Hongerwinter
1945
Hoe
ondervind je dat nou als 5 jarig ventje, nou niet. Ik heb
daar nooit iets van gemerkt. Er deden zich wel dingen voor, maar
je weet toch niet als zo'n jong ventje dat dit niet normaal
is. Mijn ouders hebben er altijd alles aan gedaan om mij altijd
nog goed te eten en te drinken te geven.
Wat ik me wel
herinner is de val waarmee we, mijn vader en ik, vogels gingen
vangen. In de tuin achter ons huis kwamen natuurlijk nog wel
vogels. Mijn vader had een soort deksel gemaakt met gaas erboven
op. Wij zetten de val dan schuin en hij werd ondersteund door
twee stokjes. Aan het enen stokje deden we een vliegertouwtje en
we lagen wat brood in de val. Met het touw in de hand gingen we
dan in de kelder zitten en keken of er vogels op het brood af
kwamen. Wanneer er één of meerdere vogels onder de val waren dan
trokken we aan het touwtje en de val viel dicht. We hadden dan
s’avonds weer soep en dat was in die tijd een feestmaal.
Ook was
mijn moeder een tijdje weggeweest met de fiets waarop een
hele grote bagagedrager zat. Er was zoveel tekort aan eten dat
zij op de fiets is gestapt en naar Gelderland is gereden om bij
de boeren daar om eten heeft gevraagd. Toen ze terug kwam, ik
geloof na 10 dagen, had zij een jute zak met allemaal tarwe erin.
We konden dat malen en brood van bakken. Er zaten tussen de
tarwe korrels allemaal eieren. Ze waren gelukkig niet gebroken.
Groetjes, Cor Valk
Cor Valk gaat verder:
Het
verhaaltje wat ik gemaild had was mijn herinnering aan
de hongerwinter. Ik wist dat mijn moeder die reis
gemaakt had en ook dat zei een soort dagboek had gemaakt.
Nu heb ik het orginele
verhaal gevonden (dat stond in een schrift) We hebben
het overgetypt zonder verder woorden of uitdrukkingen te
veranderen.
Foto's
van die tijd heb ik niet, althans niet van die
hongerwinter. Mijn moeder (Jo Valk - Drooger) was van
1911 en in de hongerwinter 33 jaar. Ik, haar enige zoon
was toen bijna 5 jaar.
Je mag
alles gebruiken voor eventuele publicatie. Ook inkorten
e.d. ......geen bezwaar. Ik hoop dat je vele reacties
krijg en een mooie bundeling van verhalen en foto's kan
maken van die donkere tijd.
Groetjes Cor Valk
Schiedam - Holland
Uittreksels van
Jo Valk - Drooger's Dagbook:
Het 10
daagse hongerreisje, februari 1945.
Op dinsdag 20 februari om
half 7 ‘s morgens stond m’n fiets klaar, om met 2
onbekende meisjes een tocht te gaan maken naar Overijssel, met
het doel zoveel mogelijk eten te gaan halen. Dat dit nodig was,
blijkt wel uit het rantsoen dat per persoon gegeven werd en
bestond uit 1 brood en 1 kilo aardappelen. Sinds Kerstmis hadden
wij geen aardappels meer geproefd en stelden wij ons middagmaal
samen uit water, wat groenten, aardappelschillen en iets erwten
of erwtenmeel. Dus het was hard nodig dat er iets gedaan werd.
De gelegenheid was er nu en
wij togen, al stond er een grote reis in het verschiet, moedig
en vol hoop op weg. Het begon in Rotterdam al te regenen en toen
we in Oudewater aankwamen waren we al behoorlijk nat. We stapten
voor een café af waar nog meer mensen stonden te schuilen,
maar het was gesloten en het bleef gesloten. Daar ontmoetten we
nog een jonge moeder van ± 23 jaar, die met 3 kinderen in een
kinderwagen de reis te voet af ging leggen, om haar kinderen
daar achter te laten, daar zij ze zelf niet meer kon
onderhouden. Toen we even later een ander café zagen dat wel
geopend was, konden we om 9 uur ‘s morgens nog maar net een
plaatsje krijgen. Om ½ 2 waren we al in Amersfoort en besloten
nog verder te fietsen. Een van onze medereizigsters sloeg de
weg naar Apeldoorn in, waar ze voor familie-aangelegenheden moest
zijn. Ik was toen 33 en ging met een meisje van 17 jaar een onbekende
toekomst tegemoet.
