waar vader had gewerkt. Toen de daarbij verworven
voorraadjes rogge, aardappels en een enkel eitje + stukje spek weer
opraakten (we waren toen thuis met zijn 10-en) gingen we in februari
nogmaals, toen vergezeld van mijn oom Maarten, op onze niet al te
beste fietsen met houten banden.Die 2e
tocht was zo succesrijk dat we alleen lopend naast onze beladen
fietsen terug over de IJsselbrug te Zutphen richting huis konden
weerkeren. Nu waren oom Maarten met vrouw en kind in september '44
bij de luchtlandingen verdreven uit Wageningen; enige tijd verbleven
zij als evacuees
bij een boer in Klarenbeek bij Apeldoorn. Daar konden
wij onze overdaad in bewaring geven en met kleinere vrachtjes verder
weer naar Alphen fietsen. De honger noopte ons om die verfoeide
rogge toch maar op te halen. Maar hoe?
Voor vader was het te riskant geworden. Hij hád al
eens weten te ontsnappen toen hij bij een
razzia (voor werk aan versterkingen) met veel mannen was opgepakt.
Mijn oom en tante Annie waren met ons nichtje
Anneke inmiddels naar Zaandam vertrokken, waar bij familie de
voedseltoestand toch beter was. Hans was dus de aangewezen persoon
om dat klusje te klaren; maar hoe?
Onze fiets was gesneuveld en het gewicht in
Klarenbeek te groot. Nu had vader ( geboren 1899) voor zijn
eenmansbedrijf een kleine handkar voor het
vervoer van planten en tuingereedschap naar zijn klanten.
Dat werd de oplossing; alleen..........voor een
magere jongen van 16 jaar iets te
ondoenlijk. Dus zou ook broer Maup meegaan. Wij op
pad, begin april twee scharminkels samen; het
zou minstens een dag of drie vergen om in Klarenbeek te
komen. Vol bezorgdheid liet moeder ons node gaan. Zij
had al moeten ervaren dat
haar vader die winter in Rotterdam door kommer en
honger in eenzaamheid was overleden, nog maar 68 jaar oud. Het
overlijdensbericht bereikte haar pas toen hij al lang en breed
begraven was: een afstandje van 40 kilometer was noch voor de
post noch voor ons als gezin snel te overbruggen.
Onze leeftocht bestond uit roggebrood met een
beetje rauwe raapolie (vandaar boven die verfoeienis, maar
bloembollen smaken nóg erger! om maar niet van suikerbieten te
spreken). In Harmelen mochten we bij een boer - een neef van onze
overbuurvrouw - in de schuur slapen, waar zijn kaasbrik stond gevuld
met hooi. Maar met Maup ging het niet naar wens; hij kreeg die nacht
heftige diarree. In overleg met de
vriendelijke boer besloten we in arrenmoede dat hij
terug naar huis zou gaan. Hij zou voorstellen dat onze oudste zus
Henny mij achterna zou komen om te helpen duwen bij de terugreis. Zo is
het ook gegaan. Net toen ik me met een geladen kar stond af te
vragen hoe ik die in vredesnaam over de heuvels van de Veluwerand
zou krijgen, kwam ze aanfietsen - op de fiets
geleend van mevrouw Vis, onze overbuurvrouw in de Van Velzenstraat.
Hulde voor die niet vanzelfsprekende solidariteit! We kwamen goed
thuis, ik meestal achter de wagen sturend - je voert het commando of
niet - zij trekkend vóór de handkar uit met een touw over haar
schouder, meisje van 21 jaar mét MULO diploma en een keurige baan
bij de afdeling Debiteuren van een uitgever.
Het zal jullie inmiddels wel duidelijk zijn
Piet en Tiny waarom dit emailtje ook naar mijn lieve zussen en beste
broer gaat. "So not to forget".
