|
Relaas van Cor Scholman-Spruit uit Montfoort:
Terug de brug over
“Ik weet nog dat ik door een Duitser aan mijn
haren werd getrokken, toen ik bij Zwolle de brug weer terug over wilde.
We waren heel bang, maar de volgende dag heel vroeg in de morgen
probeerden we het weer en toen lukte het.” Dat vertelt Cor
Scholman-Spruit. Cor is nu 85 jaar. Ze vertelt over haar ervaringen toen
ze in januari 1945 naar Zwolle ging.
In de
hongerwinter was ik 22 jaar. Ik was de oudste van ons gezin met 5
kinderen. We woonden –en dat doe ik nog- in Montfoort, een stadje zo’n
15 km ten zuidwesten van Utrecht. Ik had gehoord dat Truus Vendrig (die
later getrouwd was met Peek, en een zus van Kees de slager was) op de
fiets naar Zwolle zou gaan om eten te halen. Truus was ouder dan ik.
Truus zei: ‘ik ga voor iemand, maar je moet me geen namen noemen.’ Na de
oorlog hoorde ik dat ze eten ging halen voor de enige twee joden die
Montfoort had: Jacob en Sien Keizer. Zij zaten vlakbij Montfoort
ondergedoken.
Hadden wij
honger? Niet erg, want mijn moeder had voor een goede voorraad
gezorgd. Maar overal was weinig eten. Ik herinner me dat mensen langs
kwamen –vooral uit Rotterdam- en om eten bedelden. Als er gebeld werd en
wij aten net, dan zei mijn moeder: ‘Allemaal stoppen met eten.’ En dan
haalde ze van ieder bord iets af zodat degene die langs kwam ook eten
had.
Truus en ik
waren bevoorrecht boven vele anderen die moesten lopen. Wij gingen ieder
op een fiets. Ik had een transportfiets met 1 luchtband en 1
surrogaatband. Het moet eind januari geweest zijn. Ik herinner me niet
of het koud was. Het gerucht ging dat de Duitsers de brug bij Zwolle 1
februari zouden sluiten, dus het moest voor die tijd gebeuren. We hadden
adressen meegekregen van familie en vrienden van kapelaan Van Rossum.
Dat waren boeren en daar zouden we langs moeten gaan.
Voor die tijd
had ik difterie gehad en sommige mensen kregen daar lamme benen van.
Toen wij bij Utrecht waren deden mijn benen al pijn, en ik was bang dat
ik ’t niet zou halen.
Beschieting bij
Hoevelaken
Onderweg werd
er vanuit de lucht geschoten en ik herinner me dat ik dekking zocht
achter een heel klein boompje. Op die dag is er ook iemand uit Montfoort
tijdens zo’n beschieting bij Hoevelaken overleden. (Ik meen dat die man
Schalk heette.) Toen mijn vader dat vernam had hij spijt dat hij mij
toestemming had gegeven om te gaan. Ik herinner me wel de rijen met
mensen die liepen richting Zwolle, maar omdat we met de fiets waren,
namen we ook vaak een andere weg.
Boeren bij Wije
Toen we bij
Zwolle waren zijn we met name naar het plaatsje Wije geweest. We
zijn bij circa vijf adressen langs gegaan en overal kregen we wat tarwe,
dus ik had op een gegeven moment een flinke zak tarwe voor op mijn
transportfiets staan. Dat was ik niet gewend en dat fietste moeilijk. We
sliepen ook bij de mensen waar we te gast waren. Zo hebben we ook een
keer in het stro bij de koeien geslapen. Ik was zo moe, ik heb er
heerlijk geslapen.
Ik weet ’t niet
meer precies waar we onderweg hebben geslapen. In ieder geval was de
laatste keer in Amersfoort. Het zag er naar uit dat we geen slaapplaats
zouden krijgen en we vroegen: ‘al mogen we vannacht maar op een stoel
zitten’. Toen werden we meegenomen in het donker, dus we konden niet
zien waarheen en ineens was er een eenpersoonsbed voor ons tweeen. Toen
we daarin lagen hoorden we iemand zeggen: ‘Ome Gert lig je lekker?’ Dus
er waren nog meer mensen, en met name mannen in de ruimte waar we
sliepen. Dat was in die tijd heel wat.
Mijn grootste
angst was dat de Duitsers de brug dicht zouden doen zodat ik niet
meer naar mijn familie terug zou kunnen gaan. Toen we over die brug
terug wilden, werd ik door een Duitse soldaat teruggetrokken aan mijn
haren. We waren heel bang. De volgende morgen in alle vroegte –en
duisternis- hebben we het weer geprobeerd toen de Moffen even een andere
kant op keken, en toen lukte het gelukkig. We renden met de fietsen de
brug over.
PS:
Truus Vendrig is al lang overleden. Ik weet dat
Rieki Goes van Schaik van de Achterbaan in Montfoort (ze is een aantal
jaren jonger dan ik) met haar vader ook in die tijd voor eten naar
Zwolle is geweest. |