Om ½ 4 probeerden we al
slaapgelegenheid te krijgen bij ‘t Rode Kruis, die in elke
plaats gelegenheid bood om een zeker aantal mensen onderdak en
eten te verschaffen. We hadden niet veel geluk, want ze stuurden
ons almaar door, tot dat we ’s avonds om 6 uur pas veilig en wel
in Horst (bij Ermelo) konden blijven. De fietsen werden in een
schoollokaal opgeborgen en wij moesten naar de conversatiezaal,
waar voor ruim 200 mensen een kachel brandde en waar 2
gaarkeuken ketels
met warm eten stonden te wachten. Om 7 uur kregen we ieder een
portie en moesten toen weer naar een ander lokaal, waar we op de
grond in het stro hebben geslapen. De eerste nacht hebben we
goed geslapen. Alleen werden we ‘s nachts opgeschrikt doordat er 2
lichtkogels hingen en er een bom ontploffing hoorbaar was. Er
ontstond bijna paniek, maar het liep gelukkig goed af.
‘s Morgens stonden we op maar
konden ons niet wassen want een
wasgelegenheid was er niet, Dus maar wachten op het tijdstip
dat de fietsen uitgedeeld werden. Dit ging heel safe, We kregen
die allemaal tegelijk met je persoonsbewijs weer terug. We togen
op weg met nieuwe moed en vol hoop, want het was mooi weer. Maar
dat er zoveel ellende op de weg was, heb ik nooit kunnen denken.
Woensdag middag om ½ 4 zijn we in Zwolle aangekomen. We hebben een voorspoedige reis
gehad. Toen wij in de ochtend uit Horst vertrokken zijn we
eerst naar de Finofabriek geweest, waar iedereen voor 25 cent
een bord soep kreeg maar wij moesten er 3 kwartier wachten. Van 2 verschillende
mensen kregen wij 1½ boterham met thee. Onderweg naar Zwolle hebben we 2
maal middageten gehad. De eerste was bruine bonen met spek en stukken vlees
en de tweede aardappelen met zoute bonen. Bij een bakker kregen we nog
ieder 2 boterhammen, die we bewaarden tot de volgende morgen.
Toen we terechtgewezen waren naar het Rode Kruisgebouw, moesten
we in de rij staan voor een onderdakbriefje. Wij werden met z’n
allen in optocht naar de Helms tabakfabrieken geleid. Daar werd
onze fiets in een stalling gezet en voor ons stond er zuurkoolstamppot klaar met een stuk brood voor
de volgende ochtend. Na
het avond eten was er collecte en moesten we onze slaapplaatsen
opzoeken. Er waren allemaal matrassen met kussens en 3 dekens.
Alle hulde voor het Rode Kruis. We hebben weer heerlijk
geslapen.
Er waren in totaal 390 vrouwen en 110
mannen onder de 15 en boven de 55 jaar. ‘s Avonds tot 9 uur was
er elektrisch licht. Er werd gezegd dat we in moesten
schikken, want dat er nog 900 mensen dakloos waren. Om 8 uur ‘s morgens uit
Zwolle vertrokken. Het was flink koud, maar gelukkig droog. Hier
en daar vroegen we nog om brood maar kregen niets. Gelukkig dat
we wat brood van de vorige dag bewaard hadden. Bij een boer die
alleen woonde kregen we ieder een paar kopjes roggekoffie met
melk. Even daarvoor hadden we ieder in een melkfabriek een
halve liter karnemelk gekregen. Daarna kregen we bij een
boerderij een flinke roggemik met een boterham, want de
aardappels waren nog niet klaar. We middageten bij een boer,
zonder groente maar met een lekker stuk varkensvlees. Toen zijn
we de boer opgegaan voor rogge, maar kregen in plaats van rogge,
een prak aardappels ook zonder groente. Daarna hebben we
een schaaltje rogge gekregen voor 1 kwartje en 4 x 1 ei van 1
kwartje.