Nu dan even over de herhaling van de
voedseltochten 1944/45; traject van Rotterdam Zuid naar Hattem /
IJsselbrug bij Zwolle. Bedoeld als eerbetoon aan al die moeders die
hun vaak jonge kinderen - onder de tien - poogden onder te
brengen in streken waar nog wél iets te eten was. Dat
betrof de noordelijke Veluwe
en boven Zwolle ook Overijssel, Drenthe, Groningen,
Friesland. Als ze tenminste het geluk hadden
bij de IJsselbrug te worden doorgelaten door barse wachten van de
Wehrmacht, de SS of van de Landwacht (geformeerd uit Nederlandse
ingezetenen). Of anderen die over de IJssel vooral bij Zutphen zoals
wij naar de Achterhoek en Twente trokken om voedsel voor de
thuisblijvers te vergaren en zelf bij te komen van de vermoeienissen
met een meest kortstondige verkwikking
van gastvrijheid en rust. Maandenlang dagelijks een
lang lint van sjokkende mensen langs de kanten van de wegen, soms
een karretje voorttrekkend, een kinderwagen; of fietsend, maar heel
vaak ook met alleen een zak over de schouder, kind aan
hun hand. Weinig mannen, vaders, want die vielen ten
prooi aan razzia's voor tewerkstelling aan
verdedigingslinies of zelfs toen nog in Duitse wapenfabrieken.
Een niet geringer eerbetoon aan al die
honderden, duizenden mannen en vrouwen, die hielpen, slaaplaats
verzorgden, hun voorraden deelden; de magere, vermoeide
gezichten opmerkten van soms vele honderden die
dagelijks op hun deuren klopten. Die niet moe
werden om in oprechte eenvoud van hun hart te doen wat
nodig was, te geven wat zij soms zelf maar node
konden missen; heel praktische daadwerkelijke
barmhartigheid. Again: "So not to forget". Er was vaak ook
plaatselijk georganiseerde hulp door Kerken, Rode Kruis verbanden of
(heimelijke) Oranjeverenigingen. Ook gemeenten deden het nodige. Op
onze eerste fietstocht in januari kozen vader en ik niet de route
over Zutphen, maar gingen wij via Hoenderlo en Eerbeek naar Brummen
om daar het voetveer naar Bronkhorst te nemen. In een felle
sneeuwbui roeide de veerman ons met zijn zware roeiboot naar de
overkant. Zo keerden we vijf dagen later ook weer terug. Het was
riskant door de felle stroom, maar we hadden zo geen last van
ongewenste belangstelling. Een maand later moesten we met z'n drieën
wel over de brug bij Zutphen, want de veerman had zijn diensten
gestaakt. Te gevaarlijk: Spitfires van de Engelse luchtmacht op
jacht naar Duitse troepenverplaatsingen waren konstant in de lucht
en schoten op alles wat op de wegen en het water bewoog.
Het vertrek van de herinneringstocht
was op zaterdag 4 augustus van een plek in Rotterdam Zuid naar
Bergambacht over een afstand van 25 kilometer.
Aanvankelijk had ik niet veel zin om mee te gaan:
alles was lang geleden en onze eigen route
west-oost stond dwars op dit traject van zuidwest naar
noordoost. Maar maandagochtend ging ik toch kijken
naar het vertrek van de groep uit Lopikerkapel, dichtbij onze
huidige woonplaats in Nieuwegein. Het bleek te gaan om een kleine
groep wandelaars, mannen en vrouwen gemengd ongeveer 14 mensen. Het
was heerlijk weer, het weidelandschap lag er
schitterend bij. Er was goede begeleiding door een
paar volgauto's en enige dames op de fiets, die als wegwijzers en
opvang voor achterblijvers optraden. Inmiddels
had Maup, die ik had gemaild, gebeld dat hij wel het stuk van Heerde
naar Hattem van 8 km op vrijdag wilde wandelen.
Of ik ook meeging.
Dat doorbrak mijn twijfels, maar om de "eer" van de
broers hoog te houden besloot ik op
dinsdag traject 4 van Driebergen naar Barneveld, lang 26 km, in zijn
geheel te gaan wandelen, hopend dat ook te
kunnen uitlopen. Het voordeel van die route
was dat wij zelf in '45 de weg van Driebergen over Woudenberg naar
Scherpenzeel eveneens aflegden.
Destijds hebben wij in Woudenberg zowel op
de heen- als de terugweg verschillende malen met veel anderen in een
daarvoor ingericht schoollokaal met stro op de vloer overnacht. Het
tempo van de groep bleek voor mij te hoog; ik raakte geleidelijk
achterop, maar kon bij de ontvangst op het stadhuis van Woudenberg
weer bijtrekken. De belangstelling onderweg van fietsers en bewoners
was heel boeiend; soms bij de jongeren met hele uitwisselingen van
herinneringen uit verhalen van ouders of ander
voorgeslacht. Dat kostte wel veel tijd, waardoor ik
in Scherpenzeel 7 km op de hoofdgroep was
achtergeraakt. Een welgemeende uitnodiging van een volgauto om me
een stukje bij te rijden sloeg ik evenwel af: ik wilde het hele
traject op eigen voeten volmaken. Van 14.00
tot 17.15 uur heb ik de 12 restende kilometers
naar Barneveld gelopen. HET IS DUS GELUKT, al was het
een zware trek.
