Schut, A

Home
A. Reportage
B. Planning
C. Historie
D. Verhalen
E. Reunie
F. Administratief

 

Albert Schut schrijft:

In het spionnetje van 23-01-07 las ik enkele ervaringen m.b.t. hongertochten. Ook ik, ben van '27, heb dergelijke tochten meermalen gemaakt.
 

Najaar 1944: aan deze kant v/d Moerdijkbrug stonden veel velden onder water; aardappelen nog in de grond, dus daar gingen we op af. Tot je knieën in het water, wat je boven haalde was bijna net zoveel klei als aardappelen.  Had je pech, dan stond de boer bij het hek en kon je hem nog betalen ook. Nee, niet met geld, maar lakens, sieraden of andere goederen moest hij hebben. Lakens kon je later soms niet  meer kwijt, hadden ze er al genoeg van.
 
Dan weer richting Rotterdam; zo dicht mogelijk bij de Dordtsche brug "sliepen" we bij een tuinder in een kas, want je moest die  brug over zijn, voordat de Landwacht er was, anders was je alles kwijt. Om die brug over te komen, was nog een hele klus, je moest met je handwagen, ouwe kinderwagen of wat je ook maar op wielen bij je had, daar een trap op en af. Ik heb tijdens dat soort tochten wel eens hulp gehad van een Duitser, maar nooit van een Landwachter; integendeel !
 
Andere poging om aan eten te komen: Met een roeiboot vanuit de jachthaven in IJsselmonde naar de Hoekse Waard; deels in het donker, om niet te worden aangehouden. Mijn maat op die tocht had daar familie en terwijl ik buiten de bewoonde wereld tussen het riet bleef wachten (ook 's nachts), ging hij op weg om aardappelen en ander voedsel los te zien krijgen. Na zijn terugkeer, gelukkig met wat hij had kunnen krijgen en zoveel mogelijk profiterend van het tij, richting IJsselmonde. Stond er weer zo'n "bloedhond"op de brug bij Hendrik Ido Ambacht: naar de kant of ik schiet! Geen keus, dus alles kwijt.

De andere dag lopend vanuit Rotterdam naar de Ortskommandantur in Ridderkerk; daar kon je soms een deel van het voedsel terug krijgen; en ja hoor, was zo! Maar met een gezin van 11 mensen, moeder en 10 kinderen, stelde een mud aardappelen bij het toenmalige voedsel niet veel voor.
 

Nog een tocht: nu niet om eten te halen , maar om het uit te sparen. In die periode van de oorlog kon je je als 16/17-jarige jongen niet meer op straat vertonen zonder het gevaar te lopen, door de Duitsers opgepakt te worden. Twee van mijn vrienden zaten in dezelfde situatie. Hun ouders, incl. mijn moeder, besloten dat wij maar naar Uithuizen moesten; waren de grootste eters tenminste weg. Een van die vrienden was om aan te sterken daar al eens in  geweest en dacht, dat we daar wel terecht konden.
 
Op 2 januari 1945 wij dus lopend op pad; ging ook niet zonder problemen: opgepakt door de Duitsers, kunnen ontsnappen uit de trein; bij Kampen bij weer onbekenden een nacht geslapen, de andere dag naar een huis in Kampen gebracht, verkleed als vrouw en op de fiets de IJssel over. Data weet ik niet meer, maar het zal zo medio januari zijn geweest, dat we in Uithuizen aankwamen.
 
Wij gingen naar Domi (dat was Ds. Gaaikema; ja, de vader van!) We waren daar niet de enigen: Joden, communisten, verzetslui e.a. onderduikers: iedereen die in Uithuizen om hulp aan kwam, werd naar Domi verwezen. Hij zorgde dan voor onderdak elders in de omgeving. Onvoorstelbaar wat een risico die man in de oorlog heet gelopen. Maar ook voor de oorlog was het een man die veel mensen heeft geholpen.
 
Ik bleef tot begin mei bij hem. Kort na de bevrijding terug naar Rotterdam; nu grotendeels per binnenschip; we wisten natuurlijk van het voedselgebrek in het Westen, dus ik had nogal wat aardappelen en graan bij me. Kademuren om aan te leggen waren er niet meer, hadden onze bezetters voor gezorgd, dus de schipper bracht mij en m'n voedsel in zijn roeiboot naar een soort strandje op Katendrecht.
 
Ik huurde daar een handwagen en toen naar de Hilledwarsstraat. Mijn moeder en alle broers en zussen hadden de hongerwinter gelukkig overleefd. Van de ontmoeting met hen staat mij niets meer bij, maar ik zal nooit de schalen met vet, boter en wittte broden vergeten die ik in de voorkamer op tafel zag staan; de piepers die ik bij me had zullen we wel opgegeten hebben, maar ik denk niet dat we van het graan nog brood hebben gebakken.
 
Uit het bovenstaande kunt u opmaken, dat niet alle boeren zo waren als die bij de Moerdijk; bij tientallen heb ik overnacht en/of eten gekregen; bijna altijd gratis. Klasse! 
Een beroerde tijd, ook in andere opzichten. Toen onze vader nog leefde: Steun, later werken bij de DIWERO (directe wederopbouw), dus puinruimen; kwam hij soms thuis met een onder het puin gevonden blikje voedsel; voor ons klerenkaarten, dus iedereen op school wist je gelijk te plaatsen. Toch droeg ik o.a. de vesten graag (Klettervesten noemden we die); vraag me niet waarom!)
 
Maar door dit alles meegemaakt hebbende, waardeer ik heel erg de welstand waarin velen van ons nu leven; jammer genoeg niet iedereen die ook lang en vaak hard heeft gewerkt. U ziet het, je hoeft de kraan maar een klein stukje open te draaien(hongertochten) en er komt een hele stroom uit.
 