Daarna naar Almelo. We
moesten daar een brief afgeven van Jeane en Jaap aan Huib en
Jeane Hofman. De broer van Jaap was kapitein bij het Leger des
Heils. De ontvangst overtrof al onze verwachtingen. We kregen eerst een
zeer welkome ontvangst met een kom warme melk en een
roggeboterham. Daarna middageten wat ons heerlijk smaakte, toen
koffie en daarna een heerlijk logeerbed bij de fam. Hemmink waar
we ons ter ruste begeven. Na enige nachten op stro, weten we het
nu dubbel en dwars te waarderen. ‘s Morgens werden we gewekt
door Henny Hemmink (ongetrouwde dochter) met een kopje koffie,
dat was echt huiselijk.
Toen we een half uurtje
gefietst hadden kreeg Jeane (het meisje dat met mij mee fietste) een
lekke band. Er stonden 2 mannen te praten en die wezen ons een
boer, waar we direct gastvrij geholpen werden. We kregen koffie
met 2 heerlijke boterhammen (rogge) met spek. Om 11 uur gingen
we opnieuw op pad en kregen hier en daar een klein beetje rogge
of een ei. Om 12 uur kregen we bij een boer die net met heel z’n
gezin om de tafel zat, middageten zonder groente, maar met vet. Toen weer verder. We waren even op weg,
toen Jeane haar band weer leegliep en wij weer een boer op
moesten zoeken om hem te maken. Nu die was zo gevonden. Zo
gastvrij en aardig deze Twentse boeren zijn. Geen voorstelling
van. Vooral als je zegt, dat je uit Holland komt. Na 3 dagen goed te eten
gehad te hebben, konden we geen brood meer zien!
We hadden 1 flinke portie rogge (± 5 kilo), 1 zakje bruine bonen, 1
zakje roggemeel en 2 eieren opgehaald. ‘s Avonds om half 6 waren
we weer in Almelo bij Hofman, waar de pan met soep al voor ons klaarstond.
Eerst kregen we een kom, daarna 2 borden bruine bonensoep met
een flinke prak aardappelen. Nu toen ontploften we letterlijk.
Daarna gingen we weer naar een ander nachtverblijf, waar we ‘s
avonds ook gezellig hebben zitten praten en daarna geslapen
Gisteren miesde het de hele
dag. We gaan straks met nieuwe moed, de kant van Vriezeveen op.
Ik voel me met de dag sterker worden. We werden pas om 8 uur
wakker. We kleden ons en gingen beneden ontbijten, van het brood
dat we zelf bij de boeren gekregen hadden. Het was schitterend
weer, dus gingen we, hoewel al laat, eerst bij kap. Hofman onze
fietsen halen, waar we weer 2 boterhammen kregen met worst, op
weg. Huib zat gevangen door de Duitsers. Acht van de 12 die
opgepikt ware zijn vrij gelaten maar niet Huib. Dat was
heel erg voor z’n vrouw. Ze weet er dan ook ontzettend veel van.
Twee maal per dag mag ze brood met melk brengen, maar geen
middageten.
We hebben geen pech met de
fietsen gehad maar hadden wel pech met de richting die we
gekozen hadden en die niets
opleverde, n.l. Vriezeveen. Dat is een gereformeerd dorp. Het
duurde een uur om van het begin to het einde van de straatweg te
fietsen. Toen we eindelijk aan de andere
kant het dorp uitgegaan zijn, gingen wij bij een boer wat om
middageten vragen. Eerst had de boerin wat bezwaren, maar
toen we zeiden dat we uit Schiedam kwamen ging ze naar binnen en
riep ze ons even later voor een bord gestampte aardappelen met
snijbonen met vlees. Na het
eten kregen we een bord pap en een maaltje bruine bonen mee.