In de eenzaamheid van het prachtige weidelandschap, afgezoomd
met stroken bomen, links en rechts op afstand grote boerenbedrijven
kreeg ik alle gelegenheid met mezelf in het reine te komen en
verzoend te raken met mijn leven, de plaats die ik inneem en mijn
toekomstige lot, welk dat ook mag zijn. Per trein kon ik van
Barneveld over Ede-Wageningen terug naar Driebergen, waar ik mijn
auto had geparkeerd. De twee dagen daarna speelden mijn kuiten en
eigenlijk mijn hele lijf wel erg op en was het strompelen geblazen.
Maar vrijdag was ik weer fit genoeg om de trein naar Olst te nemen
en in de auto
van Maup mee te rijden naar Heerde. Bij het stadhuis
aldaar was veel publiek om de aankomst van de (toch wel aangewassen)
groep wandelaars welkom te heten.Die
werden gevolgd door een lange colonne originele Amerikaanse
legerwagens uit de oorlog; goed onderhouden en bereden door
Nederlandse chauffeurs die tegelijkertijd als hobbyïsten eigenaren
zijn. Ze hebben zich verenigd in een club
met de naam "Keep them rolling" en luisteren meer
bijzondere evenementen op. Maup werd al rap
aangeklampt voor een interview en mocht het genoegen smaken door
buurtgenoten te worden toegesproken, die hem op de streektelevisie
zagen.
Ten stadhuize in Heerde werd het gezelschap hartelijk
ontvangen en zeer royaal gefêteerd met koffie,
gebak en frisdranken. Twee wethouders traden als gastheer op,
van wie één in zijn kwaliteit van locoburgemeester
een heel meelevende en piekfijne
herinneringstoespraak tot de vele aanwezigen hield, die recht uit
het hart kwam en ook zodanig werd ontvangen.
Het antwoord van de initiatiefnemer, Ton van Vugt, was niet minder
warm en gemeend.
Maar er moest nog een eindje worden gegaan. Eerst naar een
molen aan de grens van Heerde waar iedereen op pannenkoeken werd
getracteerd. Het lopen viel me al filmend - ik
had mijn videocamara bij me - toch nog niet mee, weer raakte ik
achterop. Helemaal aan het eind van de
voertuigcolonne - minstens 30 legerauto's oude stijl -
pikte me de jeep van Joop Middendorp op, zoals na de
kennismaking bleek, die als rustend
vrachtwagenbestuurder deze liefhebberij had opgepakt. Via hem kon ik
overstappen achterop bij een "motorordonnans",
met motor en kaky canvas jas uit de veertiger jaren ook geheel in
stijl. Hij reed me tot voor de stoet. Nu kon ik de hele optocht
vastleggen tot ik weer bij Joop belandde en me heel gerieflijk naar
de Marken en nog verder naar het stadhuis van Hattem kon laten
vervoeren. Glorieus oud-Nederlands Hanze stadje. Zo kon ik ook mooi
de sportieve prestatie van mijn broertje filmen, die er met zijn
rugzak en uitstekend parapluutje (heeft-ie niet hoeven openvouwen)
bepaald martiaal bijliep. Hij wist toen nog niet van die andere
verrassing van de verschijning van zijn eerste klein-d o c h t e r
Sofie Anna Margriet, want die werd ter aanvulling op drie pientere
kleinzoons op 15 augustus geboren, de
47e verjaardag van onze Peter. Gefeliciteerd dus,
beide zonen van Jan Christiaan van Leeuwen en Neeltje Groenheiden !
Er volgden voor wandelaars en bevolking die
avond en de volgende dagen nog verschillende vieringen en
ontvangsten; maar die hebben Maup en ik maar niet afgewacht. Met
auto - hij - en bus/trein - ik - zochten wij zeer voldaan onze eigen
haardsteden weer op; zoals reeds gezegd met
vertrouwen de toekomst tegemoet.
Gestuurd door Hans van Leeuwen |