Mochten er lezers zijn die (indien u het bovenstaande geheel/deels, publiceert) willen reageren, dan merk ik dat wel.
 
Met vriendelijke groeten:

Albert Schut.

Albert Schut writes:

In the column "The Spy Glass" of January 23, 2007 I red about several experience about the hunger march. I too, I'm from 1927, have made that journey several times.

Fall 1944: On this side of the Moerdijk bridge many fields had been inundated. The potatoes were sill in the ground. So that's what we went after. Standing up to ones' knees in the water we dug deep down but what we pulled up was as much clay as it was potatoes. If you were unlucky the farmer would stand near the gate and the you had to pay him. No not with money but he needed bed sheets or jewelry. Later on, they didn't want sheets anymore because they had enough.

Than we went again in the direction of Rotterdam and we wanted to sleep as close as possible near the Dortsche Bridge. Therefore, we slept in a farmer's hothouse where early vegetable crops were grown. This was because you had to be over the bridge before the "Landwacht" (Like, a Dutch National Guard) arrived because otherwise they would confiscate all the food that you carried. To get over the bridge was sill quite a job. That is because you had to carry your cart, old pram or whatever else you had on wheels up and down a long flight of stairs. During these scavenging trip I got occasionally help from a German soldier but never from the Landwacht; actually, quite the opposite.

Another attempt to get food: Leave wit a rowboat the yacht harbor in IJsselmonde for the Hoeksewaard. Part of this was done in the dark to minimize the risk of capture. Mij vriend on that attempt had family in that area and if, away from the buildup areas, we hid in between the reeds during he day and sometimes also during the night, we would have a chance to collect potatoes and other food. On the way back, happy with what we had collected and running with the tide we advanced rapidly to IJsselmonde. But on the bridge at Hendrik Ido Ambacht stood one of these "bloodhounds." "Come to the shore or I'll shoot." We had no choice and had to give up everything that we had so proudly collected.

The next day walking all the way from Rotterdam to the "Ortskommandantur" in Ridderkerk there was sometimes a chance to get some  of the food back. We tried and, Yes, that's how it was. However, hat we got, a bag full of potatoes, wasn't all that much for a family of a mother and ten children.

Another "tocht": This time not to get food but to reduce consumption at home. In the latter part of the war you couldn't, as a boy of 16 or 17 show yourself on the street because you ran the risk of capture by the Germans (for transportation to Germany.) Two of my friend were in the same position. Their parents and mine, decided that we should go to Uithuizen, than the biggest eaters were out of the way. One of the friends had been there earlier to recuperate from starvation and he thought that we would be welcome there.

On January 2, 1945 all of us, walking went on our way. That wasn't without problems either. We were arrested by the Germans, put on a guarded train, were able to escape and in Kampen stayed overnight at someone's place. The next day we were taken to a house in Kampen, with me dressed as a woman, and on a bicycle crossed the IJssel River. I can't remember dates but it might have bee in the middle of Jaunary that we reached Uithuizen.

We went to "Domi." (Yes, that was the father of Ds. The reverend)  Gaaikema). We were not the only ones.: Jews, communists, resistance fighters en other people in hiding. Everyone in Uithuzen who needed help was sent to "Domi." He in turn arranged for hiding places with other families in the area. It's incomprehensible the risk that this man ran during the war. It was his nature because even before the war he had assisted many people.

I stayed with him till May, 1945. Then, almost immediately after the liberation back to Rotterdam - most of the way with inland barge traffic. We knew, of course, that hunger was still acute in the western part of the country so we had brought with us quite a lot of potatoes and grains. There were no longer quays where boats could tie up because these had been destroyed by the retreating Germans. The skipper rowed me and the food to what looked like a little beach in Katendrecht.

I rented a handcart and went with my load on the way to the Hilledwarstraat. Fortunately, my mother and all brothers and sisters had survived the war. I can't remember anything about the reunion but I'll never forget the huge plates of white bread, fat and butter that were stalled out in the front room. I assume that we would have eaten the potatoes that I had brought but I doubt that bread was baked from the grain.

From the foregoing you can see that not all farmers were as bad as those at the Moerdijk. I had slept or was given food at dozens of farm houses, nearly always without cost. Real Class! It had been a miserable time, also in other ways. When our father still lived: minimal ocial welfare; thereafter working with DIWERO (Direct Reconstruction) thus working in the rubble of war, he sometimes came home with a tin of food found under the rubble; clothing stamps, so that everyone at school could immediately "type" you as a family living in poverty. Because I had these experiences I now appreciate the better living conditions now. But you see it. You only have ti=u turn the faucet a little and a torrent of experiences flow out.

If anyone wants to react than I'll, no doubt, will find out.

With Greetings, Albert Schut


Albert Schut in South Africa

Home Up Bakker, J Bakker, T Beld v/d, E Belle van, D Beneker, G Bredius, R.M. Brinkhaus, J Bunk, H Ferdinandus, R Grindrod, F Haan de, N Hut, W Jonge de, A Kasteel. E Klinge, W Koks, G Leeuwen van, E Leeuwen van, Hans Leeuwen van, Jan Lens, J Makaske-Kuijer, J Meurs, H Molenaar, J Oostwoud v/d Panne Pelt van, G Roggeveen - Vat, I Scholman, C Schut, A Smit, L Stans, A & M Struijs v/d, A Til van, L Swijnenburg, G Valk, C Vugt van, A Walle v/d, F & W


Home | A. Reportage | B. Planning | C. Historie | D. Verhalen | E. Reunie | F. Administratief

 Copyright © 2007 www.hongertocht.org. Material may be used with acknowledgement of source.
For questions regarding this Web site contact webmaster@hongertocht.org. Last updated: 05/19/08.