De
gehele middag hebben we verder gevraagd en gedaan, maar kregen
maar één keer een zakje rogge en toch wel in het geheel 11 eieren (1
kwartje, 1 dubbeltje en soms wel voor niets). We moesten weer op
Almelo aan, waar we bij Hofman weer een heerlijk middagmaal
kregen. Onder het eten kwamen nog twee Delftenaars, die met
een weermachtstrein gekomen waren. Die konden mee-eten en er
werd voor nachtlogies gezorgd. Wij gingen die avond weer naar de
fam. Willems.
‘s Zondags was Jeane ziek. Ze
bleef in bed en ik voelde me een beetje meer verlaten. Ik
ben toen met mevr. Willems en haar dochter naar de bijeenkomst
geweest. Terwijl er gezongen werd, ging er hetzelfde in mij om,
als in de kolonie. Het deed me erg aan. De verdere dag zijn we
bij Willems gebleven en hebben een gezellige dag gehad.
‘s Maandags ‘s morgens was
Jeane weer zover opgeknapt, dat we om 9 uur de reis weer
konden aanvaarden. Bij kapitein Hofman hoorden we, dat de
Ysellinie 1 maart gesloten zou worden, dus stelde ze voor, nog 1
dag erop uit te gaan en dan zien dat we terug kwamen. Een
Duitser, die over haar man gaat, vroeg of we nog al wat voedsel opgedaan hadden. We zeiden
natuurlijk nee. Bij een boer hoorden we dat er dinsdagavond een
weermachtsauto naar Rotterdam ging. Wij er op uit om te horen of
wij mee mochten rijden. Die Duitser wees ons naar de
Ortskommandant die zou morgenochtend spreekuur hebben. Daar gaan
we dus naar toe. Op hoop van zegen.
‘s Middags waren we in Ootmarsum in een winkel
gegaan om brood en worst te kopen wat ons heel lukte. Daarna hebben
we een uur naar slaapgelegenheid gezocht en eindelijk een
plaatsje in het stro gekregen. Terwijl de boer zat te eten
mochten in de kamer zitten. We kregen
even later brood met vlees en 2 bekers melk. Daarna werden we
naar de hooizolder gebracht en goed geslapen. Toen we beneden kwamen,
pakten we onze fietsen en wilden weggaan, maar we moesten eerst
mee eten.
Daarna vroeg de boer of we nog wat rogge wilden hebben en gaf
ons toen maar even 15 kilo, waar we heel blij mee waren.
Toen naar de Ortskommandant,
waar het ons niet meezat. Zonder bewijs konden we niet mee. Maar
Jeane, die Duits kon spreken, gaf het niet gauw op. Ze heeft
weer een ander Duitser opgeduikeld en ze heeft het voor elkaar gekregen,
dat we misschien woensdagavond met een weermachtsauto mee
kunnen rijden naar Hilversum. Nu
hopen we maar dat het vanavond goed afloopt en we vannacht een
heel eind op dreef komen, op huis aan. Want hoe goed we het ook
hebben, ik zal blij zijn als ik weer thuis ben.
‘s
Avonds om 6 uur waren we, na afscheid genomen te hebben
van Hofman,
bij het kantoor van de garage aanwezig. We hoorden toen, dat om
8 uur de wagen zou vertrekken. We waren de prins te rijk, dat we
mee konden. Om 8 uur begon onze nachtelijke reis en om 4 uur
in de ochtend waren we in Hilversum. Zonder controle of pech. Daar stonden we
hartje nacht in Hilversum. We pakten onze fietsen behoorlijk op
en begonnen de weg naar huis. Als het weer nu maar goed geweest
was, hadden we voor de middag thuis kunnen zijn, maar dat zat
ons niet mee. Ten eerste stormde het geweldig, natuurlijk wind
tegen, ten tweede begon het te regenen en ten derde kregen we
een paar maal een lekke band. Voordat we in Utrecht waren en dit
was toch maar 15 km, waren we al moe. We hebben daar ergens nog
achter een villa op een boomstronk een paar boterhammen zitten
eten. We hoorden daar nog een wekker aflopen, een teken dat het
nog erg vroeg was.
De weg van Utrecht naar Gouda was iets verschrikkelijks. De
regen stroomde neer. Wij waren al gauw doornat, de bagage
evenzo. Een zak met brood die aan het stuur hing, zag er ook al
niet smakelijk meer uit. We schoten niet op, maar troosten ons,
dat we de enigste niet waren. Er waren er honderden op de
weg. Om 11 uur gaven we het op. Of het kwam door het weer of
doordat we die nacht niet geslapen hadden weet ik niet, maar ik
besloot niet verder te gaan en hier of daar een onderdak zien te
krijgen. We haalden al onze bagage van de fietsen, sleepte dat
door de bagger van een steile dijk af; droegen de fietsen over het
hek en bonden daar de bagage weer op en fietsten. Toen op de eerste de beste boerderij af, waar we
goed
verwelkomd werden. We mochten even
in de koeienstal staan. We waren zo nat en koud, dat we onze
jassen uittrokken en op een paar balken hingen. Zelf namen we
ieder een kist en zetten ons neer, namen een paar boterhammen en
vielen zomaar in slaap. Ik werd wakker van de kou en gooide bij
Jeane en mij de natte jassen, bij gebrek aan anders, over ons
heen. Daarna sliep ik weer in.
Ik werd toen wakker door de boer die riep of we nog verder
moesten. Ik zei ja, naar Schiedam. Hij nam er echter geen
notitie van. Ik begreep dat we hem teveel waren. Jeane
werd ook wakker en huilde; ze zag geen kans om thuis te
komen. Ik, eerlijk gezegd, ook niet. Ik besloot om alles op alles
te zetten en naar huis te rijden, desnoods te lopen, want tot
overmaat van ramp had Jeane weer een lekke band. Dat gebeurde
drie keer
die morgen. We pompten de banden op, ik deed een nieuw
ventieltje in en we stapten op, met nieuwe moed.
Het ging een slakkengangetje, want de wind was nog een beetje
toegenomen, maar het was gelukkig droog geworden. De wind waaide
ons goed
droog en na af en toe een stuk gelopen te hebben, kwamen
we toch vooruit. We zagen nu in, dat we als er niets bijzonders
opdeed, we toch nog ‘s avonds thuis konden komen. En ja hoor,
het geluk was met ons. De laatste loodjes wogen wel het zwaarste.
Maar we kwamen toch, al was het over 7, thuis. Iedereen was blij
dat wij weer thuis waren en dat we wat voedsel hadden terug
gebracht. Zo eindigde ons
hongerreisje.
Jo Valk - Drooger
†
|
Hunger
winter 1945
How do you really
experience events as a five year old? I really didn't notice
all that much of the war. Things did happen but as a five year old you don't realize
that these things are abnormal. My parents did everything possible to
make sure that I had food and drink.
One of the things that I
remember well is the trap is my father and I used to catch birds. In the garden behind our house
were, of course, many birds. My
father had made a sort of lid with netting. We put this on a
slant on the ground with a few stakes underneath it. We tied a string from a
kite around one of the legs and then we put some bread in the trap. With
the string in our hand we hid in a cellar and looked whether any birds
came for the bread. When one or more birds were beneath the trap we pulled the string and the trap fell down. Then,
for the evening meal, we would have soup with meat. To us that was a
feast.
Also, my mother had been
away for a period of time with the bicycle that had a
large luggage carrier mounted at the back. That always was a shortage of food.
She than stepped on the bike and went as far as Gelderland to try
to get food from the farmers. When she came back, I believe after
about ten days, she had a jute sack full of rye. We could grind that and
bake beard. In between the grain were eggs and fortunately none of them
were broken.
Greetings: Cor Valk
Cor Valk continues:
The short email that I first sent you was about my
memories about the hunger winter. I knew that my mother had been on the
hunger march and that she had maintained a journal.
I have just found the original story (it
was written in a school book). We have retyped it without changing words
or changing the meaning of expressions. We don't have any photographs of
that time, at least not about the hunger winter. My mother (Jo Valk -
Drooger) was born in 1911 and in the hunger winter she was 33 years old.
I was nearly five years.
Feel free to use whatever
I send you for publication. Also, for example, abbreviating is OK with
us. I do hope that you get many reactions to the bundle of stories and
photos of these dark times.
Greetings, Cor Valk
Schiedam - Holland
Extracts of Jo Valk - Drooger's
Journal:
The 10-day hunger
journey, February 1945.
On Thursday, February
20 at 7 in the morning my bike stood ready to go,
with two girls I didn't really know, on the trip to Overijssel with the
objective of collection as much food as possible. for two bank the
purpose was to try and collect as much food as possible. That this
was necessary is shown by the fact that the rations per person were about
one loave of bread and one kilo of potatoes (per week). Since Christmas we had
not eaten any potatoes. We prepared our main meal with water, some
vegetables, potato peels and peameal. So it was very necessary that
something be done
The opportunity
was there now, even though it would be a long journey, we departed full
of hope. The trip started in Rotterdam and it had started to rain already.
When we arrived in Oudewater we were already soaking wet. We got of our bikes in
front of a cafe where other people were sheltering from the rain but the cafe
was and remained closed. We met there a young mother of about 23 years
old, who with three children in a pram had started the long walk with
the plan to leave the children up-north because say was not capable of taking care of them anymore.
We moved on to another cafe but already at 9:00 in the morning it was barely possible to
find a seat. Two and a half hours later we had arrived in Amersfoort but
decided to go further. One of our companions took the road to
Apeldoorn where she had to go for a family occasion. I was 33 years old
and my remaining young companion was 17 and we continued towards an
uncertain future.
From about
4:30 onwards
we tried to get a place to sleep first at the Red Cross. In every place
it offered people the opportunity shelter and some food, but we had no
luck. They sent us further so that it was not
until 6:00 that we safely arrived and could stay in Horst (near Ermelo).
Our bicycles were placed in a school room and we were sent to the
conversation room, where for the 200 people or so present a stove burned
and two cauldrons of hot food from the communal kitchen was ready.
At 7:00 pm we were all served a portion and then we were sent to another
room where straw had been spread on the floor. We slept that first night quite good. Only,
during the night two lighted markers went up in the air and a bomb
exploded. People nearly panicked but i turned out OK.
In the morning we
got up but there was no place to watch oneself. So we just waited for
the moment that the bikes would be handed out again. That went quite safe.
We received our bicycles back together with our identity cards. We
continued on our track with high hopes because the weather was nice. We
hadn't expected that there was so much misery on the roads. On
Wednesday afternoon we arrived at about 4:30 in Zwolle. We had a quite good
journey. When we left in the morning we went first to the Fino factory, where everyone for 25¢ was given any
bowl of soup but
we had to wait four to 3/4 of an hour. Two different people gave us
both 1 1/2 sandwich. Along the road returning to Zwolle we got two
meals. The first one was brown beans and bacon an pieces of meat and the
second meal was potatoes and salted beans.
At a baker we got two sandwiches each but we saved these for the
next morning. We were pointed again to the Red Cross building,
and had to stand in line to get an accommodation coupon. Then like a
herd we were escorted to the Helms tobacco factory.
There are bikes were put in storage and we were given a plate of
sauerkraut hash with a piece of bread for the next morning. After the
meal that was a collection and we had to find our sleeping places. There
were mattrasses with pillow an three blankets each. All our praise for the
Red Cross. We slept here very well.
There were
in total 390
women and 110 men under the age of fifteen or above 55 years. Until
9:00 there was electric light. We were told to
move a bit closer together because another 900 people needed
a place to sleep. At 8:00 in the morning we left Zwolle. It was very cold but luckily it was dry. Here
and there we asked for bread but didn't get anything. Fortunately, we
had saved some bread from the previous day. At a farmer who lived by
him we were given a few cups of rye coffee with milk. Before that we
both went to a milk depot and were given half a liter of buttermilk
each. At a farm with a given a big slice of rye
bread because of the potatoes weren't ready yet. We got a midday meal from my Farmer without the vegetables but with a
piece of pork. Then we went scrounging again for rye to take home
but were given a meal of potatoes, again without vegetables. When we
left we were offered a small dish of rye for a quarter and 4 eggs also
for a quarter.
Then onwards to Almelo.
We had to deliver a letter there from Jeane en Jaap to Huib and Jeane
Hofman. The brother of Jaap was a captain in the Salvation Army. The
reception exceeded all our expectations. After having been warmly received
we were given a cup of warm milk and a rye sandwich. We were assigned a
guest bed at the family Hemmink where we slept for the night. After
having slept for several nights sleeping on straw we
much appreciated sleeping in a bed. In the morning
we were woken up by Hannie (an unmarried daughetr) with a cup of
coffee. That was very homely touch.
When,
after our departure we had ridden our
bikes for another half hour, Jeane - the girl that accompanied me), had
a flat tyre. Two men were talking nearby and they referred us to a
farmer. We were well received. We were given coffee
with two two rye sandwiches with bacon. By 11:00 were on our way again
and here and there we collected some rye or an egg. At 12:00 we knocked
at the door of a farmer's house where the farmer with his family were
just having their meal. ary career receive from my Farmer who was
just sitting down with his family on the table anyone meal. They
let us share - no vegetables but lots of fat. Then we moved on. We
were just underway again when Jeane
had another flat tire. We quickly found a farmer to fix it. They
were so hospitable as all Twentse farmers appear to be. You
have no idea. Esoecially, if you said that you came from Holland.
After having received so much good food for the past three days we
didn't care much for bread anymore!
We had
collected by then a large portion of rye (about 5 kilo, a small bag of brown beans, one
bag of rye meal and two eggs. In the afternoon at 5:30 we
had returned to Almelo with the Hofmans. The had a pot of soup ready. We
were first given a cup and thereafter two plates of brown bean
soup and mashed potatoes. We nearly exploded. We moved to different
quarters for the night, talked all evening and fell asleep.
Yesterday
it drizzled all day. Shortly we were on our way again, this time in
the direction of Vriezeveen. I felt that I was getting fitter every day. We
had woken up at 8:00 and ate the bread that we had received from the farmers. The weather was
absolutely beautiful, so we went to captain to get our bicycles. They
gave us again sandwiches for underway. Huib was still imprisoned by the
Germans. Eight of the 12 that had been arrested had been let go except
Huib. That was very sad for his wife. See is
a very depressed about it all. Twice a day she was allowed to bring bread and
milk but no warm food.
We didn't
have much
bad luck with our bicycles but we hadn't been so lucky with choosing the
right place to go to because we hadn't had much luck gathering food
around Vriezeveen. It's a Dutch Reformed
area. It takes an hour to drive by bicycle from one end of the main
street to the other end. Just after we left the village we went to a
farm because it was time to beg for a meal. First the farmer's wife had
some objections that when we tell them they we came from Schiedam she
called us inside and gave us a plate with mashed potatoes, with green
beans and meat. After that she gave us a dish with porridge and we were
given a meal og brown beans to take with us.
The whole afternoon we kept asking at different farms
for food to take home but the received only one small bag rye but
collected 11 eggs. One cost a quarter, the other a dime and the rest we
got for free.
We had to go back to Almelo which had become our base. We were given
again nice warm meal. During the dinner
two people from Delft arrived They had traveled with a German
army train. They were allow to share in the dinner and were
given a place to sleep. That evening we went again to the family
Willems.
On Sunday
Jeane was ill. She stayed in bed and I felt deserted. I went
with Mrs. Williams and her daughter to a SA meeting. While the
congregation was singing something happened to me.
It really affected me. The rest of the day I stayed with the Willems
family and had a pleasant day.
By Monday morning
Jeane had recovered well enough so that at 9:00 we could continue our journey. From
captain Hofman we heard that the IJssel line would be closed on March 1. So it was proposed that
we tried for another day to get food and then
come back. A German in charge of Hofman asked us if we had
already collected some food. Of course, we said, "No." From a farmer we heard that on Tuesday evening and German army car
would go to Rotterdam. We went straight to find out if we would be
allowed to ride with them. The German referred us to the
Orstkommandant who would hold audience tomorrow morning. So that's where
we had to go in the hoop that providence would bless us.
In the afternoon
we went to Oostmarsum to a shop to try and buy bread and sausages. We
succeeded! Thereafter we started out search for a place to sleep and
after a while we found a place where we could sleep in the straw. While
the farmer was eating we were allowed to sit in the room. A little later
we were given bread with meat and milk to drink. Thereafter we went to
the hayloft where we slept very well. When we came down in the morning
and got our bicycles and wanted to leave the farmer said that before
leaving we should eat something. He also asked us if we wanted some rye
and he gave us 15 kilo. Wewere very happy about that.
Then we went to
the Ortskommandant. That didn't work out too well. Without some sort of
local permission we wouldn't be allowed to travel on a German transport.
But, Jeane who spoke German wasn't put off all that easy. She found
another German and with him she somehow managed to arrange for
permission for us to travel on the Wednesday to Hilversum. We're hoping
that it will turn out to be OK and that during the night we'll travel
along way towards home. Because, irrespective of how well we had fared,
it would be much better to be home.
In the evening at 6:00,
after having said our farewells to the Hofman's, we were at the garage
from where the transport would depart. On arrival we heard that it would
leave at 8:00 PM. We were elated that we had permission to travel. At
exactly 8 o'clock we started our overnight trip and at 4:)) in the
morning we were in Hilversum. We had reached the place without hindrance
but there we stood with our loaded bicycle in the dark in the middle of
Hilversum. We checked that the bagage was securely fastened and went on
our way home. If everything would go OK we would be home in the
afternoon but it didn't happen that way. First, it was a terribly stormy
day, second, it started to rain; and, third, we had several times a flat
tire. Before we arrived in Utrecht, which after all was only 15 km away,
we were overtired. Somewhere, very early in the morning we sat on a tree
trunk and ate a few sandwiches. WE heard an alarm clock which meant that
is was still early.
The road from Utrecht to
Gouda was terrible. The rain pelted down. We were soaking wet
and so was our luggage. The bag of bread which hang on the
handlebars didn't look very good either. We didn't make any
progress but consoled ourselves that there were hundreds of people on the road. By about
11:00 in the morning we gave up. Whether it was because of the bad
weather or because we hadn't slept during the night, we decided to not
continue and find a place to sleep. We took the baggage off the bikes,
dragged this through the mud down the slope of the dyke, carried the
bikes over a fence, loaded up again and started paddling again. The we
went to the first farm that we saw and we were warmly received there. We
were allowed to dry in the cow stables. We took our coats off and hang
them out to dry. Then we grabbed some some large boxes, sat down on them
to eat a sandwich and fell asleep. I woke up because of the cold and
threw the wet coats over Jeane and myself and flel asleep again
I woke up because the
farmer called out to ask if we had any plans to travel further. I said we
had because we wanted to go to Schedam. But he didn't pay any attention. I
realized that we had overstayed the welcome. Jeane also woke up and
cried. She could se no way that would get us home and in truth I felt
the same. I decided to do everything possible to ride home today or, if
it was necessary, walk. To make matters worse Jeane had again a flat
tire. That happened three times that morning. I replaced the valve and
we inflated the tires again with a hand pump. We got on our bikes and
took off hoping that all would go well. But it went at a snail's pace, because
the wind was still very strong but at least it was dry. The strong wind
dries our clothes and with occasionally walking, we did make progress.
We started to realize that, if all went
well, we would arrive home that evening. And, yes, good fortune was with
us. In Dutch the saying is that the last weights are the heaviest. But
despite the setbacks, even though it was way past 7:00 home. Everyone
was glad that we arrived home again and that we had brought food that
would sustain us for a long time.
And that's how our story ends of our
short hunger journey.
Jo Valk - Drooger
† |